De molenaar wil niet langer een aapje zijn

Werelderfgoed

Van toeristen op het erf tot drones voor het raam. De vele bezoekers leggen druk op de families die in de molens van Kinderdijk wonen. Molenaar Peter Paul Klapwijk predikt duurzaam toerisme, in het belang van bewoners én bezoekers. En hij ‘schiet’ met iPhone terug op fotografen.

Foto Peter-Paul Klapwijk

Fietsers die elke dag vanuit Rotterdam met de waterbus naar hun werk gaan, zijn soms met stomheidgeslagen. Stonden ze jaren achtereen met een handjevol forenzen en scholieren op hun aansluiting naar Krimpen, Ridderkerk en Dordrecht te wachten, sinds kort moeten ze het kleine achterdek van ‘hun’ boot delen met in groepsverband reizende oudere dames en heren uit alle windstreken. In zwermen strijken Amerikanen, Aziaten en Duitsers dagelijks met hun e-bikes neer op het vertrekplatform bij de Erasmusbrug, van waaruit ze in een halfuurtje naar Kinderdijk worden overgezet.

Goed, met elke overtocht zijn het slechts enkele tientallen dagjesmensen die de waterbus erheen vervoert. Maar opgeteld bij de bezoekers die met bussen, eigen auto’s, motorhomes en schepen op de molens afkomen, vormen ze complete massa’s. Alleen al de Viking-riviercruisers die aan de rand van het dorp aanleggen, hebben in het hoogseizoen per afvaart 180 passagiers aan boord. En als een paar getallen duidelijk kunnen maken wat dat betekent voor de drukte op dit Zuid-Hollandse stukje Unesco-werelderfgoed: de Vikings meren in Kinderdijk jaarlijks liefst 1.200 keer aan. Een toename van 720 procent vergeleken met 2010.

Veelal vooropgegaan door een gids met zo’n blijf-bij-mij-bordje zie je toeristen in lange rijen al vanaf de vroege ochtend langs rietkragen en watergangen schuifelen. Een rondvaartboot geeft ze een goede indruk van het hele gebied en de negentien molens van het complex, waarvan er twee ook van binnen kunnen worden bezichtigd. Ware individualisten – om niet te zeggen: de brutaalsten – laten het daar niet bij en openen de hekjes die toegang geven tot de percelen van de zestien bewoonde molens van Kinderdijk. Dan staan ze dus letterlijk op het weiland of erf van een molenaar als Peter Paul Klapwijk en is het, zoals hij het noemt, „aapjes kijken” geblazen.

Wonen in eeuwenoud monument

Vier jaar bewonen Klapwijk en zijn gezin hun molen. Zijn vrouw Els en hij konden hem overnemen van haar ouders, maar niet dan nadat Klapwijk zijn molenaarsdiploma had behaald en er blijk van had gegeven dat hij zijn eeuwenoude monument altijd in werkende staat zou houden. Met zijn achtergrond in de communicatie trad Klapwijk daarnaast toe tot het managementteam van de stichting die het werelderfgoedterrein beheert en exploiteert. Hij dacht op alle niveaus mee over hoe, en in welke mate, het toerisme het kapitaal kon binnenbrengen dat jaarlijks voor de instandhouding van de molens benodigd is.

Lees ook: Molenaars werken met de wind van vandaag

De inspanningen wierpen tot dusver hun vruchten af. Ontving Kinderdijk in 2010 nog 400.000 belangstellenden, van wie er maar 100.000 een toegangskaartje kochten, inmiddels is dat laatste aantal bijna verdriedubbeld en bedraagt de jaaromzet zo’n vier miljoen euro, een verachtvoudiging ten opzichte van acht jaar geleden. Dat spectaculaire resultaat kon niet verhinderen dat Klapwijk een halfjaar geleden zijn baan bij de stichting weer opzegde, omdat hij zich niet langer kan verenigen met de commerciële wind die rond de molens waait. Kort gezegd vindt hij dat toerisme is verworden tot een geldmachine, hetgeen ten koste gaat van de belangen van de inwoners én de kwaliteit die een Unesco-locatie als Kinderdijk zou moeten bieden.

