We worden massaal honderd. Wat gaan we met die extra tijd dóén?

Een eeuw leven

Het aantal honderdplussers stijgt sterk en sowieso leven we gemiddeld steeds langer. Dat brengt ingrijpende sociale veranderingen met zich mee. ‘Het lijkt mij onvermijdelijk dat veel mensen hun ouders weer in huis zullen nemen.’

Foto Annabel Oosteweeghel

    Extreem oud worden is straks zo extreem niet meer. Het aantal Nederlanders van honderd jaar en ouder zal tussen nu en 2040 bijna verviervoudigen, volgens het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). In het uiterste scenario dat het overheidsinstituut deze week presenteerde in een rapport, kan de gemiddelde levensverwachting in 2040 zelfs stijgen tot 95 jaar. Dat is bewust een zeer speculatief scenario – het meest waarschijnlijke scenario komt uit op 86 jaar – en om die 95 jaar werkelijkheid te maken moet nog veel technologische vooruitgang worden geboekt. Maar het RIVM staat niet alleen met vergaande voorspellingen over honderdjarige levens.

    „Misschien al binnen één generatie is de kans groot dat de meerderheid in westerse landen de honderd zal halen”, zegt Ken Smith, één van de directeuren van het Center on Longevity van Stanford University, dat in Silicon Valley onderzoek doet naar veroudering. Andere studies wijzen erop dat de helft van de baby’s in westerse landen nu al honderdplusser zal worden.

    Dat mensen fors ouder worden komt niet alleen door medische uitvindingen en technologische vooruitgang. „Juist met vrij simpele aanpassingen aan leefstijl boeken we veel winst.” Smith refereert aan een beroemd ultrakort voedingsadvies waarmee de Amerikaanse wetenschapsjournalist Michael Pollan decennia aan dieetonderzoek treffend samenvat: „Eet voedsel. Niet te veel. Vooral planten.” Smith oppert een net zo simpele formule voor prettig en gezond ouder worden: „Beweeg. Eet geen troep. Socialize.” Vooral dat laatste element is onderwerp van veel recent onderzoek: „We zien steeds duidelijker dat eenzaamheid voor levensverwachting bijna hetzelfde doet als roken.”

    Steeds meer mensen krijgen de fijne kneepjes van het ouder worden blijkbaar onder de knie – en de wetenschappelijke vooruitgang blijft voortdenderen. Maar hoe gaat een honderdjarig leven – een volle eeuw lang – er eigenlijk uitzien?

    De foto’s bij dit artikel zijn gemaakt door Annabel Oosteweeghel. De oudere generatie is een regelmatig terugkerend thema in haar werk.

  1. Nieuwe levensfasen uitvinden

    „Voor een honderdjarig leven zullen we de normale levensloop opnieuw moeten configureren”, zegt Smith. Nu is het zo: we groeien op, gaan studeren, beginnen te werken, trouwen, krijgen kinderen, gaan met pensioen. We richten ons leven grofweg in op dezelfde manier als voorgaande generaties. „Maar we zullen ons moeten instellen op nieuwe mijlpalen.”

    Als je veertig bent en je hebt nog zestig jaar te gaan, zal je er misschien voor kiezen even een tijdje uit het arbeidsproces te gaan voor zorg, gezin of een sabbatical bijvoorbeeld, oppert hij.

    Waarschijnlijk ontstaan door de veel langere levens zelfs compleet nieuwe levensfasen. Na de vorige grote sprongen in levensverwachting, rondom de eerste industriële revolutie, ontstonden nieuwe concepten van levensindeling zoals adolescentie en studententijd; levensfasen die simpelweg niet bestonden toen mensen gemiddeld amper vijftig werden en op hun twaalfde al begonnen met werken.

    Lynda Gratton, hoogleraar aan de London Business School, ziet zo’n nieuwe fase nu al ontstaan. In haar boek The 100 Year Life noemt ze die de ‘explorer-fase’. Mensen tussen 25 en 40 proberen nu al veel vaker dan vroeger meerdere beroepen uit voordat ze een definitieve carrière kiezen, ze stellen beslissingen als trouwen en kinderen krijgen langer uit, maken vaker lange wereldreizen. Al die twijfelende millennials en digital nomads van de laatste tijd zijn volgens haar mogelijk een voorbode van een hele nieuwe levensfase die ontstaat door ons langere leven. En als dertigers aan het exploren slaan, waarom zestigplussers niet?

