Een kijkje in het hok waar de videoscheidsrechter zit tijdens het WK in Rusland. Danny Makkelie is een van hen: „Als je een beetje in de relaxhouding gaat, dat is gevaarlijk.”

Foto Mladen Antonov/AFP

Zweten, gekromde tenen en een hartslag van 180: hoe het is om videoscheids te zijn

Videoscheidsrechter

Brazilië – Costa Rica, vrijdag, is Danny Makkelies tweede WK-duel. „Ik heb in dat hok meer stress dan op het veld.” Monoloog van een ‘VAR’.

‘Als ik het bij een lezing heb over videoscheidsrechters zeggen mensen vaak: ‘Oh [plat Rotterdams accent], beetje achter je monitortje zitten, voeten op tafel, chippie d’rbij.’ Ik heb op internet foto’s gezien dat we een heel ander kanaal op hadden staan, natuurfilms zeg maar. Mensen onderschatten het werk. Echt. Een scheidsrechter mag fouten maken, maar een videoscheidsrechter niet.”

Danny Makkelie (35) heeft de ambitie om na Björn Kuipers dé Nederlandse arbiter op EK’s en WK’s te worden. Hij versterkt het team van Kuipers in Rusland nu als videoscheidsrechter, vanuit een studio in Moskou. Makkelie heeft ervaring opgedaan in internationale wedstrijden, bij Nederlandse beker- en playoffduels en in simulaties bij de KNVB en FIFA. „In training heb ik niet dat mijn hartslag omhooggaat naar 180, dat heb ik wel in een wedstrijd.”

Op een persbijeenkomst drie weken terug op het KNVB-complex in Zeist sprak hij over zijn belevenissen als VAR (Video Assistant Referee).

„Ik ben zenuwachtiger als VAR dan als scheidsrechter. Als ik op het veld een fout maak, heb ik mezelf ermee. Ik maak een fout, mijn verantwoordelijkheid, ik word bekritiseerd. Maar als ik als VAR een fout maak, of als assistent-VAR, dan heb ik de scheidsrechter ermee. Dan leg ik mijn fout bij een ander neer. Ik heb meer spanning in dat hok dan als scheidsrechter op het veld.”

Bonzend hart

„Ik heb op het WK voor clubteams een strafschop geadviseerd aan Viktor Kassai [Hongaarse scheidsrechter], die hij niet had gezien. Daardoor ging die club [Kashima Antlers] naar de finale. Dat is wel een grote beslissing, dat voel je ook. Op het moment dat je achter het scherm zit, de knop indrukt en je zegt: ‘Ik vind je beslissing verkeerd, ik wil dat je naar het scherm gaat om het te checken’ – dan voel je je hart wel bonzen hoor. Terwijl ik overtuigd ben, maar toch. Er is zoveel discussie altijd. Iedereen heeft er een mening over. En natuurlijk is dat niet doorslaggevend, maar je hoopt wel dat als je ingrijpt dat mensen snappen waarom je dat hebt gedaan.

„Björn en ik zijn goed op elkaar ingespeeld, dat komt de prestatie ten goede. Dat is ook in FIFA’s belang. Ik denk theoretisch dat ik de finale zou kunnen krijgen en hij niet, maar andersom ook: dat ik niet de beste VAR ben en Björn wel de beste scheids.

„De VAR grijpt in bij penaltysituaties, rode kaarten, overtredingen voorafgaand aan een doelpunt [zoals buitenspel] en als een kaart aan een verkeerde persoon wordt toegekend. Ik zou wel vaker willen helpen, dat is weleens frustrerend. Stel Björn geeft onterecht een corner, ik zie dat en denk: ‘Shit nee toch’. Er komt een goal uit en bij wijze van spreken Argentinië gaat daardoor naar huis. Wat denk je dat er met Björn gebeurt? Zou toch mooi zijn als ik hem dan kon redden. Maar dat kan niet, dus zit ik daar met gekromde tenen.

„Ik mag dat ook niet stiekem zeggen. Want stel ik doe dat wel en de scheidsrechter heeft al naar de cornervlag gewezen en de assistent-scheids staat ook al met zijn vlag naar beneden. Dan ineens oordeelt ie toch anders. ‘Ja, iets in mij zegt toch…’ Dan weet iedereen dat de VAR iets heeft gezegd. Dat mag dus niet volgens het protocol.

Lees ook: Primeur op het WK: strafschop!

Cameraplan kennen

„Een goede videoscheidsrechter kan snel schakelen, moet strak en helder communiceren. Je moet snel kunnen inschatten: hé, hier gebeurt wat. Daar moet je een gevoel voor creëren. Dat er iets in de zestien is waarbij niet eens wordt geprotesteerd en je toch denkt: dit zou weleens hands kunnen zijn.

„Een kwaliteit is ook dat je heel snel weet: ik wil dit nog eens zien van achter de goal, of van opzij. Of van hoog in het stadion. Je moet dus ook het cameraplan kennen. Dat je weet: camera acht wil ik hebben, want daarvan weet ik dat die het beste beeld geeft voor deze situatie. Dat bepaalt de snelheid van de VAR. De ‘operator’ geeft mij de beste beelden, heel belangrijk dat hij aanvoelt welke feeds ik wil. Daaruit kies ik de geschiktste camerahoek om te kunnen oordelen. Ik heb ook twee assistent-VARs die de gewone registratie volgen als ik bezig ben met een incident. En dan is er nog een vierde official, die ons in alles ondersteunt.

„Als je een beetje in de relaxhouding gaat – ‘er gebeurt toch niets’ – da’s heel gevaarlijk. Bij elke situatie moet je denken: ‘Hé ik wil dit toch even zien. Is het niets? Oké, ga maar door. Hé en dit? Staat-ie niet op zijn voet? Nee? Oké, ga maar door.’ Je kunt beter een keer extra checken dan dat je drie minuten later wordt verrast met een herhaling en dat iedereen thuis zegt: hoe heeft-ie dít kunnen missen?

„Niet elke wedstrijd is even stressvol. Soms gebeurt er weinig, ben je na afloop ook niet moe. Maar als je constant dingen moet checken, dat is geestelijk behoorlijk zwaar. De eerste internationale wedstrijd die ik deed, daarin brak het zweet me echt uit. Oefenduel Frankrijk-Italië, bijzonder moeilijk moment met wel of geen rode kaart. Dan denk je ‘jeetjemina’; als ik niets doe, hoe reageert de FIFA? Hoe reageert het publiek? De media? En de scheidsrechter? Dat gaat dan allemaal in je hoofd meespelen. Ik ben nu veel zelfverzekerder.”

    • Bart Hinke