Sporters willen ook lekker eten

Wat eten we? Waarom zijn sportkookboeken culinair vaak zo’n teleurstelling? Sportdiëtisten zouden met goede groentekoks in zee moeten gaan.

Foto Istock

Avocado is misschien wel het lievelingseten van sporters. Je kunt er vezels en gezonde vetten uit halen, hij levert wat calorieën en is makkelijk te combineren. Maar ook een tikje saai. De avocado staat langzamerhand symbool voor het genre ‘gezonde kookboeken’. Waarom zijn dieet- en sportkookboeken culinair vaak zo weinig inspirerend? Bij boeken die als doel hebben je te laten afvallen kun je denken: prima, dan krijgen we tenminste niet te veel trek. Maar ook sportkookboeken hebben vaak dat fletse, dertien-in-een-dozijnerige. Altijd weer die weckpotjes met havermout, die notenballetjes, pannenkoekjes met fruit en zalmwraps met …avocado.

Het ultieme sportkookboek, het nieuwe boek van de Vlaamse sportdiëtist Stephanie Scheirlynck is daarop geen uitzondering. Geen ingrediënt dat zoveel gebruikt wordt als avocado. Op het oog dan, want een register ontbreekt – best onhandig als je kookt met wat er nog in de groentela ligt.

Soms vraag je je af: wil ik dit überhaupt eten? Volkorenlinguine (pasta) met een dikke pompoensaus. Een ovenschotel met quinoa, champignons en gesmolten kaas. Volkorentortilla met kaas, gerookte kip en cranberrysaus. Yoghurt met pindakaas en munt. Een salade met peer, cranberry en avocado (nee, avocado combineert niet met álles). Een spaghetti die carbonara heet maar dan zonder spek en ei en mét zalm en courgette. Noem het dan geen carbonara. Noem het dan gewoon spaghetti met zalm en courgette. En van die onappetijtelijke fabrieksreepjes gekookte ham en plakjes kalkoenfilet. Doe ons dan maar de toast met avocado en zalm. Of liever: doe ons maar helemaal een ander kookboek.

Waarom gaan sportdiëtisten niet wat vaker met een goede (thuis)kok of kookboekenschrijver in zee? Niven Kunz, die met 80 procent groente en 20 procent vis of vlees kookt, zou geweldig voor sporters kunnen koken. Of kijk naar de vegetarische kookboeken van Hugh Fearnley-Whittingstall of Anna Jones. Als groente het uitgangspunt is, heb je al een gezonde basis. Doe daar desnoods – hoeft niet eens – zelf vlees, vis of ei bij, als je bang bent je spierballen te verliezen.

Eiwitshakes zijn enorm populair in de sportschool: ze helpen bij herstel en opbouw van spieren. Maar heeft de amateursporter er echt wat aan?

Dat die recepten in Het ultieme sportkookboek nogal tegenvallen, is vooral jammer omdat de inleidende hoofdstukken over de juiste sportvoeding zo nuttig zijn. Hoe ziet je lichaam eruit, welke sport beoefen je, hoe verbruik je je energie, welke voedingsstoffen zijn belangrijk voor welke sporters, wat doen ze en waar zitten ze in? En wie is eigenlijk de man met de hamer? Daar heb je wat aan, en het is ook nog eens duidelijk en nuchter opgeschreven. Aan al die poeders en pillen waar je sporters over hoort praten, hoef je geen geld te besteden. Meer dan 2 à 3 gram eiwit per kilo lichaamsgewicht heb je, tenzij je een bodybuilder bent, niet nodig, dat haal je makkelijk met wat extra kwark of kip. Als je gevarieerd en genoeg eet, kun je alle vitaminen en mineralen uit je eten halen.

Weinig is fijner dan je tijdens een lange fietstocht al te verheugen op wat je daarna gaat eten. De vegetarische riboletta van Anna Jones. De roerbak van bietjes, snijbiet, chili, gember en limoen van Fearnley-Whittingstall. Of als het dan toch avocado moet zijn: dan die van Niven Kunz, met makreel, komkommer, crème fraîche en koriander. Zo makkelijk kan het zijn.

    • Martine Kamsma