Opinie

    • Tom-Jan Meeus

Als ze in Rutte III onderling zeggen: blijkbaar staan we er nu alleen voor

Deze week: de vereenzaming van Rutte III.

Ofwel: wat er gebeurt als maatschappelijke machten het kabinet niet willen stutten.

De maatschappij fragmentariseert, het politieke debat helaas ook – en zo gaan we van discussie naar discussie, en komt de samenhang zelden in beeld.

Politiek in Nederland: de dictatuur van het detail.

Wat passeerde er deze week niet allemaal: migratie, nationalisme, dividendbelasting, identiteit, klimaat. Stuk voor stuk afzonderlijk besproken. Maar stuk voor stuk discussies die voortvloeien uit hetzelfde verschijnsel: globalisering.

Zonder globalisering van de handel, waarbij bedrijven lagere belasting opeisen voor vestiging van hun hoofdkantoor, voerden we geen discussie over de dividendbelasting.

Zonder globalisering van de kennis over arm-rijkverhoudingen, voerden we geen discussie over migratie.

Zonder globalisering van bestuur en kennisinfrastructuur voerden we geen discussie over heroplevend nationalisme.

Maar het vreemde is: over die globalisering zelf – als feitelijkheid of onvermijdelijkheid – heb ik in geen jaren een ambitieus debat met Hollandse politiek leiders gezien.

Zo doen we dat niet hier. Wij verdiepen ons in alle details over één subthema, en worden dan boos op mensen met een andere opvatting.

Boos zijn op Baudet, Trump, Klaver, Rutte – dat is de meeste politiek voortaan.

Partijen rekruteren er hun aanhang op, en burgers krijgen er een goed gevoel bij, omdat mensen in een verwarrende discussie behoefte hebben aan een heldere positie en een eigen identiteit.

Het gevolg is dat we in discussies die voortkomen uit de globalisering nooit een keuze maken over het onderliggende thema.

De VVD, verreweg de grootste partij, is enorm voor globalisering als het om handel gaat, maar sceptisch over globalisering als het om migratie gaat. De PVV, de grootste oppositiepartij, is tegen globalisering van de klimaatpolitiek, maar voor globalisering van de strijd tegen de islam. GroenLinks accepteert de globalisering van migratie en klimaatpolitiek, maar verwerpt de geglobaliseerde competitie waarin overheden bedrijven fiscale voordelen geven.

Zo is, bij gebrek aan analyse en debat, een dubbelzinnige omgang met globalisering ontstaan. Als het uitkomt ben je voor, als het niet uitkomt ben je tegen: elke keuze kan straffeloos worden gemaakt.

Dus is ook volmaakt onduidelijk wat ons nationale belang in al die debatten is, met als effect dat we, behalve in boosheid, elk besef van gezamenlijkheid lijken te verliezen – ook inzake ons voornaamste nationale instituut: de regering.

Het zijn ontnuchterende dagen voor de leiding van de coalitie. Dagen waarop ze elkaar vertellen: blijkbaar staan we er alleen voor.

Maandag kwam de coalitietop bijeen in het Johan de Witthuis, nabij het Binnenhof, waar ze in de formatie ook onderhandelden.

Het zogenoemde coalitieoverleg – de premier, de drie vicepremiers en vier fractievoorzitters – had bedacht dat het aardig was twee oude bekenden uit te nodigen: Pieter Heerma (CDA) en Wouter Koolmees (D66). In de formatie secondeerden zij hun fractievoorzitter, nu maken zij geen deel meer uit van het maandagse coalitieoverleg.

Heerma ziet in de Kamer, als secretaris van de CDA-fractie, hoe de coalitie opereert.

Koolmees ervaart als minister van Sociale Zaken hoeveel draagvlak de coalitie heeft om met de polder het pensioenstelsel te hervormen: het houdt niet over.

En het probleem is: in het andere grote hervormingsproject, het klimaatbeleid, gebeurt hetzelfde. Maatschappelijk betrokkenen – bedrijven, boeren, activisten, etc. – proberen beleid voor de komende jaren bij elkaar te polderen. Het vlot alleen niet: het staat al vast dat 10 juli geen alomvattend ‘klimaatakkoord’ bekend wordt, zoals het plan was.

