Foto Merlijn Doomernik

‘Voor mij is de hoofddoek ook onderdeel van #MeToo’

Marianne Vorthoren (39) is protestants gedoopt maar bekeerde zich tot de islam. Zeven jaar lang was ze het boegbeeld van de koepelorganisatie van ruim zeventig moskeeën in Rotterdam. „Mijn moeder vroeg zich af wat ze verkeerd had gedaan.”

Ze komt iets te laat op de afspraak, die plaatsvindt in de derde week van de ramadan. Ze ziet er licht vermoeid uit. Vannacht kwam ze om één uur thuis van een iftar. Om drie uur is ze opgestaan om voor zonsopgang nog iets lichts te eten. En hoewel ze de ramadan vooral ervaart als een mooie periode, dreigt vandaag opnieuw een lange en ook ingewikkelde dag te worden.

’s Avonds zal anti-islambeweging Pegida varkensvlees barbecueën bij de Rotterdamse Laleli-moskee. Er is opgeroepen tot een tegendemonstratie. Ze gaat erheen om samen met de moskee te proberen de rust te bewaren. Voor de moslims uit de moskee staat ze in, zegt ze. Maar ze weet niet wie er allemaal van buiten komen.

Zeventien jaar lang werkte Marianne Vorthoren (39) bij Spior, de koepelorganisatie van 71 moskeeën en andere islamitische organisaties in Rotterdam-Rijnmond die ‘meedoen’ in de Nederlandse samenleving wil bevorderen. Zeven jaar was ze er directeur. En dat betekent: altijd beschikbaar zijn. Als media bellen voor een standpunt, of vragen of ze een specifieke moslim kent die in hun verhaal past. Bijvoorbeeld: ‘Heb je een moslim die vast en tegelijkertijd eindexamen doet?’ Die kent ze altijd wel, maar meedoen willen ze vaak niet. „Het wantrouwen jegens media is groot.”

Moslims beleven hun religie steeds sterker, stelt het SCP. Gevreesd wordt dat dit de afstand tussen moslims en niet-moslims verder vergroot. Lees ook: Vasten, halal eten en vaker bidden

Een week nadat ze bij Spior ging werken, vlogen de twee vliegtuigen de Twin Towers in. Daarmee begon een periode van verwijdering tussen moslims en niet-moslims, mondiaal maar zeker ook in Nederland. Het werk was „enerverend” maar heeft ook „veel gevergd”. Nu komen er soms jonge stagiaires binnen die de aanslag op de Twin Towers niet bewust hebben meegemaakt.

Protestants opgevoed

Marianne Vorthoren is geboren op het Rotterdamse Eudokiaplein. Waar nu een winkelcentrum is, stond 39 jaar geleden een ziekenhuis. Ze is protestants gedoopt. Haar ouders scheidden toen ze anderhalf was. Ze kan zich niet herinneren dat ze samen waren. Wat ze van hen meekreeg: bidden voor en na het eten, bijbellezen, omzien naar een ander, het calvinisme „dat in alle Nederlanders zit”, je talenten gebruiken. Ze is haar ouders daar dankbaar voor.

Rond haar zeventiende drongen de grote vragen van het leven zich aan haar op. „Ik liep niet dwalend rond, maar dacht wel: wat geloof ik nou zelf? Ik heb in die tijd veel onderzoek gedaan, om me heen gekeken. Ik las de Bijbel, volgde filosofiecolleges, maar voerde ook gesprekken over geloven met mijn hindoeïstische rij-instructeur.” Ook de islam kwam in beeld, waarin ze overeenkomsten zag met het geloof van haar ouders. Ze studeerde inmiddels bestuurskunde. Met haar studievereniging organiseerde ze een studiereis naar Istanbul. Het was 1997 en het toen nog weinig beladen thema van de reis was: ‘de invloed van de islam op de samenleving’ .

„Voor het eerst was ik toen in een moslimomgeving, waar vijf keer per dag werd opgeroepen tot gebed. Toen ik over de Galata-brug liep en ik die oproep hoorde, raakte dat me.”

Daarbij kwam dat ze iemand ontmoette in Istanbul. Een Turkse Nederlander, een kennis van haar medestudenten. Zelf deed hij een andere studie.

Vorthoren lijkt zich bewust van de vooroordelen als ze vertelt. „Hij was niet de reden om moslim te worden. Maar hij was wel een extra aanleiding om me in de islam te verdiepen.” Toen ze later trouwden was zij – „en dat is belangrijk” – geen moslim. „Als hij dat van me had geëist, was het niet doorgegaan.”

Het hebben van homoseksuele relaties is niet toegestaan binnen de islam. Ik zeg: Omarm de vrijheid waardoor jij hier moslim kunt zijn. Als jij respect verwacht voor jouw keuzes en leefstijl, geef dat anderen dan ook

Marianne Vorthoren

Aan het huwelijk gingen lange wandelingen rond de Kralingse Plas in Rotterdam vooraf. Alles werd besproken, of ze zou werken, hoe de huishouding verdeeld zou worden, nu en straks. „Wat verwacht je van me, hoe vind je het dat ik mannelijke vrienden heb, die ik ook wil houden. Dat ik zal werken. Verwacht je dat ik een hoofddoek ga dragen? Ik dacht toen zelf nog van niet! Ik denk overigens dat dit gesprekken zijn die iedereen voor het trouwen zou moeten voeren met elkaar.” Een half jaar na hun bruiloft besloot ze moslim te worden en de geloofsbelijdenis af te leggen.

