Opinie

    • Paulien Cornelisse

Transfer

Transfer, dat is nou zo’n woord dat ik in gesprekken meestal niet gebruik, of een beetje wegmoffel. Zou je het Engels moeten uitspreken? TRENSfur?

Doet dit ertoe? Nee, niet echt. Soms doen mensen dit soort mini-observatie’tjes om een echte mededeling uit te stellen. „Goh, wat hebben ze hier eigenlijk een mooie plantenbakken.” „Daarvoor zijn we hier niet. Vooruit met de geit.”

Ja, vooruit met de geit.

In 1999 schreef ik mijn eerste stukje voor NRC Handelsblad. Het was heel kort, en het ging over Japanse wc’s (ik studeerde toen in Japan). Wat een leuke krant, die een random student een plekje gaf om over wc’s te schrijven.

Daarna schreef ik zo af en toe voor NRC, en in 2008 kreeg ik een column. Eerst ging die alleen over taal en daarna vaak over iets anders. Ik schrijf meestal met plezier. Soms kan ik beter denken als ik schrijf en als dat zo is, dan voel ik geluk. Dat is de reden dat ik schrijf.

Dat die column gelezen werd, merkte ik lang niet altijd. En soms dacht ik dat alleen heel zeurderige mensen mij lazen. Maar regelmatig hoorde ik iets van aardige slimme non-zeurders, en dan hoopte ik dat juist die mensen bij mij in de zaal zouden zitten (want ik ben ook werkzaam als cabaretier). De aardige non-zeurders: die waren de kersen op de columntaart.

Paulien, kom nu maar vooruit met je geit.

Oké.

Ik ben door de Volkskrant gevraagd om drie keer per week een kort stukje op hun voorpagina te schrijven. „Ik kon geen nee zeggen”, liegt men dan, en dat doe ik dus ook. Goed: een transfer.

Misschien komt er hier wel weer een nieuw type dat iets schrijft over, ik noem maar wat, vogelnestjes in Mongolië, en van daaruit verder over van alles. Dat hoop ik.

Vaarwel.

Dit is de laatste column van Paulien Cornelisse.
    • Paulien Cornelisse