Het onderstreept hoeveel afstand maatschappelijke organisaties van het kabinet houden: de behoefte om Rutte III te stutten is minimaal.

De politiek ziet het gevaar en antwoordt, waarschijnlijk volgende week, met een breed gedragen Klimaatwet, waarin zeker zeven partijen (mogelijk negen) vergaande uitstoot- en energienormen tot en met 2050 vastleggen. Maar het nettoresultaat is bevreemdend: straks liggen de normen voor de komende decennia vast, maar ontbreekt maatschappelijk gedragen beleid voor de komende jaren.

Het afhoudende gedrag van bedrijven, bonden en activisten is wel te plaatsen: Diederik Samsom liet de vorige periode zien hoe groot de risico’s van moed in Den Haag geworden zijn. Sinds zijn val praat niemand meer over ‘de ander iets gunnen’: voortaan gunt iedereen vooral zichzelf iets.

De coalitiepartners denken ook zo: zij beschermen primair zichzelf – en spelen catenaccio.

De VVD is beducht voor een imago als machtspartij – het nieuwe CDA. De ChristenUnie wil geen reprise van haar kleurloosheid in Balkenende IV. CDA en D66 redeneren: voor een gezamenlijke missie moet de VVD, als grootste partij, het initiatief nemen.

En dus gebeurter weinig.

Maar nu ook de maatschappij afstand van de coalitie houdt, ontstaat, zoals iemand uit de coalitietop zei, „een riskante dynamiek”: alle partijen, alle bedrijven, alle bonden en alle activisten denken alleen aan zichzelf – en niemand aan het geheel.

Zo kopiëren zij – wat een ironie - het egocentrische gedrag van bedrijven als Shell en Unilever, die voortdurend onder vuur van politici liggen omdat ze zeggen: wij komen primair op voor onze aandeelhouders.

Het is erger: in dit gedrag ligt het denken besloten dat ook nationalisten propageren.

De schokkendste momenten van deze week leken me de tweets waarin Trump zich, op het hoogtepunt van de Duitse (dus Europese) migratiecrisis, impliciet aan de zijde van de AfD schaarde met een snoeiharde uithaal naar Merkel.

Beredeneerd vanuit zijn platte nationalisme was dit volmaakt logisch: een verzwakt Duitsland en een verzwakte EU zijn in het belang van de VS – op korte termijn.

Maar dit soort denken maskeert gelijktijdig het fundamentele tekort van het nationalisme – ook het Nederlands nationalisme.

Want waar eindigt dit? Krijgen we dan ook New York voor de New Yorkers? Zeeland voor de Zeeuwen? Zutphen voor de Zutphenaren?

Het zou een les moeten zijn voor alle landen, politici, bedrijven, vakbonden en andere activisten die denken dat ze anderen niets hoeven te gunnen: uiteindelijk reduceren zij zich dan tot pleitbezorger van uitsluitend zichzelf. Iedereen alleen op de wereld.

Het gebrek aan Haags debat over de globalisering heeft dus gevolgen. Globalisering is natuurlijk geen ideologie: je kunt best aspecten afwijzen zonder het hele verschijnsel te verwerpen.

Maar het zou goed zijn als de politiek de samenhang benoemde en het nettoresultaat vaststelde: profiteren we van globalisering? Dan kennen we ook de gevolgen als we bepaalde aspecten (migratie, klimaatbeleid, fiscale concurrentie?) afwijzen.

En het verheldert onze relatie met nationale instituten, vooral de regering: als je weet wat globalisering voor je betekent, weet je ook wat de regering voor je betekent.

Het zou dus vooral helpen tegen de vereenzaming van Rutte III, tegen de liefdeloze afstand van maatschappelijke machten, en tegen het gebrek aan gezamenlijkheid dat het kabinet ervaart.

Bij het begin van Rutte III sprak men van de laatste kans voor het politieke midden. Er staat dus iets op het spel: worden we definitief een land van enkel deelbelangen, of blijven we aspireren een land te zijn dat ook het belang van anderen ziet?

    • Tom-Jan Meeus