  2. Meer scheidingen en meer dementie

    Liefde, relaties en familiebanden zullen ook veranderen. „De stijging van het aantal scheidingen is nu het hoogst onder vijftigplussers”, zegt Ken Smith van Stanford. Hoe langer mensen leven, hoe vaker ze op elkaar uitgekeken raken – zo simpel is het. Ook in Nederlandse CBS-cijfers is een duidelijke stijging te zien van scheidingen bij langere huwelijken en hogere leeftijden.

    En ja, bij langer leven in ouderdom horen ook meer ziektes en kwaaltjes. Uit het RIVM-rapport van deze week blijkt dat het aantal mensen met dementie toeneemt van 154.000 in 2015 tot 330.000 in 2040. Ook zullen mensen vaker meerdere ziektes tegelijk hebben. Dat zal het zorgstelsel aanzienlijk onder druk zetten.

    „Het lijkt mij onvermijdelijk dat veel mensen hun ouders weer in huis zullen nemen en dat er nieuwe gezamenlijke woonvormen ontstaan”, zegt Smith. „Dit zou eigenlijk gewoon een terugkeer betekenen naar de manier waarop de meeste mensen voor de twintigste eeuw leefden. Pas toen zijn we ouderen gaan segregeren in aparte gemeenschappen.”

    Fors oudere ouders kan voor grotere druk zorgen op hun kinderen, waarschuwt ook het RIVM-rapport. „Vooral voor de groep mensen die werk, zorg voor de kinderen en mantelzorg moet combineren lijken veel drukverhogende ontwikkelingen samen te komen.” Nog meer ouderen kan ook betekenen: nog meer stress.

  3. Meer ouderen op kantoor

    Mantelzorg is niet het enige dat onbetaalbaar dreigt te worden. De pensioenleeftijd moet ook omhoog, dat weten we nu wel. Levenslang leren en aanpassen worden nog veel belangrijker dan nu. Mensen zullen waarschijnlijk meerdere carrières krijgen in plaats van één.

    Wat betekent de sterke toename van zestigers en zeventigers op de werkvloer? Niet per se wat je afgaand op clichés zou verwachten.

    Smith wijst op twee recente onderzoeken bij autofabrikant BMW en adviesbureau Accenture. Bij BMW blijkt in fabrieken dat door een stijging van het aantal oudere werknemers de productiviteit omhóóggaat. Bij Accenture blijkt dat oudere teams minder verloop kennen en minder verzuim.

    Natuurlijk: er zijn zeker taken waarin ouderen gemiddeld minder goed zijn dan jongeren, zaken die snelheid of fysieke kracht vereisen bijvoorbeeld. Maar om dat op te vangen kunnen robots, kunstmatige intelligentie en automatisering een belangrijke rol spelen.

  4. Nieuwe levensdoelen vinden

    Tot slot: wat móéten we überhaupt met al die extra tijd? We zullen constant op zoek moeten naar andere levensdoelen. Dat is de kern van het populaire boek Ikigai, dat een poging doet te verklaren waarom de inwoners van het Japanse Okinawa gemiddeld extreem oud worden, en ook nog eens op een prettige, gelukkige en gezonde manier.

    Ikigai is vrij vertaald het Japanse woord voor ‘de reden om ’s ochtends uit je bed te komen’. Of het nou een baan is, je familie of een moestuin onderhouden; mensen die een helder doel houden in hun leven worden ouder en gelukkiger, is de stelling.

    Daarvoor is ook in de wetenschappelijke literatuur bewijs te vinden. Een Harvard-onderzoek uit 2017 benadrukt letterlijk het belang van „een reden om ’s ochtends op te staan”.

    Ouderen met een sterker gevoel van doel en betekenis in hun leven blijven langer fysiek fit, suggereert de studie. De onderzoekers verzamelden onder zo’n zesduizend vijftigplussers data over hun doel in het leven. Vervolgens deden ze over een periode van vier jaar metingen van de kracht van iemands greep en de snelheid waarmee iemand liep.

    Wat bleek: mensen met een bovengemiddeld helder levensdoel verloren over die vier jaar minder vaak grijpkracht en loopsnelheid dan anderen met minder zingeving. Bij degenen met het sterkste levensdoel was er zelfs een gerede kans dat greep en snelheid verbéterden.

    Als we straks massaal honderd worden, zullen we in elke nieuwe levensfase weer nieuwe doelen moeten vinden die ons betekenis geven, doelen die met ons meegroeien. En het mooie is dat als dat lukt, we vervolgens nóg ouder zullen worden.

    • Wouter van Noort