Inge Hulshof: „Op sommige dagen kun je craften wat je wilt, maar is het leven gewoonweg even ellendig. Daar aan toegeven is oké.”

‘Werk zoeken is keihard werken’

Interview Inge Hulshof Hoe ga je de negatieve effecten van werkloosheid tegen? Promovenda Inge Hulshof vond een antwoord: met craften. „Het helpt je door te gaan als je een tegenslag krijgt.”

Niets fijner dan op zaterdagochtend een rondje wielrennen door de bossen van het Brabantse Oisterwijk, vindt Inge Hulshof. Even ontspannen na een week vol onderzoek en cliënten coachen. Maar wat als de 30-jarige promovenda en consultant datzelfde rondje op een dinsdagmiddag zou fietsen omdat ze werkloos was en gek werd van verveling? Dan is het opeens niet meer zo leuk.

„Zoeken naar werk is een zware en stressvolle taak,” zegt Hulshof. De in Groningen opgeleide arbeidspsycholoog deed de afgelopen vier jaar onderzoek naar manieren om dat proces aangenamer te maken. Dinsdag promoveert ze aan de Technische Universiteit Eindhoven naar de effecten van crafting. Letterlijk vertaald: ‘vormgeven’, in dit geval van de zoektocht naar werk.

Eigenlijk komt het concept uit de werkende wereld. Mensen die aan job crafting doen proberen hun functie zo leuk en uitdagend mogelijk te maken. Daarvoor zetten ze bewuste stappen tijdens hun werkdag. Denk bijvoorbeeld aan het opstellen van een prioriteitenlijstje of het aangaan van een vriendschappelijke competitie met een collega om een bepaalde taak sneller af te hebben.

Onderzoek heeft de afgelopen jaren laten zien dat job crafting positief is voor zowel werknemers als organisaties. Mensen die hun baan craften, vinden hun werk zinvoller, zijn vaker blij en bevlogen en presteren beter dan hun niet craftende collega’s.

Maar, vroeg Hulshof zich af, hoe zit dat met werkzoekenden? Kunnen die soortgelijke technieken inzetten? En helpt dat om de negatieve effecten van werkloosheid tegen te gaan?

Want naast de voor de hand liggende financiële problemen, ervaren mensen die ongewild thuis zitten onder andere meer stress, angst en depressie dan zij die wél een baan hebben. Alhoewel de werkloosheid is gedaald tot 3,9 procent, zo bleek deze week uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek, zitten er nog altijd 352.000 Nederlanders tegen hun zin thuis, zonder werk.

Hulshof bedacht de term ‘re-employment crafting’. In samenwerking met uitkeringsinstantie UWV ontwikkelde ze een training voor werkzoekenden om ze de drie hoofdelementen van het craften bij te brengen, zoals het plannen van vaste sollicitatieblokken in je agenda. Ook vroeg ze werkzoekenden bij het UWV een dagboek bij te houden over hun werkzoekproces. Ze onderzocht in hoeverre klanten hun zoektocht van nature craften en in hoeverre dit bijdroeg aan het daadwerkelijk vinden van werk in de zes maanden daarna.

En, wat was de uitkomst?

„Het blijkt dat mensen die hun zoektocht craften, actiever zoekgedrag vertonen. Ze verkennen meer opties en houden ook meer netwerkgesprekken. Werkzoekenden die kwalitatief goede netwerkgesprekken voerden, hadden een half jaar later drie tot vier keer meer kans op een baan. Het maakt natuurlijk nogal uit wie je netwerkt. Spreek je af met Kees om de hoek of benader je iemand die exact op de juiste plek zit?”

Netwerken is toch sowieso een onderdeel van het zoekproces, of je nou aan crafting doet of niet?

„Dat klopt. Maar het verschil is dat crafters dus beter en intensiever netwerken. Bovendien helpt het om door te gaan als je een tegenslag krijgt. Iets wat natuurlijk regelmatig gebeurt in het leven van een werkzoekende. Zelfs wanneer mensen weinig sociale steun ervaren of het gevoel hebben dat ze niet vooruit komen, helpt crafting ze om actief te blijven zoeken naar een baan.”

Vind je dat iedereen die zijn of haar baan verliest meteen op een cursus crafting moet?

„Nee, dat niet. Veel hangt af van de timing. Stel, jij bent net je baan verloren en zit nog vol goede moed dat je snel weer iets anders hebt. Die hoop wil ik niet kapotslaan door jou direct een training te geven waarin ik je vertel dat het werk zoeken kan voelen als een hordeloop zonder einde, dat je daarom ieder sprongetje moet vieren en dat je veel psychologisch kapitaal nodig hebt om het vol te kunnen houden.”

