Europees vaderschapsverlof van tien dagen dichtbij, ondanks Nederlands verzet

Sociale wetgeving Als het Europees Parlement instemt krijgen alle Europese vaders minimaal tien dagen betaald verlof na de geboorte van hun kind.

Vader met dubbele kinderwagen. Harold Versteeg / HH

Het doel van de Europese Commissie om vaders tien dagen betaald vaderschapsverlof te geven is een stap dichterbij. Donderdag bereikte de Raad van de Europese Unie –die wordt gevormd door ministers van de 28 lidstaten– in Luxemburg overeenstemming over de contouren van het plan.

Het is nu aan de Commissie om in onderhandelingen met het Europees Parlement tot een nieuwe wet te komen.

In Nederland krijgen vaders momenteel twee dagen betaald vaderschapsverlof. Daarmee scoort Nederland laag in internationale vergelijkingen. In België, Duitsland, Scandinavië en bijvoorbeeld ook Roemenië en Polen krijgen vaders minimaal tien dagen betaald verlof.

Nederland was geen voorstander van de uitbreiding van het vader- en partnerschapsverlof en stemde donderdag net als twee andere lidstaten tegen. „Ons uitgangspunt is dat zaken zoals verlof door de lidstaten zelf geregeld kunnen worden”, stelt een woordvoerder van minister Koolmees (Sociale Zaken, D66) desgevraagd.

WIEG

Vorige week stuurde minister Koolmees de Wet invoering extra geboorteverlof (WIEG) naar de Kamer waarin een verhoging van twee naar vijf dagen van het betaalde vaderschaps- en partnerverlof geregeld wordt. Daarnaast krijgen partners de kans om het eerste halfjaar na de geboorte vijf weken extra verlof op te nemen tegen 70 procent het hun loon. Werkgevers uitten vanwege de kosten eerder forse kritiek op deze uitbreidingsplannen.

Lees ook: Vijf vragen over het nieuwe partnerverlof

In het Europese plan krijgen partners het recht op zes weken betaald verlof, maar tegen welke vergoeding mag door de lidstaten zelf worden bepaald. Volgens de woordvoerder van Koolmees is deze vage voorwaarde van „adequate betaling” óók een van de redenen dat Nederland tegen stemde.

Wanneer het voorstel door het europarlement wordt behandeld, is niet bekend. Volgens Sociale Zaken zal de nieuwe regeling zeker niet voor 2022 van kracht zijn.

    • Camil Driessen