Plastic van suikerriet mag in de gft-bak

Voor plastic gemaakt van natuurlijke grondstoffen, zoals suikerbieten, heb je geen olie meer nodig. Dat is pure winst. En dan mag het soms ook nog in de biobak. Maar is dat ook nuttig?

Als rag van een plaag rupsen, of als een ziekte die alles doodmaakt. Zo hangen de zakjes over de struiken in de foto’s van de Portugese fotograaf Eduardo Leal. Eduardo Leal

Daar ligt-ie dan. Een felgroen bakje in de fletsgroene gft-kliko. Boven op sinaasappelschillen en een restje sperziebonen. De camera zoomt nog wat in. Je ziet het goed, lijkt het beeld te zeggen, plastic in de groene container!

Sinds een aantal maanden verpakt supermarktketen Coop biologisch vers vlees in biologisch afbreekbare bakjes, gemaakt van bioplastic. Wie dat nog niet wist, wordt daar met een nieuw reclamespotje op gewezen. We zien klant Kees en zijn gft-kliko. „Dit betekent dat meer dan 1 miljoen verpakkingen per jaar niet meer op de plastic-hoop belanden”, meldt Coop. In plaats daarvan worden de bakjes, zo is de bedoeling, compost.

Traditioneel plastic

Onder consumenten bestaat steeds meer weerstand tegen plastic. Bedrijven willen daarom zo veel mogelijk af van traditioneel plastic. Maar helemaal zonder gaat niet. Vlees moet in een bakje. Cola in een fles. In een plasticje is een komkommer beter beschermd. En dan hebben we het nog niet eens gehad over balpennen, landbouwplastic of auto-onderdelen.

Bioplastics, plastic gemaakt van ‘hernieuwbare bronnen’ zoals suikerriet, suikerbiet of maïs, lijken een oplossing. En hoewel de totale markt van bioplastics nog erg klein is, ongeveer 1 procent van de totale plasticproductie, becijferde de universiteit van Wageningen in 2017, groeit de markt hard. Twee voorbeelden van deze maand: Ikea liet weten in 2030 alleen nog gerecycled plastic of bioplastic te gebruiken. En supermarktketen Carrefour stapt in 2025 over naar volledig gerecycled, herbruikbaar of composteerbaar plastic.

Dat klinkt hoopvol, maar wie denkt dat bioplastic de oplossing is voor ál onze plasticproblemen, zit ernaast.

Rupsen gaan weer weg en ziektes gaan voorbij, maar plastic zakjes kunnen wel tientallen, of honderden jaren, blijven bestaan. Eduardo Leal

Er zijn zeker voordelen: bioplastics worden niet van aardolie gemaakt en meestal hebben ze een lagere klimaatimpact dan fossiele plastics. Maar een punt van aandacht is landgebruik: gaat bioplastic niet concurreren met voedsel?

Daarnaast is bioplastic niet hét antwoord op de plasticsoep, zegt Geert Bergsma van CE Delft, dat voor (toen nog) de ministeries van Infrastructuur en Milieu en van Economische Zaken de rol van bioplastics in de circulaire economie onderzocht. De overheid beraadt zich op dit moment over de rol van bioplastics in de circulaire economie.

Bioplastics komen, net als gewoon plastic, in veel vormen voor. Maar grofweg zijn ze in twee groepen te verdelen: wel en niet biologisch afbreekbaar. Die laatste soort is voor consumenten niet van gewoon plastic te onderscheiden. Zonder dat je het doorhebt kan je frisdrankfles geheel of gedeeltelijk uit bioplastic (zoals bio-PET of PE) bestaan. Zo’n fles kan goed gerecycled worden, maar als-ie in zee belandt, dobbert hij net zo lang rond als een gewone plastic fles.

Maar ook de biologisch afbreekbare soorten zijn, met het oog op plasticsoep, volgens Bergsma geen oplossing. Het meest gebruikte afbreekbare bioplastic PLA wordt alleen onder bepaalde omstandigheden snel door bacteriën en schimmels afgebroken. Warmte, vocht en aanwezigheid van micro-organismen zijn daarbij van belang. In een koude oceaan duurt afbraak aanzienlijk langer, zegt Bergsma. Hoelang precies, weten we niet.

