Preken in de moskee in Indonesië tegen plastic troep

Annemarie Kas in Jakarta

Na een paar maanden wist het personeel van het koffietentje waar mijn taalleraar en ik altijd afspreken dat we onze cappuccino het liefst uit een gewone mok drinken. Buat mengurangi sampah, leerde ik erbij zeggen: om het afval te verminderen.

Alleen zodra één van ons iets anders bestelt dan seperti biasa, gaat het mis. Dan krijgen we die ijskoffie of thee alsnog in een plastic of kartonnen bekertje. Dit kleine voorbeeld tekent het gebrek aan milieubewustzijn van veel Indonesiërs.

Indonesië heeft een afvalprobleem, specifieker nog een plasticprobleem. Wereldwijd levert alleen China een grotere bijdrage aan de vervuiling van de oceanen. Het meeste plastic komt via rivieren in zee terecht. Vier van de twintig vuilste rivieren ter wereld liggen op het eiland Java. Het wetenschappelijke tijdschrift Nature schreef vorig jaar dat 14,2 procent van al het plastic in zee uit Indonesië komt.

Dat zie je terug op straat. De Indonesische hoofdstad Jakarta is op het eerste gezicht aardig schoon, maar dat is het werk van wat hier het ‘oranje leger’ heet. Ruim 20.000 mannen en vrouwen in oranje uniforms halen van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat het vuilnis van de straat en baggeren de verstopte rivieren leeg.

Buiten de stad is het vuilnis overal. Tijdens een weekendje weg, aan de kust, zitten we op het strand te picknicken tussen de lege bakken noedels, eenzame slippers en uitgeknepen pakjes drinken. De geur van verbrand plastic dringt hier een paar keer per dag je neus binnen – wat moeten de inwoners er anders mee?

Op de mooiste duikplekken van het land drijft plastic in zee. In maart ging er een video viral van een Britse duiker die filmt hoe hij door de troep zwemt, ongeveer 20 kilometer uit de kust van Bali. De grote rog die onder hem door zwemt, valt helemaal niet op, zoveel vuilnis dobbert er rond.

De Indonesische overheid ziet het probleem wel, maar doet weinig. Twee jaar geleden probeerde de regering al eens om een belasting te heffen op plastic tasjes. Die zouden voortaan 200 roepia per stuk kosten, iets meer dan 1 eurocent. Maar het kwam er niet van. De levensmiddelenindustrie was tegen en zelfs binnen de regering was er kritiek op het plan: de minister van Industrie kwam op voor de producenten van de tasjes.

Indonesië heeft vorig jaar aan de Verenigde Naties beloofd dat in 2025 de hoeveelheid plastic afval met 70 procent verminderd zal zijn ten opzichte van 2017. Er bestaat ook een nationaal actieplan voor. Veel concrete maatregelen staan daar niet in, het belangrijkste zou het vergroten van de bewustwording zijn.

Vooral op Bali, het eiland dat de meeste toeristen trekt, ziet de lokale overheid het belang van schone stranden zeker wel. In december riep het eiland een vuilnis-noodtoestand uit. En de hippe tentjes hier serveren je verse watermeloensap met een rietje van bamboe of roestvrij staal. Maar voor de gewone Indonesiër is dit soort eco-bewustzijn ver van zijn bed.

Het recentste plan is om de twee grootste moslimorganisaties van het land te laten helpen. Zij gaan in hun preken vertellen hoe slecht het gebruik van plastic zakjes is – het zijn er nu bijna tien miljard per jaar. Wie weet kunnen zij de gemiddelde klant in de supermarkt in Jakarta overtuigen. Die laat gerust zijn weekboodschappen inpakken in minstens twintig tasjes.

    • Annemarie Kas