Recensie

Een meesterlijke internist, die het nu zwaar zou hebben

Isidore Snapper

Razendsnel kon internist Snapper exacte diagnoses stellen. Eerst was hij hoogleraar in Amsterdam, na de oorlog in de VS. Eindelijk is zijn biografie er.

Isidore Snapper, in 1937 geschilderd door Louis Jacques Goudman

Het is 1952 en in het Mount Sinai Hospital in New York ligt een jonge vrouw met ziekteverschijnselen die bij elkaar genomen zo onbegrijpelijk zijn dat geen enkele arts weet wat ze heeft. Viola June Cobb heet ze, 23 jaar. Ze is journalist en heeft net een lange reis gemaakt met twee Colombiaanse broers die geld proberen te verdienen met cocaïne. Nu is ze al vier maanden doodziek. Buikpijn, hoge koorts, zweren op de huid, in de mond en in de endeldarm, vergrote lymfeklieren, vergrote milt en lever. Doordat ze nauwelijks kan slikken is ze vijfentwintig kilo afgevallen.

In andere ziekenhuizen is ze behandeld met antibiotica (nieuw toen), vitamines, codeïne, leverextracten, bloedtransfusies, glucose-infusies, eiwitrijke voeding en bestraling. Niets heeft geholpen. In het Mount Sinai zal ze geopereerd worden aan de zweer met afgestorven weefsel bij haar linkersleutelbeen.

Staat de chirurg ’s morgens in de lift, komt hij Isidore Snapper (1889-1973) tegen, de beroemde internist uit Nederland die in 1944, na zijn bevrijding van de Japanners en na zijn medische werk voor het Pentagon, hoogleraar aan Columbia University is geworden en in het Mount Sinai werkt. Waren beide mannen niet met elkaar gaan praten, schrijft Arie Berghout in zijn biografie van Isidore Snapper, dan zou Cobb zijn gestorven en zou Snappers leven ook anders zijn verlopen.

‘En?’, vraagt Snapper aan de chirurg. ‘Wat staat er op het programma vandaag?’ De chirurg vertelt het verhaal en Snapper zegt: ‘Als ze uit Midden-Amerika zou komen en geen blauwe ogen zou hebben en niet blond zou zijn, dan zou ik denken aan…’ Waarop de chirurg zegt dat Cobb wel in Midden-Amerika is gewéést.

Snapper loopt meteen mee naar de zaal waar Cobb ligt en doet waar hij verschrikkelijk goed in is: snel tot een vermoedelijke diagnose komen door te kijken en te luisteren, door te voelen en te ruiken, door de goede vragen te stellen en de ziektegeschiedenissen van tal van andere patiënten te laten meewegen. Mucocutaneous leishmaniasis, daar denkt hij aan. Een parasitaire infectie die wordt overgebracht door steken van de zandvlieg en verwant is aan kala azar. Zwarte koorts. Het beeld kent hij uit de tijd dat hij in het door de Rockefellers gefinancierde Amerikaanse ziekenhuis in Peking werkte. Laboratoriumonderzoek – biochemie was sterk in opkomst – geeft hem gelijk en na een behandeling met een anti-schimmelmiddel herstelt Cobb volledig. Zonder operatie.

Wat een goed idee van gepensioneerd internist Arie Berghout om het leven van Snapper te beschrijven. Het is een geweldige manier om te laten zien hoe de geneeskunde zich de afgelopen eeuw ontwikkeld heeft.

Toen Snapper, de zoon van een Joodse diamantbewerker, op zijn dertigste hoogleraar werd aan de Gemeente Universiteit van Amsterdam, in 1919, waren er nauwelijks behandelmogelijkheden voor welke ziekte dan ook. Tuberculose, longontsteking, syfilis, je ging er bijna altijd aan dood. En anders had je wel skeletafwijkingen of fatale bloedarmoede door een gebrek aan vitamine D of ijzer. Dat infectie- en gebreksziekten zijn uitgebannen of onder controle zijn komt door de vindingrijkheid en het systematische werken van mannen als Snapper. In deze tijd, schrijft Berghout, zou hij het zwaar hebben gehad. Te autoritair, te arrogant, te weinig geneigd tot samenwerking.

Door de redding van June Cobb ging Snapper zich verdiepen in de werking van het middel dat hij haar gegeven had en ontdekte hij dat het ook effect had op de ziekte van Kahler, een kwaadaardige woekering van het beenmerg. Voor het eerst was er een middel dat iets deed met kankercellen. Het maakte zijn roem nog groter, maar dat was niet het enige waardoor zijn leven een wending nam. Toen de zweren en wonden verdwenen waren werd hij verliefd op Cobb, veertig jaar jonger dan hij. En zij werd verliefd op hem. Ze werd zijn secretaresse en zijn maîtresse, ze kwam ook bij hem thuis. Snappers echtgenote Hetty vond het kennelijk best.

Later reisde June Cobb opnieuw door Midden- en Zuid-Amerika en werd ze door haar relatie met Fidel Castro en de president van Guatemala, onder de naam Li-Cooky, een waardevolle CIA-informant. Maar al die jaren bleef ze Snapper zien en de laatste maanden voor zijn dood verbleef hij bij haar op Park Avenue. Hetty was dement geworden en June Cobb verzorgde háár ook.

    • Jannetje Koelewijn