Recensie

Bevrijd u van het goede

A.M. Homes

Een nieuwe verhalenbundel van deze Amerikaanse, satirische schrijfster is dwalen in een ander universum, in Homesland. Even komt er ook een soort Trump langs.

Wat verwachten we van onze schrijvers? Nou, duiding bijvoorbeeld. We verlangen dat ze de tijdgeest voor ons uitdrukken, dat ze voelbaar maken in wat voor tijd we leven – alsof die tijd een grootschalig, eeuwigdurend sporttoernooi is waarbij schrijvers steeds weer commentaar moeten leveren, elkaar overlappend, bevestigend, tegensprekend. (Goede tijden? Sléchte tijden!). Sommige auteurs zijn betere commentatoren dan anderen. Als A.M. Homes met een nieuwe verhalenbundel komt, hoop je vurig dat onze veranderende wereld daar op een of andere manier in is terug te vinden, net zoals dat het geval was met haar vorige boeken.

A.M. Homes (Washington D.C., 1961) heeft zich een reputatie verworven als de venijnig-satirische chroniqueur van het moderne Amerikaanse leven, vooral dat van de witte middenklasse in de suburbs, als eigenzinnige erfgenaam van John Updike en vooral John Cheever. In romans als Het brandbare huwelijk, Dit boek redt je leven en Vergeef ons beschreef ze een wereld waar zaken als gezin en werk steeds minder vanzelf spreken en waarin losse individuen op zoek zijn naar nieuwe familie- en vriendschapsbanden – nee, ze zijn er niet eens naar op zoek, ze worden ermee geconfronteerd. Oude verbanden zijn opgelost, nieuwe ontstaan noodgedwongen zodra je de deur uitgaat, zodra iemand zich om jou bekommert, of jij je om iemand bekommert, om wat voor reden dan ook. Al die nieuwe verbanden lijken nieuw en gewichtsloos, niet beladen met geschiedenis, en dat geeft het werk van Homes iets manisch-optimistisch dat bevrijdend kan werken, mede door het ontstellend hoge tempo waarin ze ons dit alles vertelt. Maar wat kan Homes nu nog, nu de gebeurtenissen in de wereld zich ook steeds sneller lijken te voltrekken? Is het huidige Amerika terug te vinden in de verhalen in haar nieuwe bundel Dagen van inkeer? Komen we daarin het Amerika van Trump tegen – of misschien Trump zelf?

Niet meteen; in de eerste twee verhalen bevinden we ons wat betreft thema’s en personages op bekend terrein. Twee broers van middelbare leeftijd die het slecht met elkaar kunnen vinden, rollen vechtend over de vloer. Een vrouw die zichzelf mutileert en een moeizame relatie met haar moeder onderhoudt bezoekt haar psychiater. Ja hoor, deze wereld herkennen we. Welkom in Homesland.

Ander universum

Met die verwelkoming is meteen de status van de schrijver als commentator gerelativeerd. We mogen van literatuur duiding van onze wereld verwachten, maar wat we lezen speelt zich nooit helemaal in die wereld af; al lezend bevinden we ons in een ander universum, in het hoofd van de schrijver – Homesland, in dit geval. Maar omdat Homesland nauwe banden onderhoudt met onze wereld, is het niet vreemd om erin op zoek te gaan naar sporen van Trump – al was het alleen al omdat al eerder Amerikaanse presidenten in Homes’ werk figureerden.

In 2012 sprak NRC met A.M. Homes. Lees hier het interview terug: ‘Ik laat personages net niet verzuipen’

Haar vorige verhalenbundel, Wat je moet weten, bevat een prachtig en op een vreemde manier zeer ontroerend verhaal waarin een hoogbejaarde Nancy Reagan haar uiterste best doet om een huishouden draaiende te houden waarin haar dementerende echtgenoot, de voormalige president, als stoorzender fungeert. (Zo nu en dan wordt de ex-president verkleed als clown op een druk kruispunt neergezet zodat hij zijn behoefte om handen te schudden met het volk kan botvieren.) En in Homes’ laatste roman, Vergeef ons, krijgt de hoofdpersoon, die aan een boek over voormalig president Nixon werkt, opdracht een aantal korte verhalen te beoordelen die Nixon aan het begin van zijn politieke carrière heeft geschreven.

Kortom, als Homes zich met presidenten inlaat, benadert ze die van onverwachte kanten, ver van het domein van de satire. Ze vermenselijkt ze, maar op een unheimliche manier; als mens blijkt de president nog vreemder dan als het beeld dat we van hem meedragen als publiek persoon. Dit is dan ook wat literatuur doet, wat we ook van haar mogen verwachten: ze geeft geen beeld van de werkelijkheid, ze laat ons beeld van de werkelijkheid kantelen. Dat is haar kracht: niet de werkelijkheid, maar de verbeelding; niet de satire, maar de verbazing. Als er al waarheid in aanwezig is, laat die zich nooit direct kennen omdat ze is gevangen in verbeelding.

Of Homes ooit met Trump kan uithalen wat ze met Nixon en Reagan deed, is de vraag. Trump zou nu al een personage van haar kunnen zijn: impulsief, onberekenbaar, verontrustend lichtzinnig, niet consequent in zijn handelen en denken, onberekenbaar. Zijn schaduw, zijn land, vinden we wel terug in de nieuwe bundel: in een van de beste verhalen, ‘Altijd prijs’ gaat een Amerikaans modelgezin (man, vrouw, zoontje, dochtertje) boodschappen doen in een Amerikaanse megastore. Ze maken er een wedstrijd van, er gebeurt van alles, de vader zegt iets over het Amerika van zijn jeugd, omstanders zijn gegrepen door zijn woorden, ze nemen ze op, verspreiden ze, tegen de tijd dat de vader de boodschappen in de auto laadt is er al een online beweging gevormd die in hem de ideale presidentskandidaat ziet.