„Wat in onder meer Venetië, in Barcelona en in Amsterdam speelt, gebeurt ook hier”, zegt Klapwijk. „Op die plekken drukt het toerisme zo fors op de leefomgeving van bewoners dat deze van binnenuit wordt uitgehold. Alle inkomsten uit de sector vloeien naar touroperators, de souvenirhandel, de horeca en Airbnb, en de bevolking heeft de gevolgen maar te accepteren. Een eeuwenoude gemeenschap die van generatie op generatie molenaars heeft voortgebracht, verliest zo haar bestaansgrond en haar ziel. Je komt in een dierentuin of museumdorp te wonen, zonder dat je daar een stem in hebt. Iedereen heeft dollartekens in de ogen. De toekomst ziet er wat dat betreft somber uit. Kinderdijk wordt beschouwd als een onmisbare schakel in de verdere ontwikkeling van het toerisme in Rotterdam, Dordrecht en de Alblasserwaard, maar wat de bewoners daarvan denken is ze nooit gevraagd. Nóóit.”

Foto Peter-Paul Klapwijk

Als het gaat om hun belangenbehartiging heeft Klapwijk zich na zijn afscheid bij de Stichting Werelderfgoed Kinderdijk niet helemaal buitenspel geplaatst. Mede namens zijn medebewoners kwam hij al met succes in het geweer tegen de drones die toeristen steeds vaker mee naar Kinderdijk nemen om de molens en dus ook de molenaarsfamilies vanuit de lucht te fotograferen en filmen. Waar het plaatselijke college van B en W in eerste instantie vond dat die zich dat maar moesten laten welgevallen, is er nu – landelijk – zicht op een verbod. Klapwijk legde bij de gemeente een lijst over met tweehonderd door onwonenden gemelde dronevluchten. Hij vermoedt dat het een klein deel is van wat er werkelijk boven zijn polders hangt.

„Ik wil niet als een gefrustreerd mannetje overkomen, maar ik moet bekennen dat ik mijn buks wel eens naast me neer heb gezet om ze uit de lucht te schieten”, zegt Klapwijk. „Mensen worden er hier echt gek van. De eerste keer denk je dat je een hommel om je heen hebt, maar dan zie je het rode en het groene lampje en weet je dat je bespied wordt. Zit je ’s avonds aan tafel te eten, hangt er plotseling zo’n vliegmachientje voor je raam. In de jurisprudentie erover is de term ‘icing’ al gangbaar: mensen die ongewenst in beeld worden gebracht, gaan zich anders gedragen. Ze bevriezen. Het is een inbreuk op je privacy. Ik heb tegen de gemeente gezegd: doe er wat aan voordat dadelijk een molenaar wordt afgevoerd met handboeien om, want dat is waar het onherroepelijk toe leidt.”

Foto Peter-Paul Klapwijk

Kennismaken met andere culturen

Maar de beste stap die hij onlangs als kritische bewoner van een werelderfgoedplaats heeft gezet, is juist een gebaar naar de Kinderdijktoerist, zegt Klapwijk. „Ik kreeg het idee toen ik met Els op een dag over onze eigen Molenkade wandelde. Daar loop je honderden buitenlanders voorbij, zonder dat je er ook maar één werkelijk ontmoet. Maar is de kwintessens van toerisme niet dat je naar andere plaatsen begeeft om er met andere culturen en mensen kennis te maken? Is dat niet de inhoud waar het iedereen om te doen zou moeten zijn? Ik denk nu na over een concept waarbij bezoekers en bewoners van een gebied als Kinderdijk intensiever met elkaar in contact komen en we een stap kunnen maken naar een duurzamere vorm van toerisme, waarbij voor mij de kwaliteit vooropstaat, niet het geld.”

Molenaar Klapwijk is op bescheiden schaal al met het in praktijk brengen van die filosofie gestart. Passanten die een meer dan gemiddelde interesse voor zijn molen aan de dag leggen, mogen omgekeerd ook rekenen op zijn belangstelling. Met ‘tegenvuur’ van de camera in zijn eigen iPhone schiet Klapwijk op alle eindeloos fotograferende mensen in zijn voor- en achtertuin terug.

Zo agressief als dat mag klinken: zo is het bepaald niet bedoeld, en zo wordt het door de verbaasde ‘pottenkijkers’ trouwens ook niet opgepikt. Klapwijk: „Ze moeten allemaal lachen. Ik ben een nieuwsgierig en open mens, en dat breekt het ijs. Er vloeit altijd wel een boeiend gesprek uit voort . Els en ik hebben al een verzameling mooie herinneringen aan Japanners, Brazilianen, Polen en aan een Chinese schilder – en ongetwijfeld zij ook aan de molenaars van Kinderdijk. Het heeft ons leven hier al op een bijzondere manier verrijkt.”

Peter Paul Klapwijk (@ppkhm) plaatst de portretten van bezoekers die hij ‘terugfotografeert’ op Instagram met de hashtag #guestsonourdoorstep. Bij dit artikel een selectie uit die foto’s.

    • Wim de Jong