Opinie

Justitie komt niet weg met het brengen van één symbolisch offer

WODC-affaire

Toen in november bekend werd dat er iets grondig mis is met de onafhankelijkheid van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie en Veiligheid, loste minister Ferdinand Grapperhaus (CDA) een salvo van drie onderzoeken. Er was aan het licht gekomen dat een intussen gepensioneerde onderzoeker van het WODC niet onafhankelijk haar werk had kunnen doen en dat bovendien haar interne klachten hierover geen gehoor hadden gevonden.

Het eerste aangekondigde onderzoek heeft nu geresulteerd in een rapport naar de doofpot bij Justitie. Het ging over een politiek gevoelig onderzoek naar de regulering van het softdrugsbeleid in de zuidelijke provincies, nog onder verantwoordelijkheid van toenmalig minister Ivo Opstelten (Justitie, VVD).

Later volgen dus nog twee andere onderzoeken, naar „onbehoorlijke beïnvloeding” en naar de mogelijke sturing van het werk van de onderzoeker door beleidsafdelingen van het ministerie. Overigens, bij deze manier van opdelen van de kwestie hoort er in de Tweede Kamer eigenlijk meteen al een alarmbel af te gaan: opgepast, salamitactiek, het probleem is veel groter dan gesuggereerd.

Maar eerst nu dit onderzoek onder voorzitterschap van arbeidsrecht-expert Evert Verhulp. Dat is gericht op de manier waarop de interne procedures voor klokkenluiders hebben gefunctioneerd. Uiteindelijk stelt de commissie-Verhulp vast dat zowel WODC-directeur Frans Leeuw als de topambtenaar van het ministerie, secretaris-generaal Siebe Riedstra „onvoldoende zorgvuldig” heeft gereageerd op de melding van de onderzoeker dat zij haar werk niet onafhankelijk heeft kunnen doen. En dat is in al zijn ambtelijke vaagheid een harde conclusie.

Over Leeuw wordt bovendien gemeld dat hij als directeur niet deugde omdat zijn managementstijl „bedreigend” was. Overigens heeft Riedstra de directeur wel aangesproken op zijn managementstijl, maar het daarna laten lopen: hij heeft de afspraken „onvoldoende gehandhaafd, mede gezien de aanstaande pensionering van de directeur”.

Dat heeft voor Riedstra geen consequenties. De conclusie is dat directeur Leeuw zijn taken neerlegt en wat vroeger van zijn pensioen mag gaan genieten.

Maar dat is het symbolische mensenoffer dat naar oud Haags gebruik dient om de Tweede Kamer gunstig te stemmen na ieder bestuurlijk schandaal. Voor de zekerheid wordt ook nog gezegd dat door de „onvoldoende open managementstijl” van Leeuw „misverstanden over de rol en taak van het WODC hebben kunnen ontstaan”. Dat is een cruciaal zinnetje. Want hier wordt alle schuld één persoon in de schoenen geschoven. Door hem te verwijderen is het probleem eigenlijk al opgelost. Want de oorzaak van de „misverstanden” is immers verdwenen. De twee commissies die nog aan het werk zijn kunnen eigenlijk ook ophouden met zoeken.

Helaas, zo werkt het niet. Na het schandaal van de ‘bonnetjesaffaire’, laadt de ambtelijke top van het departement met de toegepaste tactieken van salami en zondebok de verdenking op zich, door nog steeds onvoldoende transparant te zijn ten opzichte van de volksvertegenwoordiging. Het is van groot belang dat de Tweede Kamer erop kan vertrouwen dat beleidsonderzoek van het WODC onafhankelijk tot stand is gekomen onder daarvoor geldende wetenschappelijke regels. Als Justitie dat niet kan leveren, kan dat onderzoek beter buiten dat ministerie worden gedaan.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.