#whomademyclothes? Deze vrouwen in Cambodja maken je H&M-kleren

Kleding Met een persreis probeert H&M misverstanden die over de textielindustrie zouden bestaan, uit de wereld te helpen. Op bezoek bij twee fabrieken in Cambodja.

Arbeiders in een fabriek van jeansproducent Roo Hsing, die werkt voor onder meer voor Levi’s, H&M en Gap. Foto H&M

Lange rijen vrouwen achter naaimachines, zo ver je kan kijken. Allemaal dragen ze een hoofddoekje, en een mondkapje tegen het stof. Op de tafeltjes naast hen groeiende stapels spijkerbroeken in verschillende stadia van voltooiing.

Zo’n 1.800 vrouwen zijn in een ruimte van 10.000 vierkante meter aan het werk. Dat is ongeveer de helft van het aantal mensen dat in de fabriek werkt. Het is er lawaaiig en warm, ondanks de ventilatoren. Water hebben de vrouwen niet binnen handbereik, hun flesjes staan in de kasten aan de zijkant van de zaal.

De fabriek, gelegen aan een drukke markt in Phnom Penh, is een van de drie Cambodjaanse vestigingen van het Taiwanese Roo Hsing, een van de grootste jeansproducenten ter wereld. Alleen al hier worden dagelijks 40.000 broeken gemaakt. Zo’n 45 procent daarvan is bestemd voor Levi’s. H&M (omzet 22,7 miljard euro, winst 1,7 miljard in 2017 ) neemt ongeveer eenderde af.

In een razend tempo voert de Taiwanese directeur de groep langs de lasermachine, die in 20 seconden een hele broek ‘oud’ maakt, de waterbesparende ozonmachines voor wassingen en het filtersysteem dat het blauwe afvalwater zuivert en het wat smoezelig ogende ziekenzaaltje, waar een arts en drie verpleegsters trots achter de balie staan. De medicijnen in de kast zijn ook gratis voor familieleden van de werknemers, zegt de arts. Bij de wc’s voor de werknemers hangt een sterke urinelucht.

Het bezoek aan de fabriek is een initiatief van H&M, en onderdeel van een vijfdaagse persreis waaraan vijf Europese journalisten deelnemen, begeleid door evenveel pr-medewerkers van H&M. Die begint met een veganistische lunch in het hoofdkantoor in Stockholm. Tijdens die lunch en erna vertellen verschillende woordvoerders, onder wie hoofd duurzaamheid Anna Gedda, over H&M’s duurzaamheidsbeleid. Onder H&M vallen ook de ketens Cos, Monki, Weekday, & Other Stories en Arket. Het moedermerk heeft te maken met teruglopende groei, maar is nog altijd verreweg het grootst: 9 van de 10 winkels van de keten is een H&M. Hoewel H&M gespecialiseerd is in fast fashion, ziet het bedrijf zichzelf als een wegbereider op het gebied van duurzaamheid.

Kijk hier een filmpje dat Milou van Rossum maakte in de fabriek.

In 2030 wil H&M helemaal circulair werken, in 2040 moet het zelfs klimaat-positief zijn. Goede werkomstandigheden voor de ongeveer 1,6 miljoen mensen die wereldwijd kleding voor het concern in elkaar zetten, horen ook bij het duurzaamheidsbeleid. ‘100 % Fair & Equal’, heet dat.

Sommige non-gouvernementele organisaties zien H&M inderdaad als een voorloper. Zoals ontwikkelingsorganisatie Solidaridad. Tamar Hoek, gespecialiseerd in textiel, prijst de transparantie van het concern, dat in 2013, het jaar van de ramp in het complex van kledingfabrieken Rana Plaza in Bangladesh, de namen van alle fabrieken waarmee het werkt online zette, en tegenwoordig ook veel toeleveringsbedrijven van die fabrieken. „H&M is er nog lang niet, maar het zet goede stappen.”

Lees ook: Hoe H&M van zijn kledingberg afkomt

Niettemin, stelt Anna Gedda van H&M, bestaan er nog misvattingen over de textielindustrie. „Soms zijn die gebaseerd op rapportages die niet zo goed zijn.” Daarom – en „omdat we trots zijn op wat we doen en dat graag laten zien” – deze reis.