In dit verhaal komt van alles samen, de snelheid van Homes’ vertelwijze, de snelheid van de wereld, de toestand van de wereld. Maar dat het een goed verhaal is, komt niet daardoor. Het verhaal is goed, méér dan een parabel, méér dan een satire, omdat Homes ons dat gezin laat zien. We bevinden ons niet alleen in een situatie, maar in een situatie die door mensen wordt beleefd. Homes stelt ons in staat ons met dat gezin te vereenzelvigen.

Ook dat is wat literatuur kan doen: ze stelt ons in staat ons te identificeren met mensen in een situatie die niet de onze is. En is dat niet precies wat we, naast duiding van de grote wereld, verwachten van onze schrijvers? Je wordt er empathischer van – hoe vaak wordt dat niet als verdediging van het lezen van literatuur aangevoerd?

In werkelijkheid is dit argument geen verdediging, maar een aanval. Als je de empathie bevorderende werking van literatuur propageert, sta je eigenlijk met een grote tang de literatuur van tanden en klauwen te ontdoen. Literatuur wordt iets dat goed voor je is, iets humaans, iets beschaafds, iets waar je een beter mens van wordt. Als we de literatuur willen redden zullen we haar moeten bevrijden uit de zachte omslagdoeken van het goede en humane.

In Dagen van inkeer komt deze kwestie ook aan de orde. In het titelverhaal komt een schrijfster aan het woord die het schrijven van fictie verdedigt. Ze moet wel, ze is uitgenodigd op een genocide-congres en mag uitleggen waarom ze een roman over de Holocaust heeft geschreven. Homes laat haar personage het gebruikelijke zeggen: fictie heeft als doel ‘te verhelderen en te verklaren’, het ‘prikkelt tot inleving en medeleven.’ Maar uitgerekend Homes heeft al laten zien hoe het echt werkt, in haar schokkende roman Het einde van Alice (1996), waarin het verhaal wordt verteld door een veroordeelde kinderverkrachter en –moordenaar. Je laat je verleiden door zijn taal, je zit in zijn hoofd – kom daar maar eens ongeschonden uit als lezer. Het is een briljante roman, maar je voelt je, juist door je empathie, besmet en smerig; of er iemand een beter mens van dit boek is geworden waag ik te betwijfelen.

Het verhaal over het genocidecongres is erg goed. Aan de ene kant het congres met academisch jargon en goody bags (‘een linnen tasje, afgeladen met genocidespullen’), aan de andere kant de opbloeiende, moeizame relatie tussen de schrijfster van de Holocaust-roman en een journalist. Hier doet Homes hetzelfde als in het verhaal over het winkelende gezin: ze maakt het al dan niet satirische wereldbeeld ondergeschikt aan de mensen die zich in die wereld bewegen. Homes maakt niet alleen van presidenten mensen, ze maakt mensen van iedereen. Leren we iets? We maken iets mee, in een wereld die op de onze lijkt, bevolkt door mensen die op ons lijken. En het is gewoon goed opgeschreven, laten we dat ook niet vergeten. Lezen is ook een esthetische ervaring.

Adder onder het gras

Dus wat verwachten we van onze schrijvers? Is het niet gewoon zo dat we nu eenmaal graag lezen en van onze schrijvers verwachten dat ze ons gedrag rechtvaardigen door ons zogenaamd iets bij te brengen en betere mensen van ons te maken? Wat we eigenlijk van ze verlangen: meer van hetzelfde. Ook dat levert Homes in deze bundel, maar met een adder onder het gras. In het vierde verhaal, ‘Hallo allemaal’, zijn alle leden van een gezin, villabewoners in de heuvels van Los Angeles, geobsedeerd door schoonheid en plastische chirurgie. ‘Binnenkort kunnen ze neuscorrecties al in de baarmoeder doen,’ zegt de moeder, die bijna blind is omdat ze haar oogkleur heeft laten veranderen. Tevreden lees je het verhaal uit, dit is wat je verwacht van Homes.

Maar dan beland je, zeven verhalen verder, bij het laatste verhaal, ‘Ontsnapt’, over een gezin in een villa in de heuvels van Los Angeles. Je herkent namen, bladert voor de zekerheid terug, ja hoor – het zijn dezelfde mensen, maar de toon is anders. Een volwassen dochter wordt door haar zus naar huis geroepen, onafhankelijk van elkaar zijn hun ouders op de intensive care beland. Een van de dochters eet ondertussen zo weinig dat ze vrijwel tweedimensionaal is.

Door dit treurig-berustende verhaal krijgt het eerste verhaal over dit gezin er een dimensie bij, hier is satire ernst geworden en blijven we eenzaam achter; uit deze laatste pagina’s stijgt de zoet-rotte geur van ontbinding op, de lijkengeur waarvoor we instinctief terugdeinzen, omdat het uiteindelijk onze eigen geur zal zijn. Dit hebben we niet verwacht, hier hebben we de schrijver niet om gevraagd, hier bewijst de schrijver ons de grootste dienst.

    • Rob van Essen