Psychologisch kapitaal?

„Ja, dat is ook onderdeel van de training die we hebben ontworpen. Psychologisch kapitaal is een verzamelnaam voor hoop, optimisme, veerkracht en taakspecifiek zelfvertrouwen. Dat laatste, in het Engels self-efficacy genoemd, betekent dat je het vertrouwen hebt dat jij de taak, in dit geval solliciteren, aankunt. Psychologisch kapitaal valt relatief gemakkelijk te vergroten met trainingen en kleine oefeningetjes. Bijvoorbeeld door aan het eind van de dag op te schrijven waar je dankbaar voor bent of wat je die dag goed hebt gedaan, succesjes die je hebt geboekt.”

Wanneer is dan wel een goed moment voor een werkzoekende om dit soort dingen te leren?

„Zodra iemand in cirkeltjes begint te draaien, zou ik zeggen. Als adviseurs van het UWV werkzoekenden spreken, kunnen zij peilen of iemand vastloopt. Of de training het meeste effect heeft als je een jaar werkloos bent, of langer, of korter, dat weten we niet op basis van dit onderzoek.”

Ironisch genoeg kan Hulshof straks haar eigen proefschrift openslaan voor advies over de onzekere fase die ze tegemoet gaat. Na haar promotie en een lange reis door Azië wacht haar straks het gat van de volgende stap. Gaat ze haar coachingsbedrijf verder uitbouwen? Of vindt ze een baan als onderzoeker? Blijft het wielrennen haar ontspanning of wordt het straks een vorm van frustratiemanagement?

Hulshof vindt dat wel gezond, het besef dat je als werkende plotseling werkloos kunt zijn en vice versa. „Het kan ons allemaal overkomen.” Ze wil af van het vooroordeel dat werklozen profiteurs zijn die aan het flierefluiten zijn. „Werk zoeken is keihard werken.”

Ben jij ook een crafter?

„Ja, ik ben het zelf ook gaan doen. Ik ontdekte bijvoorbeeld al snel dat ik mijn onderzoek heel leuk vond, maar dat ik in de laatste fase niet 40 uur per week wilde besteden aan wetenschappelijk schrijven. Ik ben toen één dag minder gaan werken om ook nog andere dingen te kunnen doen die me energie geven, zoals het coachingsbedrijf dat ik heb opgezet.”

Zo te horen is de precieze uitwerking van het craften heel persoonlijk.

„Dat klopt. Het is een techniek die je op basis van je eigen voorkeuren uitvoert. In de training hebben we met iedere deelnemer een persoonlijk plan gemaakt. Heel simpel: je gaat zitten met een A3 en een stapel post-its met taken. Die verdeel je over ‘wat geeft energie’ en ‘wat kost energie’. Op basis van jouw indeling kijk je hoe je dat wat je energie geeft, kunt vergroten.”

Maar je moet toch ook gewoonweg vervelende dingen doen?

„Absoluut. Maar kijk dan hoe je dat soort taken toch zo prettig mogelijk kunt maken. Stel, je houdt niet van sollicitatiebrieven schrijven. Maar dat moet natuurlijk wel gebeuren. Ga het dan voor jezelf optimaliseren. Bijvoorbeeld door een muziekje op te zetten en te werken in blokken van twee uren, waarna je het weer mag afwisselen met een taak die je nieuwe energie geeft.”

Is het niet een gevaar dat crafters het gevoel krijgen dat ze falen als het ze niet lukt om de hele tijd positief te blijven?

„We beginnen de training juist met uitleggen dat het helemaal niet de bedoeling is dat je alles door een roze bril gaat bekijken. Er zijn dagen dat je je ontzettend rot voelt. Dat je op de bank zit met een bak ijs en er niet meer vanaf wilt komen. Die ruimte voor negatieve emoties moet er zijn.”

Geldt hetzelfde voor je successen vieren, een van de dingen die je adviseert?

„Ja. Op een dag dat je vijf afwijzingen binnen hebt binnen gekregen is het geforceerd om te gaan vieren dat het wel is gelukt om een nieuwe netwerkafspraak te maken. Op sommige dagen kun je craften wat je wilt, maar is het leven gewoonweg even ellendig. Daar aan toegeven is oké. Het gaat erom dat je jezelf daarna weer herpakt.”

    • Ykje Vriesinga