Het plan was eigenlijk naar Bangladesh te gaan, maar vanwege de veiligheidsrisico’s is gekozen voor Cambodja, het op vier na grootste productieland voor H&M, na onder meer China en Bangladesh. Het neemt er van 51 fabrieken kleding af. In het kantoor van H&M in Phnom Penh hangen voorbeelden van wat er wordt geproduceerd: relatief simpele dingen als jeans, T-shirts, truien en tricot jurkjes.

Cambodja (16,5 miljoen inwoners) wordt door de VN gerekend tot de minst ontwikkelde landen. In de textielindustrie werken zo’n 700.000 mensen. Kleding en schoenen zijn veruit de belangrijkste exportproducten.Negentig procent van de textielfabrieken is in buitenlandse, vooral Aziatische handen. H&M produceert sinds de jaren negentig in Cambodja, en heeft er sinds 2000 een kantoor (maar geen winkels).

Mensen in de textielindustrie werken in het hoogseizoen tot 70 uur per week

Mats Svensson van vakbond IF Metall

Kinderarbeid bestaat in Cambodja – zie alleen al de kinderen die ’s avonds laat op de terrassen in de hoofdstad souvenirs verkopen. Maar in de exportindustrie is kinderarbeid een zeldzaamheid geworden. Tussen mei 2013 en april 2014 trof de organisatie Better Factories Cambodia in fabrieken 74 werkende kinderen van tussen de 12 en 15 jaar aan. Drie jaar later waren dat er vier.

Veel arbeiders in de textielindustrie hebben contracten van drie of zes maanden, wat wordt gestimuleerd doordat werknemers aan het einde van een contract een bonus van 5 procent krijgen. Dat maakt, zegt, Mats Svensson van vakbond IF Metall, dat arbeiders minder sterk in hun schoenen staan, bijvoorbeeld als ze zich tegen de zin van een fabrieksmanager willen aansluiten bij een vakbond.

Werknemers in tricotfabriek Vanco en een jeansfafabriek van Roo Hsing.
Foto’s H&M

Een ander groot probleem zijn de lange werkdagen. Volgens ILO, de International Labour Organization van de VN, moeten arbeiders niet meer dan 48 uur werken, verspreid over zes dagen. Svensson: „Mensen in de textielindustrie werken in het hoogseizoen tot 70 uur per week. Als ze genoeg zouden verdienen, zouden ze dat niet doen. Mensen daar zijn niet anders dan mensen in het Westen.”

Getrouwde vrouw, 30 jaar, 2 kinderen

Het bezoek aan de twee fabrieken begint met een uitgebreide presentatie over alle projecten die er zijn om de werkomstandigheden en de gezondheid van de arbeiders te verbeteren. Op de schermen verschijnt een bijna duizelingwekkende hoeveelheid vignetten van organisaties en initiatieven, vooral op het gebied van gezondheid en voorlichting over voorbehoedsmiddelen. „Zonder arbeiders is er niks in de fabrieken”, zegt een van de managers van Roo Hsing. „Daarom zorgen wij goed voor hen.”

De gemiddelde Cambodjaanse textielarbeider is een getrouwde vrouw van 30 jaar met twee kinderen – 85 procent van werknemers in de fabrieken die voor H&M produceren is vrouw.

In Cambodja is het wettelijk minimumloon in de textielindustrie 170 dollar per maand, veel hoger dan in Myanmar en Balbangladesh. Maar niet voldoende om fatsoenlijk van te leven

Veel arbeiders hebben alleen lagere school, een klein percentage is analfabeet. Een heleboel vrouwen zijn voor werk uit de provincie naar de stad getrokken, soms met achterlating van kinderen.

De textielindustrie is de enige sector in Cambodja met een wettelijk minimumloon. In 2011 was het nog 66 dollar per maand, inmiddels is het 170 dollar, veel hoger dan in bijvoorbeeld Myanmar en Bangladesh. Maar nog steeds is het niet voldoende om fatsoenlijk van te leven.

Eind 2013 meldde H&M dat het in fabrieken een systeem ging invoeren dat ervoor moest zorgen dat textielarbeiders een fair living wage zouden gaan verdienen. Omdat arbeiders zelf moesten bepalen wat dat eerlijke loon was, zouden overlegstructuren tussen management en vertegenwoordigers van de arbeiders worden opgezet. Ook moesten vaardigheden, prestatie en senioriteit worden beloond. In 2018 zouden 750 fabrieken, samen goed voor 60 procent van de productie, structuren moeten hebben om een fair living wage te betalen.

