‘Wilde Eric’ negeerde dat hij niets meer kon

Eric Albada Jelgersma (1939-2018) Eric Albada Jelgersma wilde met zijn supermarktimperium iets opbouwen van naam. Hij werd steenrijk, maar eindigde na een ongeluk in een rolstoel.

Ruim dertien jaar nadat hij bij een val zijn nek had gebroken is gisteren in het Zwitserse Verbier op 79-jarige leeftijd Eric Albada Jelgersma overleden. Hij was een van de grootste supermarktondernemers van het naoorlogse Nederland, eigenaar van gerenommeerde wijnchâteaus in de Bordeaux (Giscours en Du Tertre) en in Toscane (Caiarossa), verzamelaar van zeventiende-eeuwse schilderkunst en op het hoogtepunt van zijn succes miljardair.

Dat was eind jaren negentig, toen zijn toenmalige bedrijf De Boer Unigro fuseerde met de toenmalige Vendex Food Group (Edah, Basismarkt) en doorging als Laurus. Albada wilde per se groter worden dan Albert Heijn van Ahold en er werd een begin gemaakt met de verbouwing van alle winkels tot Konmars. Maar die operatie mislukte en Laurus werd tegen Albada’s wens vanaf 2002 overeind gehouden met kapitaalinjecties door het Franse supermarktbedrijf Casino. Een deel van de winkels kwam later in handen van het supermarktbedrijf Jumbo. Albada, die zich niet graag gewonnen gaf en in zijn leven tal van rechtszaken heeft gevoerd, was van mening dat Laurus te gronde was gegaan door wanbeleid van de directie en begon een procedure bij de Ondernemingskamer. Die oordeelde uiteindelijk dat er bij de verbouwing tot Konmar inderdaad onverantwoorde risico’s waren genomen. Maar voor het terugdraaien van de overname door Casino was het veel te laat.

Iets opbouwen

Eric Albada Jelgersma werd op 14 maart 1939 geboren als oudste zoon in een groot katholiek gezin. Zijn vader was grossier van levensmiddelen voor zelfstandige winkeliers. Na een onvoltooide studie economie in Tilburg kwam Albada in 1963 in de zaak, die toen een omzet had van twaalf miljoen gulden. Hij begon vrijwel meteen met het opkopen van andere grossiers, want hij wilde groot worden. „Heel groot”, zei hij in 2005 in een interview in NRC. „Gewoon leuk. Lekker mezelf challengen. Iets opbouwen dat naam heeft.”

Lees ook het interview met Eric Albada Jelgersma uit 2005: ‘Ik ga door’

In 1980 kocht hij Unigro en in 1984 deed hij iets dat in Nederland ongehoord was en hem de bijnaam Wilde Eric opleverde: hij probeerde zijn grootste concurrent, de grossier Schuitema (C1000), tot een fusie te dwingen door met de hulp van een stroman grote pakketten aandelen van dat bedrijf op de beurs te kopen. Het eindigde in een patstelling, want Schuitema bleef weigeren. De stroman verkocht toen de aandelen Schuitema achter Albada’s rug en via een Zwitserse investeringsmaatschappij aan Ahold. Dat werd ook een juridische procedure, die Albada verloor. Hij was wel 180 miljoen gulden rijker, maar moest verdragen dat Albert Heijn in één klap het grootste supermarktbedrijf van Nederland was geworden.

‘Keiharde wilskracht’

Kort daarna, in 1987, overkwam hem de eerste grote ramp in zijn leven: zijn dochter, zeven jaar oud, werd ontvoerd en langdurig in gijzeling gehouden. Ze kwam vrij na betaling van losgeld. De ontvoerders werden opgepakt. De tweede ramp was op 30 januari 2005, toen hij in de Caraïbische Zee tegen de railing van zijn schip viel en in de uren daarna moest meemaken dat zijn ledematen een voor een uitvielen. Uiteindelijk raakte hij tot aan zijn nek verlamd en kon maandenlang niet zelfstandig ademen.

In het interview met NRC in 2005 – hij lag nog in het ziekenhuis, eerst in Utrecht, later in Nottwil in Zwitserland – zei hij dat er momenten waren dat hij er geen gat meer in zag. „Als ik niets meer kan, niet slikken, geen eten proeven dan eh...” Meteen daarna: „Er zijn zoveel mensen van wie ik hou. Ik heb kleinkinderen, vrienden, vriendinnen. Ik heb een bedrijf waar ik van geniet, mijn kinderen. Ik ga vechten.”

Hij leerde door hard te oefenen weer enigszins te functioneren, verzamelde een staf van medisch en verzorgend personeel om zich heen, kocht een helikopter en reisde jarenlang rusteloos heen en weer tussen zijn huizen en kastelen in Spanje, Italië, Frankrijk, België en Zwitserland. Hij spiegelde zich graag aan Philippe Pozzo di Borgo, de verlamde hoofdpersoon van de film Intouchables (2011) al was die lang niet zo rijk als hij. Pozzo di Borgo was dan wel weer van adel.

Eric Albada Jelgersma liet zich tot zijn laatste dag kleden als een gentleman van de klassiek Britse soort en negeerde volledig dat hij eigenlijk niets meer kon. Zijn beste vriend, de vastgoedondernemer Cor van Zadelhoff, zei vrijdagochtend aan de telefoon dat „Eric op keiharde wilskracht” is doorgegaan met leven alsof er niets aan de hand was.

    • Jannetje Koelewijn
    • Menno Tamminga