Gevaar van de videoscheids: slowmotion maakt streng

Perceptie

Overtreding of toch niet: op het WK in Rusland geeft de videoscheidsrechter steeds vaker de doorslag. Maar een scheidsrechter die beelden in slow motion terugkijkt, oordeelt strenger. Komt de objectiviteit in gevaar?

Spaanse voetballer Sergio Busquets (L) gaat de discussie aan met de Uruguayaanse scheidsrechter Andres Cunha tijdens de wedstrijd Iran - Spanje op 20 juni. Foto Saeed Khan/AFP

In het dagelijks leven zie je het nooit, maar in de kijkbeleving van het WK is slowmotion heel normaal. Zelfs bij realtime-voetbalwedstrijden worden in de stadions op grote schermen vertraagde beelden getoond. Mooi toch?

Misschien niet. Wie een overtreding ziet in slow motion blijkt eerder geneigd om te denken de dader de overtreding expres heeft begaan. In sporttermen: je trekt eerder rood. En dat effect geldt niet alleen voor verontwaardigde kijkers thuis.

De Belgische bewegingswetenschapper Jochim Spitz (1988) onderzoekt al jaren de psychologie van voetbalscheidsrechters. Hij ontdekte dat topscheidsrechters geen beter spelinzicht hebben dan gewone, maar wel beter kunnen voorspellen wanneer een speler een overtreding zal begaan (Psychology sport and exercise, januari). De beste scheidsrechters blinken uit in specifieke vaardigheden, zoals besliskracht en anticipatie, maar bijvoorbeeld niet in algemene vaardigheden als patroonherkenning.

De laatste tijd onderzoekt Spitz met collega’s van de Onderzoeksgroep Bewegingscontrole & Neuroplasticiteit van KU Leuven ook beslissingen van de videoscheidsrechter en speciaal het effect van slowmotion. Spitz kreeg voor dit promotieonderzoek een beurs van de UEFA. Hij liet bijna 90 Europese topscheidsrechters kijken naar beelden van één-tegen-één-overtredingen uit de Europese competities, vertraagd of op gewone snelheid (Cognitive Research: Principles and Implications, 11 juni). Ze kregen telkens tien seconden bedenktijd: niks, geel of rood? Een team van de internationale voetbalspelregelautoriteit IFAB bepaalde per overtreding de ‘normbeoordeling’.

En wat bleek? Bij slowmotion-beelden wordt het scheidsrechteroordeel strenger dan bij gewone beelden. Spitz: „Als de referentie-beslissing een gele kaart is, geeft 20 procent van de scheidsrechters toch rood bij het zien van de beelden in slowmotion. Als de scheidsrechter de beelden van de overtreding in realtime ziet, is die kans maar 11 procent.” Slowmotion maakt strenger. Spitz: „En dat is ook logisch. Als de actie langzamer gaat, lijkt de ‘dader’ meer tijd te hebben om na te denken en dan is de schuld groter. Alles lijkt veel doelbewuster. Terwijl alles in werkelijkheid razendsnel gaat.”

Bij technische beslissingen is er geen probleem. Al eerder toonde Spitz aan dat slowmotionbeelden leiden tot een beter oordeel bij het vaststellen van buitenspel en van tackles in ingewikkelde situaties met meerdere spelers, als het gaat om de vraag wie een tegenstander wanneer en hoe aanraakte. Maar in de beoordeling van de overtreding (onvoorzichtig: geen kaart; roekeloos: gele kaart; met buitensporige kracht: rode kaart) werken vertraagde beelden dus verzwarend.

Beelden NOS
De Zwitser Zuber (14) duwt de Braziliaan Miranda uit de weg en scoort de gelijkmaker, op 17 juni in Rostov aan de Don. Achteraf protesteerde Brazilië: waarom greep hier de VAR niet in?
Beelden NOS

Betere beslissingen door VAR

En de videoscheidsrechter is juist sterk in opmars. De IFAB maakte in maart bekend dat de experimenten van de videoscheidsrechter in de afgelopen twee jaar, onder meer in de Italiaanse en Duitse competities, succesvol waren en dat het ook zou worden toegepast bij het huidige wereldkampioenschap in Rusland. Een doorbraak voor de video assistant referee (VAR), waarbij een positieve evaluatie van meer dan 1.000 VAR-wedstrijden door het Leuvense wetenschapsteam mede de doorslag gaf. Spitz: „In een op de drie of vier wedstrijden komt de VAR eraan te pas en alles bij elkaar leidt dat tot verbetering van de belangrijke beslissingen. Zonder VAR is, achteraf bekeken, 93 procent van de beslissingen correct, maar met VAR loopt dat op tot ruim 98 procent.” En ook niet onbelangrijk: het tijdverlies voor de wedstrijd is gering. „Ongeveer één minuut als de scheidsrechter ook zelf beelden gaat bekijken. Als je weet dat de reële speeltijd in competitiewedstrijden ongeveer 60 minuten is, valt dat wel mee”, zegt Spitz. „Een half uur gaat heen met het opstellen voor uittrappen, ingooien, vrije trappen, hoekschoppen, enzovoorts.” Sowieso zijn er gemiddeld maar vijf situaties per wedstrijd die binnen het VAR-protocol vallen en in de achtergrond worden ‘gecheckt’.

Hoe is het om een VAR te zijn? “Ik heb in dat hok meer stress dan op het veld.”

