Opinie

    • Michel Krielaars

De schrijver en het onderbuikgevoel

Terwijl Europa uiteen dreigt te vallen door de vluchtelingencrisis, zit ik in Amsterdam op een terras met de Tsjechische schrijver Jaroslav Rudis (1972). Hij vertelt me dat in zijn deel van de EU al veel langer een veenbrand woedt, die zich niet alleen tegen vreemdelingen richt, maar zo ongeveer tegen alles wat progressief is. Rudis, schrijver van strips, romans, verhalen en toneelstukken, en muzikant van de Kafka-band (nieuwste cd Das Schloss), schreef er twee romans over: Het einde van de punk in Helsinki en Het volk boven. Ze handelen over de verliezers van de Val van de Muur: jonge mensen die er na 1989 niet in zijn geslaagd zich aan te passen aan de nieuwe maatschappij en hun woede nu botvieren op hun omgeving. In Het volk boven neigen de personages er zelfs toe om iedereen die anders is – lhbt’ers, immigranten, activisten, buitenlanders, Oekraïners, daklozen, punkers, junkies – in elkaar te rammen.

Anders dan in West-Europa, met zijn stevig gefundeerde democratische traditie, kan dat virus de oostelijke EU-lidstaten ernstig ontwrichten. Maar gelukkig tellen die landen schrijvers, die voor dat gevaar waarschuwen. Ze nemen zelfs actief deel aan de politiek en worden er, zie Václav Havel, soms president. In Tsjechië gebeurt dat met humor, waarin de Tsjechische literatuur grossiert. Dat elegante wapen is te danken aan het feit dat die literatuur ‘kroegliteratuur’ is, zegt Rudis. „In een Tsjechisch café zit altijd wel een schrijver of andere goede verteller, die uit een klein verhaal een groot verhaal kan maken.”

Behalve over die humor beschikken Tsjechische schrijvers, volgens Rudis, ook over een dosis melancholie en duisternis. Deze combinatie, die sterk afsteekt tegen onze domineesliteratuur, heeft alles te maken met het Habsburgse keizerrijk, een smeltkroes van elkaar kruisbestuivende volkeren. „Kafka’s werk kon alleen maar in zo’n omgeving ontstaan”, zegt de schrijver. „Praag was tenslotte een tweetalige stad met een rijke Duits-Tsjechisch-Joodse cultuur. Das Schloss had nooit in Neurenberg geschreven kunnen worden.”

Als we op die veenbrand in het oosten terugkomen, toont Rudis zich van zijn optimistische kant. „De westerse pers schrijft nooit dat de helft van de mensen in mijn land juist zeer pro- en niet anti-Europa is. Ook moet je niet vergeten dat we in Tsjechië vrijheid genieten, al moet je je er wel voor inzetten. En juist dat beseffen mijn meeste landgenoten niet. Het is een erfenis van het communisme, toen iedereen supernationalistisch werd opgevoed.”

Als ik hem vraag wat hij van Nederland vindt, antwoordt hij vol bewondering: „Hier bestaat absolute openheid en word je als vreemdeling volledig opgenomen. In Tsjechië behandelen ze een vreemdeling altijd met veel argwaan, zie Kafka’s Das Schloss.” En dat brengt ons bij zijn nieuwe cd, die klinkt als een gezongen roman, met die bekende zinnen ‘Es war spät abends, als K. ankam. Das Dorf lag in tiefem Schnee.’ Er kan geen boekenweekgeschenk (m/v) tegenop. En als de openingssong ‘Ankunft’ ook nog wordt aangevuld met dat zangerige Tsjechisch, dan begrijp je waarom de literatuur uit die contreien zo ontstellend goed is.

En wie het Duits niet machtig is, kan zijn toevlucht nemen tot de mooie nieuwe Kafka-vertaling van Willem van Toorn.

    • Michel Krielaars