Moeilijke gesprekken met ouders

Moeilijke gesprekken met haar ouders volgden. „Ik besefte dat mensen anders reageren op een verjaardag als je zegt: ik word boeddhist, dan wanneer je zegt: ik word moslim.” Hun vragen kwamen voort uit bezorgdheid, begrijpt ze nu. „Is dit wel echt je eigen keuze? Je bent verliefd, kun je wel goed nadenken?” Het was pijnlijk, zegt Vorthoren. Omdat ze impliciet hun keuze voor hun geloof afwees. Zo hebben haar ouders dat althans aanvankelijk ervaren. „Mijn moeder vroeg: ‘Wat heb ik verkeerd gedaan?’. Niets natuurlijk, ik kies alleen een andere weg in het leven.”

Toen ze twee jaar later besloot een hoofddoek te gaan dragen, waren er opnieuw gesprekken. „Tot die tijd was het een persoonlijke keuze geweest, nu werd het zichtbaar.” Haar ouders werden er op aangesproken, door buren, vrienden. „De hoofddoek wordt gezien als hét symbool van vrouwenonderdrukking.”

Lees ook: Voor bekeerlingen kan de ramadan een eenzame maand zijn

Voor haar was die de uitkomst van een proces, zegt Vorthoren. „Het begon met het dragen van bedekkende kleding. Mijn lichaam voelde meer en meer als mijn privacy. Uiteindelijk begon ik me onprettig te voelen zonder hoofddoek. Voor mij is dit ook een onderdeel van #MeToo. Een vrouw bepaalt wat ze van haar lichaam wil laten zien, en aan wie.”

Hoewel het onder moslims gebruikelijk is een nieuwe naam aan te nemen bij de geloofsbelijdenis, deed Marianne dat niet. „Binnen de islam hebben ouders de verplichting hun kinderen een goede naam te geven. Ik vind dat mijn ouders dat al hebben gedaan. Ik ben vernoemd naar mijn grootouders. En ‘Marianne’ heeft vele mooie betekenissen, zoals ‘liefhebbende’.”

In de islam is wanhopen een zonde. Hoop is het uitgangspunt

Marianne Vorthoren

Er waren dingen in haar huwelijk waar ze aan moest wennen. Zíj werd met open armen ontvangen door haar schoonfamilie. Ook als dat een neef uit de derde graad in Turkije was. Maar ze moest eraan wennen dat iedereen ook altijd welkom moest zijn in háár huis. „Ik ben nogal een controlfreak, maar als ik zei kan het niet volgende week, dat bezoek, dan zei mijn man: dat kan ik niet maken.” Inmiddels vindt hij het ook wel handig om van tevoren te weten als er iemand komt. En zij is wat flexibeler geworden.

Tegen bepaalde gebruiken

Waar ze níét mee heeft willen leren leven zijn „culturele gebruiken onder moslims die ingaan tegen de islam”. Gedwongen huwelijken bijvoorbeeld. Genitale verminking. Uitsluiting van homoseksuelen. „Het hebben van homoseksuele relaties is niet toegestaan binnen de islam. Maar je mag tegelijkertijd geen mensen uitsluiten. Ik probeer uit te leggen dat nabuurschap niet alleen op je heteroseksuele buren slaat. Ik zeg: „Omarm de vrijheid waardoor jij hier moslim kunt zijn. Als jij respect verwacht voor jouw keuzes en leefstijl, geef dat anderen dan ook.”

Ze heeft de verwijdering tussen moslims en niet-moslims gezien in de periode dat ze Spior leidde. Maar ze kiest voor positivisme. „Ik zie ook veel mensen uit beide groepen die elkaar opzoeken. Buurtbewoners die bloemen in de heg steken bij de moskee waar Pegida wilde barbecuen. Daarbij: in de islam is wanhopen een zonde. Hoop is het uitgangspunt.” Het neemt niet weg dat het soms moeilijk is haar positivisme vast te houden. „Soms wil ik het nieuws niet zien.”

Lees ook het interview met de Belgische journalist Jan Leyers: ‘Het ware conflict speelt zich binnen de islam zelf af’

Ze weet nog niet wat ze hierna gaat doen. „Ik wil rustig nadenken over mijn volgende stap. Erachter komen wat ik nu wil.” Maar weg kan ze nog niet. Ze had aangegeven te vertrekken per 1 september. Maar een opvolger is er nog niet, de sollicitatieprocedure is verlengd.

Zij heeft als bekeerlinge zeven jaar lang Spior geleid. Hoe komt het dat niemand uit de moslimgemeenschap klaarstaat om haar op te volgen? Een voorzichtig lachje rond haar mond volgt. „Goeie vraag. De twintigers en dertigers van nu hebben de taalkennis en ontwikkeling wel, maar op de groep die dat allemaal in huis heeft, wordt al een groot beroep gedaan. Door moskeebesturen, en voor andere taken.” Wat ook meespeelt: in Spior zijn twaalf verschillende achterbannen vertegenwoordigd, waarvan de Turkse en Marokkaanse de grootste zijn. Diplomatiek: „Het kan lastig zijn om als je uit één van deze twee groepen komt, de verbinding met de andere groep te leggen. Het is belangrijk dat het iemand is met wie iedereen zich kan identificeren. ” Haar voorganger was Surinaams en kwam dus uit één van de kleinere groepen.

De dag van het interview loopt minder ingewikkeld af dan ze had gevreesd. Een confrontatie tussen Pegida-aanhangers en moslims blijft uit. De bus keert om voordat de Laleli-moskee is bereikt. Voor de moskee hadden zich een paar honderd tegendemonstranten verzameld.

    • Merel Thie