Recensie

Tempels voor het dagelijkse leven

Publieke Werken

Functioneel alleen was niet genoeg, vonden ontwerpers bij Publieke Werken. Van bruggen tot urinoirs: alles kreeg iets uitbundigs.

Het merkwaardigste urinoir van Amsterdam staat op de Oudezijds Voorburgwal, schuin tegenover het voormalige raadhuis waarin nu The Grand Hotel is gevestigd. Niet zozeer de vorm van het ovalen gebouwtje van beton en baksteen is vreemd: de in 1980 opgeheven dienst Publieke Werken, in 1854 in het leven geroepen om de groei van Amsterdam in goede banen te leiden, besteedde in de eerste helft van de 20ste eeuw nu eenmaal ongewoon veel aandacht – en geld – aan nietige bouwwerken als urinoirs en kabelkasten. Dat is nu goed te zien achter Museum Het Schip, waar de tentoonstelling Publieke Werken en de Amsterdamse School 1915-1935 wordt gehouden. Op de binnenplaats van dit beroemdste woningblok van de Amsterdamse School staat een mooie verzameling versierd ‘straatmeubilair’ van voor de Tweede Wereldoorlog.

Wel vreemd is het stenen beeld van stadsbeeldhouwer Hildo Krop (1884-1970) dat op het urinoir is geplaatst: drie op elkaar gestapelde, knoestige mannenkoppen met open monden met daarnaast een staande halfnaakte man, ook met open mond. Waarom Krop, die honderden beelden maakte voor de bruggen en gebouwen van Publieke Werken, de vier mannen geschikt vond om een urinoir te sieren, wordt niet duidelijk op de tentoonstelling. Ook het onlangs verschenen boek Publieke Werken. Hoeksteen van de Amsterdamse School 1915-1935 van de architectuurhistoricus Pim Soelaas geeft geen antwoord op deze vraag.

Maar op internet staat het urinoirbeeld van ‘de communistische koekenbakker’, zoals volksschrijver Gerard Reve Krop eens noemde, bekend als Het mannenkoor. Gezien de gebalde vuist van de staande man zingen de vier De Internationale of een ander socialistisch strijdlied, ongetwijfeld bedoeld voor de gemeenteraadsleden die tot 1988 langs het urinoir liepen naar de ingang van het raadhuis.

Wel staat in het boek en ook op de tentoonstelling vermeld dat verschillende gemeenteraadsleden het urinoir bij oplevering in 1926 veel te duur en monumentaal vonden. Ook de architect Mart Stam, die als streng functionalistisch architect een grondige hekel had aan de uitbundige Amsterdamse School, hekelde het urinoir. Het gaf geen pas om van nietige bouwwerken als urinoirs en transformatorhuisjes ‘tempeltjes’ te maken, schreef hij in avant-gardetijdschrift i10.

Maar tempels maken voor het dagelijkse leven was nu juist precies wat de ontwerpers van de afdelingen Gebouwen en Bruggen van de Publieke Werken wilden. Van alles wat ze ontwierpen, van schoolgebouwen tot girobussen en van bruggen tot lantaarnpalen, wilden ze meer dan een louter functioneel ding maken. Hierin werden ze gestimuleerd door hun directeur, Andries Bos. Die kreeg bij zijn aantreden in 1907 al gauw de ambitie de gebouwen van Publieke Werken een ‘eigentijdser’ karakter te geven dan zijn voorgangers. Daarom nam hij jonge architecten als Joan van der Meij, Michel de Klerk en Piet Kramer in dienst. Het trio zou uitgroeien tot de Grote Drie van de Amsterdamse School.

Kramer werd in zijn lange carrière bij Publieke Werken de Amsterdamse bruggenspecialist. Meer dan 300 bruggen ontwierp hij en vooral in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog liet hij ze, met of zonder beelden van Krop, buigen, golven en bollen, zo is nu te zien in Museum Het Schip. Zelfs aan eenvoudige loop- en fietsbruggen gaf hij steeds een andere draai.

De Klerk en Van der Meij hebben niet lang gewerkt voor Publieke Werken. Maar hun invloed op hun collega’s was groot en ook de onbekendere architecten ontwierpen, vaak als collectief, schitterende tempels voor het dagelijkse leven, zo blijkt uit de vele foto’s, ontwerptekeningen, tegels en brievenbussen in Het Schip. Vooral het werk van Pieter Marnette, de architect van onder meer De Schaats uit 1927, het bakstenen gebouw naast de Oudemanshuispoort aan de Kloveniersburgwal, deed nauwelijks onder voor dat van de Grote Drie.

Niets was te nietig voor de Amsterdamse-Schoolontwerpers van Publieke Werken. Trapleuningen, lampen, deurklinken – alles onderwierpen ze aan vormgevingslust. Zelfs de kapstokken in de schoolgebouwen waren veel aandacht waard. Een van de hoogtepunten van Publieke Werken en de Amsterdamse School zijn de keramische tegels met afbeeldingen van vogels, insecten, reptielen die men liet maken om boven de haakjes voor de jassen te hangen.

    • Bernard Hulsman