Een bioplastic dat wél relatief snel onder dit soort omstandigheden afbreekt is PHA, maar dat is nog te duur en lang niet voor alle toepassingen geschikt. En ook biologisch afbreekbare bioplastics horen niet in zee, of in de maag van een dier.

Vleesbakjes

Terug naar de PLA-vleesbakjes van Coop. „Die vleesschaaltjes worden met ons plastic gemaakt”, zegt François de Bie van Total Corbion, het samenwerkingsverband van de Franse oliemaatschappij Total en het Nederlandse Corbion, voortgekomen uit suikerbietenverwerker CSM.

Leal fotografeerde de zakjes voor Plastic Trees op een uitgestorven hoogvlakte in Bolivia. Want ja, daar zijn ze ook. Eduardo Leal

De joint venture breidt uit: op dit moment bouwt Total Corbion een PLA-fabriek in Thailand. Die gaat overigens niet draaien op suikerbiet, maar op suikerriet.

Net als Coop vindt De Bie, die ook voorzitter is van brancheorganisatie European Bioplastics, het goede nieuws dat die bakjes straks „voedsel voor bacteriën en schimmels zijn”. Zo’n vleesschaal „wordt anders echt niet hergebruikt”, zegt De Bie.

Maar wanneer het vleesschaaltje aan Robert Corijn van afvalverwerker Attero wordt voorgelegd, kan hij een zucht nauwelijks onderdrukken. Attero zit niet op composteerbaar plastic te wachten. Niet in de plasticbak (het wordt op dit moment niet gerecycled) maar ook niet in het gft-afval. Dat is ook het standpunt van brancheclub Vereniging Afvalbedrijven.

Volgens Europese regels moet composteerbaar bioplastic, in optimale omstandigheden (dus niet thuis op de composthoop), in twaalf weken voor 90 procent afgebroken zijn. Maar de meeste compost is bij afvalverwerkers veel sneller klaar, in vier weken. Waarna verwerkers de resten bioplastic uit hun compost moeten vissen. Langer wachten kan heus wel, zegt Corijn. „Maar dan worden de kosten hoger.” En dan blijft er soms ook een deel over dat niet goed composteert.

Dinosaurus

Bovendien, zegt hij, levert zo’n bakje helemaal geen hoogwaardige compost op. Koffiecupjes van afbreekbaar bioplastic, ja die wel, vanwege het koffiedik. „Maar zo’n bakje valt alleen uiteen in CO2 en water.”

Nu weet Corijn dat de afvalverwerkers met dit standpunt vaak voor „dinosaurus” worden versleten omdat ze niet open zouden staan voor nieuwe ontwikkelingen, maar op dit vlak is onderzoeksbureau CE Delft het met hen eens.

Afbreekbaar bioplastic op zichzelf bevat geen nuttige stoffen zoals stikstof of fosfor, zegt Bergsma. Daarnaast: snapt de consument nog wel dat het ene bakje bij het groenafval mag en het andere niet?

De plastic tasjes zijn over grote afstanden meegevoerd door de wind, tot ze in de struiken blijven steken. Eduardo Leal

De toename van afbreekbare bioplastics heeft volgens Bergsma deels met financiële prikkels te maken. Via het afvalfonds betalen bedrijven mee aan recycling van plastic. Maar bij composteerbaar bioplastic is dat bijna niets (2 cent per kilo), terwijl gewoon en niet-afbreekbaar bioplastic 64 cent per kilo kost.

CE Delft vindt dat composteren alleen sporadisch een oplossing is, als het een duidelijke meerwaarde heeft. Bij die koffiecupjes dus. Of als afvalzak in de gft-bak. Consumenten hebben er een hekel aan om groente en fruit zonder zak in de bak te gooien. Het idee is dat er meer afval binnenkomt als het in een zakje mag. Of denk aan plasticjes die vaak op straat belanden, zoals het folie om een sigarettenpakje.

Maar dit zijn dus uitzonderingen. Voor de rest is het advies van CE Delft duidelijk: zoveel mogelijk recyclen. Oók de composteerbare PLA-plastics (ook al gebeurt dat nu nog niet en moet het recyclesysteem daarop aangepast worden). Dat is ook het makkelijkst voor de consument.

Lees ook: Weg met plastic in laagjes, dat is niet te recyclen
    • Geertje Tuenter