Recensie

Je gezien weten, dat willen we

Virginia Woolf

Een jonge vrouw reist per boot van Londen naar Amerika. Aan het einde van de 19de eeuw is dat het begin van haar ontwikkeling van meisje tot vrouw, tot autonoom handelend, denkend mens.

Virginia Woolf in 1902, geportretteerd door George Charles Beresford

The voyage out is een roman als een schip, traag en majestueus golft ze van de bladzijden. Virginia Woolfs eerste is een weldaad. Nu die roman uit 1915 eindelijk als De uitreis in vertaling is verschenen, kunnen we kort zijn over de reden waarom het zo lang duurde: stekeblinde beroepslezers ter plaatse. The New York Times kon het ook niet bekoren. In 1920 poogt de krant de vuistdikke roman samen te vatten in vier zinnen en begint daartoe als volgt: ‘Ridley Ambrose, a professor, and his wife, Helen, a woman of the smart London world, are going to the antipodes on a vessel owned by Helen’s brother-in-law, Willoughby Vinrace.’ Een zin die je een beetje doet grinniken als je het boek net hebt uitgelezen. Want ergens begrijp je nog wel dat het problemen kan opleveren dat Woolf de gedachte verwerpt dat er zoiets bestaat als een hoofdpersoon. Ze wil het over de mensheid en het mens-zijn hebben en heeft daar nu eenmaal mensen bij nodig, niet per se hoofdpersonen.

Maar áls die er al zou zijn, dan zou dat de 24-jarige Rachel Vinrace zijn. Het is haar ontwikkeling van meisje tot vrouw die we volgen op wat begint als een bootreis van Londen naar Zuid-Amerika. Via haar gesprekken en bevindingen, de boeken en toneelstukken die zij leest leren we de centrale thema’s van de roman kennen: vriendschap, politiek bedrijven, familiebanden, kunst maken, activisme, geloven, het huwelijkse leven, hoe vrouwen zich tot mannen verhouden en andersom. Via deze gesprekken en uitwisselingen verandert het smalle wereldbeeld van een klein gehouden, beschermde dochter in dat van een autonoom denkend en handelend mens.

Vorm en inhoud

In vorm en inhoud ademt het hele werk de gedachte dat alles met alles in verbinding staat. Dat er niet zoiets bestaat als een geïsoleerd idee, of een te isoleren mens, in de werkelijkheid niet en – als je het leven beoogt te vangen om het te doorgronden – op papier ook niet. Steeds dus toont Woolf verbinding en de wijze waarop mensen en ideeën met elkaar in aanraking komen. ‘In aanraking komen’, de ervaring daarvan, wat dat doet, daaruit lijkt de centrale vraag van de roman te bestaan.

Nooit stelt Woolf simpelweg zaken tegenóver elkaar. Dualisme, het binaire, Woolf blijft er bij vandaan. En ook dat is weldadig. Ze toont ons een wereld waar mensen voortkomen uit een wijdverbreid web, kortstondig op aarde zijn, oplichten, intens leven in contact met anderen en weer uitdoven, opnieuw opgaan in datzelfde web dat hen heeft voortgebracht.

Haast opgelucht de 19de eeuw achter zich te kunnen laten, op weg naar het nieuwe, en onbevreesd zich hieraan bloot te stellen, vaart het schip uit. Woolf lijkt diep doordrongen van wat er schort aan de zienswijzen van haar tijd en hoe die zienswijzen, de idealen zogezegd, de mensen die ze moeten dragen en vervolmaken in de weg zitten. Het is de 19de eeuw waarin veel van onze huidige ideeën – waarmee het nogal eens behelpen kan zijn – hun oorsprong vinden.

Neem de scheiding tussen natuur en cultuur. De Britse filosoof Timothy Morton publiceerde er recent over. Hij stelt: we zouden af moeten van het denken waarin we onszelf buiten de natuur plaatsen. Er ís geen buiten. Woolf lijkt zich van dit denken bewust. In De uitreis golft de zee over in de mensen en de mensen bewegen mee met het woud dat zij bezoeken. De nacht is een gesteldheid. Onweer een toneelstuk. Een blauwe vogel bezoekt een terras en verandert de loop van een gesprek. Een kudde galopperende herten over groene heuvels brengt de mensen die ze bezien in vervoering, verhoogt hun bewustzijn.

Woolf heeft uitzonderlijk scherpe ogen voor wat ons angst inboezemt en op welke wijze dat ons aantrekt. Het gevaar van reizen, het gevaar van werkelijk contact. Hoe we ons na kwetsbaarheid weer bedekken en uit de voeten maken.

Hóe ze kijkt is geestig. Zo laat ze iemand zeggen, als oplossing voor eigenlijk alles, en hier ook aan Brits imperialisme te verbinden: ‘Thuisblijven, had ik dat maar gedaan, denk ik vaak! Iedereen zou thuis moeten blijven. Maar dat doet natuurlijk niemand.’

Het is een monster ook, alles past in de buik van dit schip. Het is écht een barstensvolle roman, vol pratende en denkende mensen die almaar langer doorpraten en doordenken. Maar het is het soort monster op wiens rug je je languit mee wil laten voeren. En de stille pendant van het eeuwige geroezemoes ligt óók besloten in de buik van het monster. Terence Hewet, de ernstige jongeman waar Rachel graag mee verkeert, wil een roman schrijven over de stilte. Zijn gedroomde debuut zou ‘Het zwijgen, of de dingen die niet worden gezegd’ moeten gaan heten.

Je gezien weten – is dat de diepmenselijke ervaring waar we naar zoeken en die we vrezen, in de kunst en in het leven? En begint dat verlangen dan al bij heel vaak achter elkaar ‘kijk, mama, kijk, mama, kijk’ roepen? In De uitreis wordt dit element van de menselijke ervaring nogal dicht genaderd. Expliciet is deze opwinding van het kijken en bekeken worden terug te vinden in een scène, halverwege de roman. Vanuit het donker kijken twee vrouwen naar een helder verlicht hotel en de levens die zich daarin afspelen. Ze luisteren de gesprekken af, laven zich aan hun beschermde positie in de schaduw. Pas laat bemerken ze dat ook zij bekeken worden door iemand vanuit het donker in een raam op een bovenverdieping. Gillend van schaamte en plezier stuiven ze weg. Woolf toont: je bent op aarde getuige én onderdeel van de handeling tegelijk, subject en object.

Rachel Vinrace leeft ten diepste en het zijn de allergrootste vragen die zij uiteindelijk doorleeft. Verliefd worden en sterven. Het boek geeft via haar ervaring zachtmoedig duiding aan dat onbegrijpelijke schone en gruwelijke geheim dat we in leven zijn. Woolf zegt: het enige antwoord op de vraag die de dood is, is het leven. En ook: het universum waar dit plaatsvindt is onverschillig. Kunnen wij mensen in het reine komen met de betekenisloosheid van onze diepste ervaringen?

    • Hannah van Wieringen