En nu is in het voetbal de VAR dus helemaal los, vanuit zijn speciaal ontworpen hoogtechnische omgeving met HD-beelden van tientallen camera’s die in directe radioverbinding staat met de scheidsrechter op het veld. De protocollen van de IFAB en FIFA zijn uitvoerig. Alleen als de VAR – altijd een actieve of ex-scheidsrechter – ernstige beoordelingsfouten ziet (in FIFA-termen: een ‘clear and obvious error’ of een ‘serious missed incident’) in de toekenning van doelpunten, penalties of rode kaarten, moet hij de scheidsrechter inlichten. De scheidsrechter mag ook altijd zelf om advies vragen. In het uiterste geval legt de scheidsrechter het spel stil en loopt naar de kant om op een scherm zélf de beelden te bekijken. Altijd heeft de scheidsrechter op het veld het laatste woord. In Moskou is nu een VAR-zenuwcentrum ingericht waarbij iedere wedstrijd wordt gevolgd door négen mensen: een videoscheidsrechter, drie assistenten, vier repeat operators én een FIFA-official. De beelden die de scheidsrechter bekijkt, worden ook in het stadion en op tv getoond. Iedereen kijkt mee.

Maar de IFAB luisterde ook naar de kritiek uit Leuven. Mede door de conclusies van Spitz en zijn Leuvense collega’s wordt in het ruim 60 pagina’s tellende VAR-protocol van de IFAB expliciet bepaald dat VAR en scheidsrechter best beelden in slowmotion mogen kijken, maar: ‘Slowmotion herhaling zou alleen gebruiken moeten worden om het precieze contactpunt van fysieke overtredingen en hands vast te stellen’. En: ‘De intensiteit en de bedoeling van de overtreding zou moeten worden bekeken op normale snelheid’.

Over de schouder

„En zo hoort het ook”, zegt Spitz. „Maar het valt mij wel op dat veel van die replays op het WK die ik nu als gewoon toeschouwer meekijk over de schouder van de scheidsrechter wel degelijk slowmotion zijn, ook al is het soms maar heel licht. Dat is logisch als het gaat om de vraag: trapt die speler nu op de enkel of de knie? Maar ik zie het heel veel. Dat is toch gevaarlijk voor de objectiviteit.”

Spitz en zijn Leuvense collega’s zijn niet de enige wetenschappers die zich zorgen maken over het effect van slowmotion op het oordeelsvermogen. Dit onderzoeksveld begon een paar jaar geleden met een doodstraf in de Verenigde Staten. Wie zich nu opwindt over een dankzij (of ondanks) een videoscheidsrechter afgekeurd doelpunt in een WK-wedstrijd, kan ook weleens denken aan het lot van de Amerikaanse overvaller Lewis M. Jordan, alias John Lewis.

In 2009 werd John Lewis in Philadelphia ter dood veroordeeld wegens moord op de toen 54-jarige politieman Charles Cassidy, twee jaar eerder. De agent liep toevallig de Dunkin’ Donuts-winkel in die Jordan net – voor de tweede keer in zes weken – aan het beroven was. Twee seconden nadat Lewis de agent in de deuropening zag, schoot hij hem door het hoofd. Volgens de verdediging van Lewis was het een ‘ongeplande moord’ (second degree murder), een paniekreactie en dus geen bewuste moord (first degree murder). Maar omdat de juryleden de bewakingcameraopnames uitvoerig in slowmotion hadden gezien, léék het voor hen wel of Lewis tijd genoeg had gehad om zijn handelingen te overdenken.

Maar in 2013 wees het hooggerechtshof van Pennsylvania die bezwaren definitief af. Sowieso omdat volgens het hof een plan om te doden al in een fractie van een seconde kan worden opgemaakt (‘the design to kill can be formulated in a fraction of a second’). Het van dichtbij richten van een wapen op iemands hoofd, zoals Lewis deed, toont al planning genoeg. Maar ook woog mee dat de juryleden echt wel wisten dat ze naar slowmotion keken. En ze hadden de beelden ook een paar keer op normale snelheid gezien. Niks aan de hand dus. De executie van Lewis door een dodelijke injectie werd gepland voor 18 juni 2014, maar ging op het laatst niet door. Hij zit nog steeds in de dodencel.

Dat oordeel van het hof van Pennsylvania bleef knagen bij drie Amerikaanse psychologen, die in 2016 met een reeks experimenten aantoonden dat wie een moord in een winkel beoordeelt met behulp van slowmotionbeelden maar liefst 3,5 keer vaker tot doelbewust handelen besluit dan wie hetzelfde beoordeelt op gewone snelheid (PNAS, 16 augustus 2016). Wie de moord op beide snelheden bekijkt, is wel iets milder: 1,5 zo vaak het zwaarste oordeel als op alleen normale snelheid. Het trage beeld blijft invloed houden op het oordeelsvermogen.

Jochim Spitz uit Leuven is er helder over: „Het leven speelt zich af in realtime, niet vertraagd. Dat moet de referentie blijven.” En hij vermoedt dat meer vertekeningen ons oordeel vertroebelen. „Bij de voetbalwedstrijden zie je nu ook steeds vaker heel mooi uitvergrote acties en overtredingen. Maar in het leven kun je ook niet uitzoomen. Dat gaan we dus ook maar eens uitzoeken.”

    • Hendrik Spiering