Recensie

Verzin desnoods je eigen geschiedenis

Michael Ondaatje

Opgroeien met ouders die zich nooit echt laten kennen. Hoe krijg je dan grip op je eigen leven? Daarover schreef Ondaatje een gelaagde roman.

Nathaniël is veertien wanneer zijn ouders opeens naar het buitenland vertrekken. Samen met zijn oudere zuster Rachel wordt hij toevertrouwd aan de zorgen van een kennis van zijn ouders, een mysterieuze man die de Mot wordt genoemd en die in het ouderlijk huis trekt. Het is 1945, de Tweede Wereldoorlog is net voorbij, Londen, waar het zich allemaal afspeelt, is een stad vol bomkraters en puin.

Nathaniël heeft zijn ouders nooit goed gekend – eigenlijk moet je zeggen dat die ouders zich nooit goed hebben laten kennen – en went snel aan de nieuwe situatie. Hij verwaarloost zijn school, krijgt via de Mot een vakantiebaantje in een groot hotel en ziet hoe het ouderlijk huis een verzamelplaats wordt van een merkwaardige groep mannen, scharrelaars, kleine criminelen die zich door de oorlog hebben geritseld en nu moeten wennen aan een nieuwe samenleving. Een van die mannen is een voormalige bokser, de Darter, die Nathaniël meeneemt op nachtelijke boottochten over de Thames om gesmokkelde windhonden op te halen.

Dat klinkt alsof de Canadese schrijver Michael Ondaatje (1943) een boek vol actie heeft geschreven, maar zo’n soort roman is Warlight niet. Het verhaal wordt verteld door een volwassen, terugkijkende Nathaniël, en de stemming is eerder dromerig dan dynamisch, door de schijnbare vanzelfsprekendheid waarmee de gebeurtenissen elkaar opvolgen; Nathaniël laat zich meevoeren op de stroom zonder dat hij veel idee heeft van het grotere kader waarbinnen zijn belevenissen zich afspelen.

Onduidelijk verband

Die dromerige stemming kennen we ook uit het bekendste boek van Ondaatje, De Engelse patiënt (1992). ‘Dromerig’ betekent hier niet zacht, of zoetig; het gaat om de manier waarop in dromen de waarheid je net kan ontglippen doordat het verband tussen de gebeurtenissen onduidelijk is, of het verband tussen jou en de gebeurtenissen.

Dat laatste geldt zeker voor Nathaniël uit Warlight, omdat voor hem veel verzwegen wordt. Over het leven van zijn ouders heeft hij nooit zoveel geweten, en die onwetendheid wordt alleen nog maar groter wanneer zijn zus ontdekt dat de hutkoffer die hun moeder vóór haar vertrek zo zorgvuldig heeft ingepakt, het huis nooit heeft verlaten.

Net als in De Engelse patiënt blijven in Warlight door dat dromerige effect de personages op enige afstand, maar dat is juist een verdienste van Ondaatjes proza; het weerspiegelt de moeizame banden van zijn personages met hun wereld. Warlight heeft nog iets met De Engelse patiënt gemeen: beide romans spelen in 1945, in die vreemde tussenperiode waarin de oorlog voorbij is maar de normale gang van zaken nog niet is teruggekeerd. Ook dat draagt bij aan het licht vervreemdende effect van deze romans. De wereld schommelt, op zoek naar nieuw evenwicht en binnen die schommelingen moeten de personages zich staande zien te houden.

Ook nadat zijn moeder is teruggekeerd, blijft ze een raadsel voor Nathaniël. Na haar dood probeert hij via gesprekken, vermoedens en niet in de laatste plaats zijn verbeelding de gaten in haar biografie te vullen. Zo probeert hij ook greep te krijgen op zijn eigen leven. Het wordt duidelijk dat de gebeurtenissen die Nathaniëls jeugd hebben bepaald, zich ver buiten zijn bereik hebben afgespeeld. Het is net of je in Warlight samen met de verteller langs de achterkant van een spionage-thriller scheert. Pas later wordt een beetje duidelijk hoe het allemaal zit.

Verzinsels

Warlight gaat uiteindelijk niet over spionage maar over het belang, nee, de noodzaak van verhalen. Daardoor krijgt deze nieuwe roman van Ondaatje een gelaagd karakter dat smeekt om tweede lezing. De auteur vertelt zijn verhaal aan ons, door middel van de stem van Nathaniël, die zijn verhaal vertelt. En er worden in Warlight ook door andere personages verhalen verteld, bijvoorbeeld door Nathaniëls collega’s in het hotel, verhalen die worden ‘verteld of verzonnen’, maar die ondanks overdrijving en verzinsels iets wezenlijks uitdrukken: de behoefte om een verhaal over je herkomst te hebben. Ook al is je eigen verhaal slechts een van de vele, als je geen eigen verhaal hebt, ben je niet meer dan een personage in het verhaal van anderen. ‘Wat hen gebeurde was het echte verhaal’, bedenkt Nathaniël wanneer hij terugdenkt aan twee mensen uit zijn jeugd, ‘terwijl ik alleen nog maar bestond in het labyrint van het leven van mijn moeder.’

Juist door het verhaal van zijn moeder te vertellen, probeert Nathaniël zich aan dat labyrint te ontworstelen. Door het opvullen van de gaten in het verhaal van zijn moeder kan hij zijn eigen verhaal in het juiste perspectief proberen te zien. Hij moet daarbij dingen verzinnen. ‘Dit is, houd ik mezelf nu voor, hoe het is gegaan’, schrijft hij als hij begint aan de scène over de dood van zijn moeder. Op een ander moment heeft hij het over het ‘half gedroomde’ karakter van de episode die hij beschrijft. De noodzaak een verhaal te hebben is blijkbaar groter dan het belang van de waarheid. ‘We brengen ordening in ons leven aan met verhalen die maar net stand houden’, laat Ondaatje zijn personage in het slothoofdstuk bedenken, ‘alsof we verdwaald zijn in een verwarrend landschap en bij elkaar harken wat onzichtbaar en onuitgesproken is – waarna we dat alles aan elkaar breien om te overleven.’

    • Rob van Essen