Verjonging op recept is nog niet in zicht

Wetenschap

Durfinvesteerders steken geld in onderzoek naar de bestrijding van veroudering. Een pil heeft dat nog niet opgeleverd, al knappen muizen op van de verwijdering van sluimerende cellen.

Annabel Oosteweeghel

    Verouderingsonderzoek is booming en dat is geen wonder. Wetenschappers speculeren dat binnen decennia de mensen die dan geboren worden makkelijk honderd jaar worden. En dat de oudste mensen flink ouder dan honderdtwintig jaar kunnen worden.

    Tot nu toe werden we ouder doordat artsen infectieziekten en hart- en vaatziekten bestreden, en doordat de woon- en arbeidsomstandigheden en de medische hulp verbeterden. Sinds een paar decennia roken we minder massaal. Dat levert nu ook extra levensjaren op.

    Mensen bleven langer gezond en de levensverwachting steeg, als bijwerking. Na 1950 is er tien jaar bij gekomen, waarvan 3,6 jaar na 2000.

    Inmiddels is een langere levensverwachting een doel op zich en verouderingsonderzoek een aparte tak van wetenschap. Die kijkt wat er – moleculair en dus functioneel – anders is in het verouderende lichaam dan in een jong lichaam. Wetenschappers zoeken medicijnen die ‘veroudering’ direct bestrijden.

    Er worden biotechnologiebedrijfjes voor opgericht. Durfinvesteerders steken er geld in – met een kleine kans op grote winst, denken ze. Ook grote technologiebedrijven als Google en Amazon investeren in antiverouderingsonderzoek. Google richtte het bedrijf Calico op. Unity Biotechnology kreeg onder meer geld van het investeringsfonds van Amazon-oprichter en -baas Jeff Bezos. Beide bedrijven hebben zich verknoopt met universitaire en industriële laboratoria.

    Sluimerende cellen

    Wetenschappelijk onderzoek naar veroudering, met als doel het vaststellen van de oorzaak en het vinden van een remedie, begon dertig jaar geleden in de krochten van universitaire laboratoria. Het resulteerde in een aantal achtereenvolgende hypes – vermeende verklaringen voor veroudering. De eerste was de verwoestende schade die oxiderende stoffen in het lichaam teweeg zouden brengen, waartegen het slikken van antioxidanten zou helpen. Later schreven wetenschappers veroudering toe aan korter wordende telomeren (uiteinden van chromosomen) waardoor de celdeling stopt; weer later aan de uitputting van de stamcelvoorraden waaruit we onze weefsels regenereren. Hier valt tot nu toe niets tegen te doen. Hetzelfde geldt voor de volgende boosdoener: schade aan de erfelijke code ín het DNA (genetisch) en aan de buitenkant van DNA-moleculen en chromosomen (epigenetische schade).

    Er zijn ook onderzoekers die de oorzaak van veroudering zien in de stapeling van niet of verkeerd afgebroken eiwitten in de cellen, of in schade aan energieproducerende mitochondriën, of in veranderde communicatie tussen cellen.

    De meest recente hype zijn de ‘sluimerende (senescente) cellen’. Die cellen zijn zo beschadigd dat ze niet meer meedoen als vitale lichaamscel, maar ze worden ook niet netjes afgebroken en vervangen. Ze hangen maar wat rond. Een paar jaar geleden is ontdekt dat ze daarbij nog langzame ontstekingsprocessen veroorzaken, waardoor ze het normale functioneren van hun omgeving verstoren. Het mooie is: er zijn stofjes gevonden die de senescente cellen alsnog de dood injagen en laten verdwijnen. Muizen knappen daar flink van op en worden ouder.

    Veel onderzoekers en geldschieters hebben er financieel en publicitair belang bij om één van die verouderingsoorzaken tot de belangrijkste uit te roepen. Daar kwamen al die hypes ook vandaan. Maar wat ze ook beweren: er is geen allesbepalend verouderingsproces in het menselijk lichaam. Al die processen hangen samen en de intensiteit (of: de ernst) ervan varieert per individu.

    Succesvol ingrijpen op verouderingsprocessen kan nog niet, maar sinds het eind van de negentiende eeuw loopt de levensverwachting op. Kinderen die in 1870 werden geboren, hadden een levensverwachting van 36 (jongens) en 39 jaar (meisjes). Een eeuw later was het 71 en 77 jaar, vooral door het terugdringen van de baby- en kindersterfte. De kloof tussen mannen en vrouwen groeide doordat mannen toen massaal rookten. In de loop van de tijd waren het steeds andere factoren die de vooruitgang beïnvloedden: de aanleg van riolen en drinkwaterleidingen, betere voeding, betere huisvesting, medische vooruitgang.

    Oppepper

    In het eerste decennium van deze eeuw kreeg de levensverwachting in Nederland een flinke oppepper, na een stagnatie in de jaren tachtig en negentig, toen andere Europese landen Nederland passeerden op de ranglijst met de hoogste levensverwachting. Die opleving, analyseerden onderzoekers van het Erasmus MC, kon voor bijna de helft worden verklaard doordat in 2001 veel meer geld voor medische behandelingen beschikbaar kwam. Dat maakte een eind aan lange wachtlijsten voor operaties. Er werden meer medicijnen voorgeschreven. De Nederlanders profiteerden eindelijk voluit van de vooruitgang in vooral de behandeling van hart- en vaatziekten.

    Levensverwachting is overigens een lastig, en in de praktijk rekbaar begrip. De exacte levensverwachting van mensen uit een bepaald geboortejaar kan alleen worden vastgesteld als iedereen uit dat jaar dood is. Maar mensen – en ook bijvoorbeeld pensioenfondsen – willen veel eerder weten wat ze kunnen verwachten. Er zijn daarom berekeningen die de levensverwachting van zo’n geboortecohort voorspellen.

    Zo’n berekening houdt bij hoeveel mensen uit ieder geboortejaar er in een jaar tijd overlijden. En er worden trends van de afgelopen jaren in meegenomen – niet alleen uit Nederland, maar ook uit andere West-Europese landen. Het Centraal Bureau voor de Statistiek gebuikt sinds 2012 een model dat sterfte door longkanker (door roken), sterfte door andere rokersziekten en niet-rokersgerelateerde sterfte apart berekent.

    Voor het bijstellen van de pensioenleeftijd rekent dat model niet de levensverwachting bij geboorte uit, maar de levensverwachting van 65-jarigen. In de AOW-wet staat een formule die de pensioenleeftijd bepaalt. Volgens die formule mogen we gemiddeld 18,26 jaar van ons pensioen genieten.

    • Wim Köhler