Volgens het laatste ‘sustainability’-rapport van H&M gebruikten vorig jaar 227 fabrieken, die 40 procent van de productie verzorgen, de fair wage method. Eind van dit jaar moet dat 50 procent zijn – de doelen zijn dus naar beneden bijgesteld. In Cambodja is het systeem nu ingevoerd in 26 fabrieken. Die waren ook bereid mee te werken omdat er een paar jaar geleden veel stakingen waren, waarbij doden zijn gevallen. H&M beloofde dat het loonsysteem meer rust zou brengen. „De laatste jaren is het hier stabiel”, zegt countrymanager Christer Horn.

Zilver, goud, platina

Alle fabrieken waarmee H&M wereldwijd werkt worden gekeurd. Een potentiële leverancier moet voldoen aan voorwaarden op het gebied van veiligheid en sociaal beleid, en stemt automatisch toe met onverwachte fabriekscontroles door H&M. Het eerste jaar krijgt een leverancier het predikaat ‘new’. Als er twijfels zijn, gaat het daarna in de categorie ‘conditional’, als het goed gaat wordt het ‘zilver’, ‘goud’ of zelfs ‘platina’. Hoe hoger de score, hoe meer H&M bij een bedrijf bestelt. Wat precies de criteria zijn, wil H&M niet zeggen, maar naast duurzaamheid zijn prijs, kwaliteit en snelle levering ook bepalend. Volgens Christer Horn zijn in de meeste fabrieken in Cambodja een paar dagen per week H&M-medewerkers te vinden. „We zijn er en we kennen ze.”

Tricotfabriek Vanco, onderdeel van platina leverancier Dakota uit Hongkong, is duidelijk een betere fabriek dan die van Roo Hsing (zilver). Het gebouw is schoner, nieuwer en koeler. Vanco (4.000 werknemers) is een van de eerste drie fabrieken waar H&M in 2014 experimenteerde met de fair wage method. Om dat te vergemakkelijken, nam H&M een paar jaar de totale productie af. Het gemiddelde salaris van arbeiders (inclusief opzichters, exclusief managers) is er nu 280 dollar per maand.

Twee arbeiders schuiven na de rondleiding aan in de vergaderzaal om te vertellen over hun werkomstandigheden: Tep Pisey, een 40-jarige alleenstaande moeder, en Chat Makara, een 30-jarige getrouwde vrouw met een kind. Allebei werken ze 11 jaar in de fabriek. Met een 48-urige werkweek als opzichter verdienen ze iets meer dan 300 dollar per maand. Dat is meer dan de mensen verdienen die ik sprak in de Roo Hsing fabriek: Khon Chea, een 38-jarige mannelijke vakbondsleider die knopen aan jeans zet en opzichtster Somaly Thol (33). Beiden werken al 18 jaar voor Roo Hsing, dat afgelopen april met het fair wage system begon, beiden verdienen 200 dollar per maand. Chea is van de vier arbeiders de enige met een contract voor onbepaalde tijd, alle vier zijn ze lid van een vakbond.

Alle vier hebben ze ook dezelfde klacht: er zijn op het moment te weinig orders voor hun fabriek om overwerk te kunnen doen, waarvoor anderhalf keer het uurloon wordt betaald. Vooral Khon Chea en Tep Pisey hebben moeite rond te komen zonder. Chea’s echtgenote heeft een bedrijfje aan huis, maar dat loopt niet zo goed.

Hoeveel bedraagt een redelijk loon in Cambodja? H&M, het samenwerkingsverband ACT, IndustriAll en ILO willen daar geen concreet antwoord op geven: dat is aan de arbeiders. Somaly Thol en Khon Chea van Rhoo Hsing zeggen allebei 350 dollar nodig te hebben om hun gezin te kunnen onderhouden. Dat is lager dan de 479 dollar (netto) die wordt gehanteerd door de Asia Floor Wage Alliance, een internationaal verbond dat de lonen wil verhogen in Azië, en dus wel bedragen noemt.

