Recensie

Leugens en egoïsme verpakt in feestjes op Oerol

Oerol Oerol 2018 is een sterke editie, met onder meer goede voorstellingen als ‘George en Eran worden racisten’, ‘Célia!’ en ‘Billy the Kid’.

Manoushka Zeegelaar Breeveld als Celia Cruz in Celia! Foto: Moon Saris

Muziek is de smeerolie op deze editie van Oerol. Maar onder de feestjes die met de muziek loskomen, borrelen de leugens, het ongemak en het egoïsme. In Celia! van Urban Myth zijn de swingende liedjes van de Cubaanse salsakoningin Celia Cruz ingebed in een ‘historische’ ontmoeting tussen haar en Celia Sanchez, de machtige vrouw naast Fidel Castro, die de gevluchte zangeres vraagt terug te komen naar Cuba.

Manoushka Zeegelaar Breeveld vertolkt de liedjes met veel gevoel, terwijl Susan Visser opponente Sanchez speelt en enkele keren uit haar rol stapt om te koketteren met haar imago van romcom-actrice.

Hun stekelige gesprekken cirkelen rond de vraag wat idealisme is. Wat heeft de revolutie gebracht: een nieuwe dictatuur? En wat heeft Celia Cruz bereikt als zangeres? „Ik geef”, is haar antwoord. Liefde, een andere wereld. Die woorden worden bekroond met een knallende versie van La vida es un carnavale.

Ook bij Touki Delphine en Nineties Productions praten de acteurs over wie ze zelf zijn. Van hun voorstelling rond de legendarische cowboy Billy the Kid maken ze een postmoderne countryshow, die via verhalen uit de biografie van de moordende Billy uitloopt op vragen over wat waar is en wat mythe. Pakkender dan het schakelen tussen het theater en de werkelijkheid van de acteurs zijn de metamorfoses: geestige acts, zoals de tot leven komende kogel die Billy doodde en pratend tumbleweed.

Muziek speelt een grote rol: met zes man een vrouw, onder wie twee leden van de ‘indie-folkband’ Edward Sharpe spelen ze een handvol zompige popsongs, maar er is ook een rap op een dreunende beat. Fascinerend is de live gebrachte soundtrack, met een hoofdrol voor Maya Mertens: schoenen in een bak grind, twee ontstoppers die hoefgetrappel oproepen en meer van dergelijke ingenieuze, auditieve trucs.

De geluidsmontage is ook een bepalende factor in het prachtige Bedtime Stories van Urland. Op inventieve wijze raken de griezelverhalen die een vader aan zijn dochter vertelt vervlochten met zijn eigen leven. En die enge verhalen worden ondersteund door een mix van angstaanjagend onweer, kloppen op de deur en meer horroreffecten. Thomas Dudkiewicz vertelt meeslepend – gek genoeg en onnodig in het Engels. De voorstelling is een reprise van een theatertournee, maar in een donker bos op Oerol werkt de suggestie van een „dark en lonesome night” des te beter.

Nog meer muziektheater biedt de Veenfabriek met Pinokkio. Joeri Vos bewerkte het klassieke verhaal tot een scabreuze vertelling in de geest van Hans Teeuwen over een jongen, gespeeld door Phi Nguyen, die tot seksuele wasdom moet komen. Dat hij als houten jongen een andere, bruine kleur heeft, betekent dat hij er nooit bij zal horen, zegt Pinokkio, in een hint naar grotere thema’s.

Hoofdzaak is dat Pinokkio bij Vos een antiheld is, een recalcitrante leugenaar die geweld niet schuwt en een zelfzuchtige hedonist. Zijn rechtvaardiging is dat iedereen hem in een mal wil stoppen, terwijl hij vrij wil zijn. Terwijl de band Compagnie du Tire-Laine er een feestje van maakt, toont Pinokkio hoe verlangen naar vrijheid kan uitlopen op nihilisme.

Voeg bij deze voorstellingen nog de zeer geslaagde optredens van Laura van Dolron, Toneelschuur Producties en Orkater en de conclusie mag zijn dat Oerol in 2018 een sterke editie beleeft. Wat knaagt is dat de programmering zo weinig avontuurlijk is. Veel van de voorstellingen zijn niet gebonden aan hun locatie en knopen er komend seizoen moeiteloos een theatertournee aan vast. Het gevaar is dat Oerol een festival wordt dat een doorsnede biedt van het talent bij kleinere gezelschappen. Nuttig, maar niet veel meer dan dat.

Uiteraard weet niet alles op Oerol even zeer te boeien. In Het verband van alles met alles maakt collectief Walden de wijdlopigheid die de titel belooft helemaal waar. Van de oerknal, die eigenlijk oergesis is, gaat het tot aan het persoonlijke schuldgevoel over zijn energieverbruik van verteller Matthijs IJgosse. Er wordt volop geput uit het werk van Henry D. Thoreau, net als Laura van Dolron elders op Oerol doet, maar het leidt niet als bij haar tot een helder en sprankelend betoog.

In IK van theatergroep De Bonte Hond gaat een gezinnetje in therapie. Dat psychologisch onderzoek levert te veel platitudes op – over ‘je dromen najagen’ en ‘selfie-liefde’. Wat de voorstelling genietbaar maakt is het pittige spel van enkele acteurs, zoals Felix Schellekens en Ayla Satijn.

Geen festival zonder zeperds. Behalve het mislukte Faust van NNT is dat het potsierlijke The Ship van het Noorse De Utvalgte. De groep biedt indrukwekkende projecties van brandend-rode lavastromen in een grote duinkuil, maar verder is dit een warrige en nikserige, eigenlijk amateuristische voorstelling.

Oerol, Terschelling, nog t/m 24 juni. Inl: oerol.nl
    • Ron Rijghard