Opinie

    • Maarten Schinkel

Op de langste dag van de conjunctuur

We leven op de top van de cyclus vandaag. 21 juni is de langste dag van het jaar. Vanaf nu worden de dagen korter, met een versnelling tot 21 september. Zonder dat we het beseffen zijn we ook al best ver gevorderd in de economische cyclus. De laatste recessie stamt alweer van de tweede helft van 2012. We gaan alweer het zesde jaar van de opgaande cyclus in. In de Verenigde Staten is dat nog veel langer. De laatste recessie, twee kwartalen achtereen krimp ten opzichte van het vorige kwartaal, deed zich daar voor in 2009.

Maar wanneer komt de omslag? Dat is een stuk lastiger te bepalen, en er zijn eigenlijk geen goede modellen die dat kunnen. Een aanhoudende hoogconjunctuur met afvlakkende groei, zo vatte De Nederlandsche Bank deze week zijn nieuwe prognoses voor de economie samen. Dat snijdt hout. Bovengemiddeld groeien, zoals we nu doen, is op termijn onhoudbaar. Meestal wordt dat probleem bij ramingen opgelost door de economische groei in de toekomst langzaam te laten afnemen tot de kruissnelheid van de economie is bereikt. Of iets daaronder, als capaciteitsproblemen op de product- of arbeidsmarkt moeten worden weggewerkt.

Het voorspellen van omslagen is lastig. Vaak zitten ze al in het vat, maar is er een incident nodig om het daadwerkelijk te laten gebeuren. In het vat zit de conjunctuuromslag in de VS. De extra stimulans die de begroting van president Donald Trump de Amerikaanse economie geeft, is over een jaar of wat uitgewerkt. En dan beginnen de jaar-op-jaar-vergelijkingen er plots minder goed uit te zien. Nog afgezien van een heftige reactie op mogelijke oververhitting.

Diverse financiële instellingen waarschuwen de laatste tijd ook over een gebrekkige liquiditeit, de verhandelbaarheid van effecten, op de financiële markten. Dat betekent dat koersreacties, als ze eenmaal plaatsvinden, veel heviger kunnen worden dan we nu verwachten. Zie de volatiliteitscrisis op de beurzen in februari.

Wat de incidenten betreft: de wereldhandel is op dit moment de belangrijkste kandidaat voor een omslagpunt. De handelsruzie die Trump zoekt met China, Europa en zelfs zijn naaste buren mag dan in termen van het bruto binnenlands product geringe gevolgen hebben, er is ook nog zoiets als vertrouwen. Verlies daarvan kan het effect van een handelscrisis veel groter maken.

Andere kandidaat zijn de opkomende markten. Nu de koers van de dollar sterker wordt en de rente op dollars door de Amerikaanse centrale bank wordt opgevoerd, kan de kapitaalstroom naar die markten plots omkeren. Ook dat kan heftig uitpakken. Zie de daling van de Turkse lira, die met meer te maken heeft dan alleen de Turkse verkiezingen van zondag. Daarmee samenhangend: China zou, als ultiem wapen in de handelsstrijd met de VS, de yuan plots kunnen laten zakken, met een wereldwijde beursschok als gevolg.

En dan is er nog de woningmarkt. Zoals bekend hangen woningprijzen in de grote steden wereldwijd steeds meer samen door grensoverschrijdend koopgedrag van grote beleggers en rijke particulieren. Er lijkt in Europa geen vuiltje aan de lucht, maar pas op: in de Canadese stad Toronto dalen de woningprijzen op dit moment met 13 procent ten opzichte van de piek van begin vorig jaar. In het Australische Sydney dalen de prijzen met 4 procent. Londen koelt heel snel af. En terwijl de vastgoedsector in de Verenigde Staten aanhoudende stijging van de huizenprijzen verwacht in de meeste grote steden, waarschuwt de bank JP Morgan al voor een correctie.

Zijn dit allemaal tekenen van naderend onheil? Hoeft niet. Maar het wijst er wel op dat we extra moeten genieten van vandaag: misschien wel de langste dag van de conjunctuur.

Maarten Schinkel schrijft over economie en financiële markten.
    • Maarten Schinkel