Hij was automonteur en werd later operazanger

In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden. Hub(ert) Delamboye (1945-2018) was automonteur, tot hij begon te zingen.

Enrico Delamboye aarzelt even, maar zegt het dan toch: „De meeste operatenoren zijn na hun optreden nog in hun rol, misschien nog wel meer dan daarvoor. Papa niet. Die hield niet van alle gedoe eromheen. Die ging liever lekker eten met familie en vrienden of een potje voetbal kijken.”

Hub Delamboye vergat nooit waar hij vandaan kwam. Hij hield al vroeg van zingen. Maar dat hij er ook zijn beroep van kon maken, was nooit bij hem opgekomen. Na een wat moeizame schoolcarrière (een paar keer weggestuurd) had de jongen uit het dorp Scheulder op het Plateau van Margraten zich bekwaamd in het vak van automonteur. Mooi werk vond hij dat.

Totdat de dochter van een garagehouder hem hoorde zingen en hem meevroeg naar de muziekschool. Daar verwezen ze hem door naar het conservatorium in Maastricht. De zanglessen daar verliepen prima, al kwam Delamboye, die ondertussen nog werkte als automonteur en een huis voor zijn vrouw en zichzelf bouwde, wel vaak in overall op les. Theorie schoot er door alle drukte bij in. Reden voor het conservatorium om hem weg te sturen.

Kort daarna kreeg Delamboye een contract bij de opera in Bielefeld, waarna het conservatorium plots toch van alles kon regelen voor de oud-student. Die studeerde alsnog cum laude af. Bielefeld werd later ingewisseld voor de opera van Wiesbaden, waar hij drie decennia aan verbonden bleef. Toen hij daar de grote rollen ging zingen, werd hij ook steeds meer ontdekt door de allergrootste podia die hem steeds weer engageerden. ‘Der liebe Hubert’ stond uiteindelijk overal, van de Metropolitan in New York tot de Wiener Staatsoper en de Salzburger Festspiele, waar de grote Herbert von Karajan hem aannam.

Een andere grote liefde van Hub Delamboye was voetbal, Ajax en Cruijff in het bijzonder

„Zijn grote kracht zat hem in vlijt, technische analyse en timbre”, meent zijn zoon. „Duitsers noemen dat Schmelz in der Stimme.” Daarbij kwam een grote passie voor muziek. Niet voor niets kregen zijn kinderen aan de opera gerelateerde namen, Enrico (naar de tenor Caruso) en Carmen (naar de opera van Georges Bizet). „Het mooist vond hij de grote, romantische rollen uit Duitse, Italiaanse en Franse opera’s. Hij kon ook goed nee zeggen. Tegen de titelrol uit Wagners Tristan und Isolde, de Mount Everest in zijn vak, zei hij pas ja toen hij die zware vertolking aankon, na zijn vijftigste.”

Enrico, inmiddels chef-dirigent van de opera in Koblenz, speelde van jongs af aan piano en begeleidde zijn vader ontelbare uren als repetitor. „Het zorgde voor een heel bijzondere vader-zoonband. Later hebben we ook nog samengewerkt tijdens uitvoeringen. Hij op het podium, ik in de bak.”

Een andere grote liefde van Hub Delamboye was voetbal, Ajax en Cruijff in het bijzonder. Bij het honderdjarig bestaan van de club mocht hij optreden op een feestelijke bijeenkomst in het Amsterdamse Concertgebouw en sloot hij een aria af met een luidkeels „Ajax! Ajax!” Enrico: „Dat hij daar mocht staan, vond hij misschien nog wel eervoller dan de optredens in Salzburg, Wenen en New York.”

Musicalzangeres Brigitte Heitzer, die komend seizoen de titelrol speelt in Evita, maakte via Delamboye kennis met de toverkracht van theater. „Mijn zus en Enrico hadden vanaf hun zeventiende verkering. In 1992 of 1993 gingen we in Wiesbaden kijken naar Hubs vertolking van Verdi’s Otello. Ik ben opgegroeid in het Limburgse Heuvelland en vond bijna alles indrukwekkend. De zang nog het meest. Waar haalde hij die klanken vandaan?”

Ietsje later vroeg ze de tenor om haar eerste zanglessen. „Eigenlijk durfde ik dat helemaal niet. Ik had als kind in het kerkkoor gezongen en stond inmiddels mijn stem weg te schreeuwen in hardrockbandjes. Hub heeft me de basis bijgebracht: Hoe moet je ademhalen? Waar zit je klank? Waar zit je kleur? Maak een lijstje met alle rollen die je wilt spelen en ga die oefenen, zei hij ook. Ik dacht toen: Waar heeft hij het over? Achteraf beschouw ik het als zijn belangrijkste raad. Niet kwakkelen, maar keuzes maken. Aan de slag!”

Ook tal van andere zangtalenten kregen les van Delamboye. De ruimte bij huis die eerst diende als smeerput veranderde in de loop der jaren in een studio voor repeteren, doceren en opnemen.

In 2015 werd Delamboye ziek. Artsen constateerden darmkanker. Twee jaar bleef hij hopen op genezing, maar op den duur werd wel duidelijk dat die er niet zou komen. Delamboye stierf op 11 juni, nadat hij van al zijn dierbaren afscheid had kunnen nemen. Boven de overlijdensadvertentie stond een van zijn slotbespiegelingen: „Ja jonge, dao hub ich neet veur kinne repetere …”. Dialect voor: Ja jongen, daar heb ik niet voor kunnen repeteren.

Tijdens de uitvaartmis in de kerk van Margraten klonken opnames van Delamboye. Brigitte Heitzer hoorde het en dacht: „Dit is écht zingen. In musicals krijgen we nog wat versterking. Operazangers als Hub moeten het helemaal uit zichzelf halen. Het vak in zijn puurste vorm.”

    • Paul van der Steen