Juwelier Stèph Ibink (58): „Voor een juwelier is zijn voorraad zijn trots. Maar het is ook zijn grootste vijand, want al je geld gaat erin zitten.”

Foto’s Olivier Middendorp

Écht rijk word je er ook niet van

Winkelstraat In tien jaar tijd verdween een kwart van alle kleine juwelierszaken. De oorzaak: geen opvolgers, een dure voorraad en minder klanten.

Het naderende einde is al van een afstand zichtbaar. ‘Opheffingsuitverkoop’, staat met grote witte blokletters op de feloranje luifel. Aan de winkelruiten, waarachter Zwitserse horloges en de gouden halskettingen liggen, hangen kortingsstickers in dezelfde kleuren.

Binnen is eigenaar Stèph Ibink met een klant bezig – ze heeft een diamanten ring in haar handen, maar twijfelt nog over de prijs. Bij de toonbank staat Ibinks jongste zoon, Tim (27), die zijn vader sinds een paar maanden tijdelijk helpt in de winkel. Door de uitverkoop is het aanzienlijk drukker dan normaal, zegt hij.

Meer dan acht maanden zijn vader en zoon Ibink al bezig met hun leegverkoop, hier in een klein pand in de Haarlemse Barteljorisstraat. Stèph Ibink (58) besloot vorig jaar zomer met pensioen te gaan, hij had last van zijn hart en een hernia. De winkel had hij graag overgedragen aan een van zijn zoons, maar geen van beide had interesse. Zijn oudste werkt hard aan een loopbaan als bedrijfsadviseur en ook Tim heeft andere plannen. Hij wil wel ondernemen, maar niet in sieraden. Hij verkoopt nu barbecues en kant-en-klare vleespakketten voor op de grill.

Onvoldoende opvolgers

Het vinden van een opvolger is voor meer juweliers die willen stoppen een probleem. Juwelierszaken zijn veelal familiebedrijven: overgenomen van vader of moeder, die de zaak weer overnamen van hun ouders. Het zijn winkels die al jaren in de familie zijn, soms meer dan een eeuw. En die nu dreigen te verdwijnen.

Het overkwam bijvoorbeeld ook juwelier Heetman op de Rotterdamse Lijnbaan (101 jaar oud) en juwelier Geerink in Zwolle (92 jaar oud). In Zutphen sluit de familie Slotboom binnenkort haar winkel, een juwelier die bijna 170 jaar bestond. Allemaal om dezelfde reden: de huidige eigenaren wilden met pensioen en niemand wilde of kon de zaak overnemen.

In Haarlem wijst Ibink op een zwart-witfoto van een man van rond de vijftig jaar oud. Het is Joop, zijn grootvader, goudsmid van beroep. Bijna negentig jaar geleden opende hij in het centrum van Alkmaar zijn eerste winkel. Later kwam daar een tweede bij, toen een derde. Op het hoogtepunt bezat de familie Ibink vijf juwelierswinkels. Nu is er enkel nog deze winkel in Haarlem, en eentje in Heemskerk.

Gemiddeld sluit elke week wel ergens in Nederland een juwelier zijn deuren, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. In tien jaar tijd verdween meer dan een kwart van alle juweliers uit de winkelstraat. Bijna altijd zijn dat kleine zaken, zoals die van Ibink. Het aantal juwelierszaken met meer dan vijf werknemers blijft al jaren min of meer gelijk.

Dat zoveel juweliers verdwijnen komt niet alleen door een gebrek aan opvolgers. In de periode na de crisis zijn er veel zaken failliet gegaan. Maar ook de laatste jaren, nu de Nederlandse economie weer op stoom is, neemt het aantal gestaag af. Exacte cijfers over het aantal juweliers dat stopt omdat er geen opvolger is, zijn bij branchevereniging FGZ (Federatie Goud en Zilver) niet bekend. Dát het probleem speelt, beaamt directeur Patrick Thio wel. Wie erover nadenkt sieraden of horloges te verkopen, opent liever een eigen zaak, merkt hij.

Het grootste probleem is volgens Thio de voorraad, die zeker in het duurdere segment een klein fortuin waard is. De horloges en ringen in de etalage zijn immers al afgerekend bij de fabrikant, en daarom eigendom van de juwelier. Wie een bestaande winkel wil doorzetten, moet die sieraden overnemen van de vorige eigenaar.

Voor een deel bestaat zo’n collectie dan al uit oudere sieraden, die een juwelier jaren geleden heeft gekocht en zo niet altijd meer aansluiten bij de laatste mode. Het oudste sieraad uit de voorraad van Stèph Ibink ligt er bijvoorbeeld zeventien jaar. Ibink: „Voor een juwelier is zijn voorraad zijn trots. Maar het is ook zijn grootste vijand, want al je geld gaat erin zitten.”

Het overnemen van een winkel met voorraad gaat volgens Thio wel iets gemakkelijker als de opvolger uit de familie zelf komt. „In zo’n geval kun je de overnamevoorwaarden nog bespreken”, zegt hij. Voor een buitenstaander is dat moeilijker. Het maximale bedrag dat de bank uitleent is niet altijd voldoende om een dure voorraad over te nemen. Ibink trof halverwege de jaren tachtig een familieregeling, toen hij samen met zijn broer de juwelier overnam. „Mijn vader verkocht de zaak, wij leenden het geld bij hem en betaalden hem maandelijks terug. Daar hebben we bijna veertig jaar over gedaan.”

Rustig afscheid nemen

Handelen in goud en diamanten mag dan klinken als een lucratieve bezigheid, zeker in die eerste jaren was het sappelen, vertelt Ibink. „Ik had destijds een schuld van meer dan een miljoen op mijn hoofd staan. Ik verdiende tweeduizend gulden per maand. Echt rijk word je op die manier niet.” Dat weinig jongeren het risico aandurven, snapt Ibink heel goed.

Toch zijn het niet alleen de hoge schulden die potentiële opvolgers afschrikken, meent de juwelier. Het vak is de laatste jaren ook minder aantrekkelijk geworden. Zeker twintigers en dertigers kopen geen horloges meer, die hebben een telefoon. En kopen ze er wel een, dan is het een smartwatch.

Bovendien concurreren juweliers met onlineverkopers, die hun producten goedkoper kunnen aanbieden. De consument kijkt nog wel, maar koopt steeds minder. In Ibinks winkel is het nemen van foto’s nu verboden. Het kwam te vaak voor dat Ibink iemand een uur hielp een ring uit te zoeken, de klant het serienummer fotografeerde, en nooit meer terugkwam.

Al heeft Ibink over een gebrek aan klanten de afgelopen maanden niets meer te klagen. Sinds hij is begonnen met de opheffingsuitverkoop, heeft hij al bijna eenderde van zijn totale collectie verkocht. Hoeveel sieraden hij nu nog heeft liggen en wat die voorraad precies waard is, wil Ibink omwille van zijn veiligheid niet kwijt.

Wel staat vast dat zijn collectie nu nog te groot om met pensioen te kunnen. Ibink verwacht dat hij nog zeker acht maanden nodig heeft. Vervelend vindt hij dat allerminst. „Ik kan nu rustig afscheid nemen van het vak.”

    • Joost Pijpker