Veel genetische overlap tussen psychische ziekten

Psychiatrie Een erfelijke aanleg voor een psychische ziekte vergroot vaak ook de kans op een andere psychische aandoening.

Genanalyse Foto Getty Images

Veel genafwijkingen die de kans op een psychiatrische aandoening vergroten, doen dat voor meerdere psychische ziekten. Genvarianten voor ADHD geven bijvoorbeeld ook een verhoogd risico op bipolaire stoornis, ernstige depressie en schizofrenie. Een uitzondering zijn genen voor een posttraumatische stressstoornis. Die beïnvloeden alleen die ziekte.

Bij neurologische aandoeningen is het meestal anders dan bij psychiatrische. Genvarianten voor bijvoorbeeld alzheimer of epilepsie hebben weinig invloed op andere neurologische ziekten. Er is alleen wel een duidelijke genetische relatie tussen migraine, ADHD, depressie en het syndroom van Gilles de la Tourette. Dit blijkt uit een studie van een omvangrijk internationaal samenwerkingsverband, het Brainstorm Consortium, die donderdag in Science verscheen.

De bijna 400 onderzoekers, waaronder ook Nederlandse genetici, verwerkten de genetische gegevens van ruim een miljoen mensen. Ze concluderen dat psychiatrische ziekten die eruitzien als verschillende aandoeningen onderling diep verweven kunnen zijn. „Het levert nieuwe aanwijzingen dat de huidige klinische grenzen tussen psychiatrische aandoeningen niet precies de onderliggende ziekteprocessen weerspiegelen, althans niet op genetisch niveau”, schrijven de onderzoekers.

Binnen de psychiatrie bestaat het probleem dat de biologische oorzaak van aandoeningen niet duidelijk aan te wijzen is. Metingen, bijvoorbeeld van bloedwaarden of hersenactiviteit, geven bijna nooit uitsluitsel over de aard of de ernst van de ziekte. De diagnose wordt vaak gesteld aan de hand van vragenlijsten, ingevuld door de patiënt en zijn naasten, en door gesprekken en gedragsobservaties. Daar kan subjectiviteit in sluipen. De hoop is dat het ontrafelen van de rol van erfelijke aanleg voor psychiatrische ziekten de zoektocht naar onderliggende biologische mechanismen kan helpen.

Het Brainstorm Consortium gebruikte DNA-informatie van 265.218 patiënten en 784.643 controlepersonen. Daaruit is bepaald welke genvarianten een rol spelen bij bepaalde psychiatrische stoornissen of neurologische aandoeningen. Het was veruit de grootste studie die ooit is gedaan naar dit probleem.

Psychiatrische aandoeningen worden niet veroorzaakt door een afwijking in één gen. De kans om bijvoorbeeld schizofrenie te krijgen wordt bepaald door erfelijkheid (6 tot 13 procent kans op schizofrenie als één van de ouders het ook heeft), maar is ook afhankelijk van omgevingsinvloeden, bijvoorbeeld traumatische gebeurtenissen of druggebruik.

    • Sander Voormolen