Volgens Labour Behind The Label, een Britse organisatie die nauw samenwerkt met de Nederlandse actiegroep Schone Kleren Campagne, wordt het verschil veroorzaakt doordat arme mensen de neiging hebben om het bedrag dat ze nodig hebben te onderschatten en bovendien niet hoger durven te gaan zitten dan wat ze denken dat politiek haalbaar is. Labour Behind The Label en Schone Kleren Campagne vinden daarom dat H&M concrete getallen en doelen moet noemen. Overigens lijken de textielarbeiders relatief goed af in Cambodja. De echtgenoot van Chat Kamara, die politieman is, verdient 250 dollar, een leraar, vertelt een Cambodjaanse medewerkster van H&M, ongeveer 200 dollar.

Niet alleen omdat het salaris nog lang niet de norm van de Asia Floor Wage heeft bereikt, heeft Schone Kleren Campagne moeite met het fair wage-systeem van H&M. De negentien leden van ACT hebben met elkaar afgesproken dat ze niet naar een goedkoper productieland zullen uitwijken als de lonen ergens stijgen – de extra kosten worden doorberekend in de prijs van kleding of gecompenseerd door efficiëntie. Efficiëntie, zegt Tara Scally van Schone Kleren Campagne, betekent vaak dat arbeiders harder moeten werken. Het is ook een woord dat voorkomt in de toespraken van Vanco, dat 1,5 miljoen kledingstukken per maand produceert: „Efficiëntie is onze belangrijkste focus.”

Labour behind the label onderzocht in 2016 de vorderingen bij zes Cambodjaanse leveranciers met de classificatie goud of platina van H&M, waaronder Vanco. Een veelgehoorde klacht onder 51 geïnterviewde arbeiders was dat ze weliswaar meer verdienden dan het minimumloon, maar dat ze ook veel harder moesten werken. Tep Pisey en Chat Kamara hebben die klacht niet over Vanco. Hun baas, een vrouw uit Hongkong, heeft een „goed hart”, zeggen ze, en de laatste jaren zijn er veel verbeteringen doorgevoerd, zoals doorbetaald zwangerschapsverlof en reiskostenvergoeding. Wel zegt Pisey dat ze er de laatste tien jaar financieel eigenlijk niet op is vooruitgegaan. Haar loon is weliswaar sterk gestegen, maar de prijzen zijn dat ook.

Geweld tegen arbeiders

De laatste ochtend staat een bezoek van een medewerker van CARE gepland. In 2017 werd uit onderzoek duidelijk dat eenderde van de Cambodjaanse textielarbeidsters soms of vaak te maken krijgt met seksueel grensoverschrijdend gedrag, en 40 procent van mening is dat er geen systeem bestaat om dat te melden. CARE heeft een op Cambodja gericht programma ontwikkeld om het bespreekbaar te maken, dat draait om de fictieve arbeider Chanda. Het wordt in zes voor H&M producerende fabrieken getest. Maar voor ze gaat spreken, neemt de Britse Sarah Hopkins, de duurzaamheidsmanager van H&M in Cambodja, het woord: de avond ervoor, een paar uur na het bezoek aan de fabrieken, is online een rapport gepubliceerd van Global Labor Justice in samenwerking met onder meer de Asia Floor Wage Alliance: Gender Based Violence in the H&M Garment Supply Chain. Daarin wordt gesteld dat geweld tegen vrouwen aan de orde van de dag is in textielfabrieken in India, Bangladesh, Sri Lanka en Cambodja.

In een van Cambodjaanse fabrieken van Roo Hsing werd tussen januari en mei van dit jaar nog onderzoek gedaan. Volgens de ondervraagden wordt de productie er dagelijks opgevoerd, worden vrouwen uitgescholden en geslagen en gedwongen over te werken, en wordt gedreigd met het niet verlengen van kortlopende contracten. In twee andere fabrieken in Cambodja die produceren voor H&M zijn in 2017 vrouwen overleden: een nadat ze flauwviel en haar hoofd stootte, de andere aan een hartaanval. Sommige bevindingen waren al bekend, zegt Hopkins. „Daar hebben we maatregelen tegen genomen.” Maar van wat zich ondanks de controles van H&M afspeelde bij Roo Hsing had ze geen idee. „We nemen dit zeer serieus. We gaan nog meer onaangekondigde fabrieksbezoeken doen.”

    • Milou van Rossum