Opinie

    • Frits Abrahams

De eer van Marokko

De afgelopen dagen laaide weer de discussie op over de Marokkaans-Nederlandse voetballers die niet voor het Nederlands elftal kozen maar voor het Marokkaans elftal. Ik betreurde die keuze, zoals ik al eerder schreef, maar bleef benieuwd naar argumenten uit de Marokkaanse hoek.

Daartoe is gelegenheid te over nu Marokko deelneemt aan het WK voetbal. In interviews en reportages kregen de Marokkaans-Nederlandse spelers steeds vragen over dit onderwerp. De antwoorden werden er niet overtuigender op. Nederland ziet ons niet staan, waarom zouden wij dan Nederland zien staan? Daar kwam de reactie steeds op neer.

Niemand kwam op de gedachte: onze toekomst ligt, hoe dan ook, in Nederland en niet in Marokko – en dus zullen we alles doen om hier het respect te verwerven dat we verdienen, want als we dat nalaten zal het koren op de molen zijn van degenen die ons in Nederland het leven onmogelijk proberen te maken. Wilders wil minder Marokkanen? Dan laten wij zien dat er Marokkanen zijn waar Nederland alleen maar beter van kan worden.

In plaats daarvan hoorde ik reacties waarvan mijn voetbalbroek steeds meer begon af te zakken. Het teleurstellendst was die van Dries Boussatta, een oud-speler, die nota bene destijds, net zoals spelers als Boulahrouz, Maher en Afellay, wél voor het Nederlands elftal had gekozen. Zou hij dat nu wéér doen?

Nee, zei hij beslist, gezien de gewijzigde omstandigheden in Nederland zou hij nu ook voor het Marokkaans elftal kiezen. Het kwam kennelijk niet in hem op dat de kloof met de Nederlandse samenleving daarmee alleen maar groter wordt.

Ik heb de afgelopen dagen veel Marokkaans-Nederlandse spelers horen zeggen dat hun hart vooral voor Marokko klopt. Toch hoorde ik niemand aankondigen dat hij zich nu ook daadwerkelijk in Marokko ging vestigen. Tegelijkertijd zag ik Hakim Ziyech tijdens het spelen van het Marokkaanse volkslied het hoofd zó diep buigen dat we bijna niet konden zien dat hij niet meezong – vermoedelijk omdat hij onbekend was met de tekst.

Misschien is het vermogen tot zelfkritiek niet de best ontwikkelde eigenschap in het Marokkaanse voetbalmilieu. De schrijver Abdelkader Benali zinspeelde daarop in de tv-documentaire Khalid en de leeuwen van de Atlas, waarin oud-keeper Khalid Sinouh het antwoord zocht op de vraag: waarom breken Marokkaanse voetballers zelden helemaal door? Een hoogst actuele vraag nu het Marokkaans elftal als eerste op het WK is uitgeschakeld. De verwachtingen omtrent spelers zijn te hoog, zei Benali, en de familie corrigeert dat niet, want ze worden in de Marokkaanse gemeenschap als „vertegenwoordigers van de Marokkaanse eer” beschouwd. En dat is „zo nep en opportunistisch”, voegde hij eraan toe, want als het misgaat „zijn ze je zo weer vergeten”. Wesley Sneijder zag veel Marokkaans talent, maar te weinig doorzettingsvermogen.

Gebrek aan zelfkritiek hoorde je ook in de tv-studio, meteen na afloop van de terecht verloren wedstrijd tegen Portugal – terecht omdat Marokko aanvallend bitter weinig had laten zien. De oud-spelers Ali Boussaboun en Nourdin Boukhari hadden merkwaardig veel lof voor de verliezers die „veel kansen, maar weinig geluk” hadden gehad.

Op die manier breekt het Marokkaanse voetbal nooit door.

    • Frits Abrahams