Lineke Woelders onderzocht zoetwatermeertjes op Spitsbergen: „Wat daar in de poolgebieden gebeurt heeft wereldwijd invloed op het klimaat en op de zeespiegel.”

Foto Eric Brinkhorst

Een klimaatdetective op de bodem van Spitsbergse meertjes

Lineke Woelders paleoklimatoloog

In kleine zoetwatermeertjes op Spitsbergen vond Lineke Woelders dramatische aanwijzingen voor de klimaatverandering.

Het was een bijna komisch gezicht, daar op Spitsbergen in 2015. Terwijl collega’s van de Netherlands Scientific Expedition Edgeøya Spitsbergen (SEES) onderzoek deden op zee, vanaf een groot schip en met stoere motorboten, peddelden drie wetenschappers in een piepklein opblaasbootje op een zoetwatermeertje. Het leverde vorige maand wel een primeur op: de eerste wetenschappelijke publicatie van SEES.

Eerste auteur van het artikel in Scientific Reports is paleoklimatoloog Lineke Woelders. Zij toonde aan dat zoetwatermeertjes op Spitsbergen in de laatste twintig jaar een enorme ecologische verandering hebben ondergaan. Een eeuw geleden leefden er nauwelijks algen in de meertjes. Sindsdien zijn hun aantallen verhonderdvoudigd, met een scherpe versnelling sinds 1995. Er leefden toen ineens ook veel meer andere organismen in het meertje – en het zeeijs rond Spitsbergen nam af.

Dat leidde Woelders af uit boorkernen die ze verzamelde vanuit het rubberbootje. Die boorkernen bevatten sedimenten – neerslag van organisch en anorganisch materiaal – die samen verraden hoe klimaat en ecologie door de tijd heen veranderden.

Hoe kwam u op het idee om de bodem van zoetwatermeertjes te onderzoeken?

„Dat idee was van Wim Hoek, van de Universiteit Utrecht. Ik was daar masterstudent. Wim wilde kijken naar sedimenten uit de Middeleeuwen. Hij stelde voor dat ik dan recentere afzettingen zou gaan onderzoeken, uit de laatste honderd jaar, ook al betwijfelde hij of we überhaupt zulk recent materiaal zouden vinden. In de poolgebieden slaat er maar heel weinig sediment neer, onder meer doordat algen en andere organismen daar zo langzaam groeien. Toch wilde ik het graag proberen, omdat juist de recente klimaatverandering in het Arctische gebied zoveel gevolgen heeft voor de omgeving.”

En, vonden jullie recent sediment?

„Ja, dat was echt opzienbarend. We vonden ongeveer een halve meter sediment van de laatste honderd jaar. Daar waren we heel blij mee: we konden iedere centimeter apart uitpluizen en zo een heel hoge tijdsresolutie halen. Met collega Kimberley Hagemans ontdekte ik dat de concentratie algen tussen 1900 en 1995 vertienvoudigde. En in de laatste twintig jaar kwam daar nog eens een vertienvoudiging bij.”

Waardoor komt dat?

„Een mogelijkheid is dat er meer voedsel is voor de algen. Bijvoorbeeld doordat daar steeds meer ganzen voorkomen, die het water bemesten met hun uitwerpselen. Mijn collega Keechy Akkerman heeft dat onderzocht: zij zocht naar kiezelwieren die een indicator zijn voor eutrofiëring – de bemesting van water. Maar zij vond daar geen enkele aanwijzing voor. Samen met mijn man en collega Jan Lenaerts ben ik toen gaan kijken naar satellietbeelden van de zeeijsbedekking rond Spitsbergen. Die gaat hand in hand met de aanwezigheid van ijs op de meertjes. We hebben die data gecombineerd met de gegevens van meetstations in de buurt. De meertjes blijken nu jaarlijks zo’n tachtig dagen langer ijsvrij te zijn dan in 1980. Zonder ijs komt er meer licht in het water en heb je meer algenbloei.”

Is dat slecht?

„Dat is een lastige vraag. Wat is slecht? Het is wel anders, dat is zeker. Het is een radicaal ander ecosysteem. En vooral: een opvallend snelle verandering.”

Het artikel in Scientific Reports legt een link met andere grote veranderingen in het noordpoolgebied in de afgelopen 20 jaar, van het smelten van het zeeijs tot het ontdooien van de toendrabodem. Zelfs de meest barre en afgelegen streken op aarde ontkomen niet aan de ecologische gevolgen, zo schrijft Woelders.

Uw eerdere onderzoek ging miljoenen jaren terug. Waarom wilt u zo precies weten hoe het ecosysteem in het verleden veranderde?

„Dat helpt ons de huidige klimaatverandering te duiden, en te voorspellen wat die gaat doen met de omgeving. Daarginds, maar zeker ook bij ons, want wat er gebeurt in de poolgebieden heeft wereldwijd invloed op het klimaat en op de zeespiegel.

„Het is een soort detectivewerk: je gaat terug naar perioden waar je niet bij bent geweest, en toch kun je precies reconstrueren wat er is gebeurd. Dat prikkelt mijn fantasie. Je gebruikt allerlei aanwijzingen: biogeochemie, stuifmeel, eencellige organismen. Maar ook modellen. Met onze uitkomsten kunnen we bestaande klimaatmodellen toetsen. Heel uitdagend. En ook heel belangrijk.”

U werkt nu in Boulder, Colorado. Hoe kwam dat zo?

„Mijn man heeft er een aanstelling gekregen bij INSTAAR, het Institute for Arctic and Alpine Research.

„Zelf kon ik een postdocplek krijgen. Ik onderzoek boorkernen uit de omgeving van de Baffinbaai, in het noordoosten van Canada. Ik wil uitzoeken hoe historische klimaatveranderingen daar samenhangen met ijsbedekking in de Baffinbaai en met de koude Golfstroom die vanuit de Arctische Oceaan naar het zuiden stroomt.

„Die Golfstroom speelt een grote rol in het wereldwijde klimaatsysteem, en het is daarom belangrijk om te begrijpen hoe een verminderde ijsbedekking die Golfstroom kan beïnvloeden.”

Gaat u daar ook heen, naar de Baffinbaai?

„Oh, dat zou ik dolgraag willen. Het schijnt daar prachtig te zijn. Maar voorlopig is daar geen geld voor. Ik werk met boorkernen die hier al lagen maar nog nooit waren onderzocht. Ik hoop wel een uitbreiding van mijn onderzoek te krijgen, zodat het in de komende jaren misschien wél kan.”

Hoe is het om klimaatonderzoek te doen in het Amerika van Donald Trump?

„Weet je, het is hier net als elders: alle universiteiten hebben te weinig geld, en overal heb je dezelfde dynamiek van hard werken en hopen dat je geluk hebt. Ik merk dat de mensen Trump hier een beetje negeren: ze richten zich op hun werk, ze praten weinig over Trump en hopen dat hij niet te veel schade aanricht.

„Boulder is wat dat betreft ook wel een beetje een bubbel. Een op de tien mensen doet iets met het klimaat. Dit is het centrum van het land wat betreft hernieuwbare energie. Hier wonen allemaal hippe, fitte mensen die mountainbiken en toerskiën. Een heel ander Amerika dan wat je in Europa op televisie ziet. Ik voel me hier prima thuis, moet ik zeggen.”

    • Nienke Beintema