Recensie

Nooit gedacht dat een boek over seks zo saai kon zijn

In haar Sexdagboek hield Heleen van Royen een jaar lang bij hoe ze seks had met haar man. De stijl is plat en lelijk, vol truttige woorden.

Foto: Andreas Terlaak

Ik had nooit gedacht dat een boek over seks saai kon zijn. Maar Heleen van Royen is het gelukt. In haar Sexdagboek hield ze een jaar lang bij hoe ze seks had met haar man. Dat gaat zo: ‘Ik draai mijn billen tegen Bart aan. Hij wordt hard. Ik zet mijn handen tegen de douchewand. Bart neemt me hard van achteren. Hij komt snel klaar.’

Tweehonderdtweeënzeventig pagina’s lang emmert het zo door. De lezer wordt er niet warm of koud van. Maar Van Royen zelf vindt het een wonder. Haar boek gonst van de pretentie. Zij noemt het ‘een daad’, ‘een onderzoek’, ‘een serieus project’ dat ‘iconisch’ kan worden.

‘We moeten ergens een seksleven kunnen naslaan’, houdt ze de lezer voor: ‘Ik wil dat jij weet wat een seksleven kan inhouden’. Huh? Wisten we dat dan niet? Nee, want we delen alles tegenwoordig, maar dit niet, dit is een taboe (en damesbladen en -websites dan, sinds jaar en dag gevuld met seksverhalen-tips?). Van Royen toetert voort: ‘Het is toch raar dat een seksleven nooit wordt gememoreerd tijdens een uitvaart?’ (Nee, dat is helemaal niet raar. Maar goed.)

Het dagboek is niet bedoeld als erotica. In een interview verklaarde Van Royen dat ze ‘een droge toon’ te pakken wilde krijgen. Dat is goed gelukt. Voor een boek over ‘365 dagen [...] opwindende, harde, tedere, experimentele, luie, energieke lustvolle, jubelende, routineuze, wonderlijke seks,’ is Sexdagboek verbijsterend eentonig. De stijl is plat en lelijk, vol truttige woorden en uitdrukkingen als ‘saampjes’ of ‘een gozer met wie ik gerust een beschuitje wil eten’.

De terzijdes, waarin het niet direct over seks gaat, zijn nog het interessantst. Zoals wanneer Van Royen schrijft over het ontwaken na haar borstoperatie: ‘Ik kijk omlaag en werp een eerste blik op mijn nieuwe borsten. Mijn god, wat zijn ze groot. Tranen schieten in mijn ogen. Dit is geen droom. Ik heb het echt gedaan en heb het overleefd. [...] Ik vind ze meteen prachtig, zoals iedere moeder haar verkreukelde pasgeborene prachtig vindt.’ Dit is schokkend, laakbaar wellicht, maar het geeft tenminste te denken. Een beetje. (Kan een borst-operatie een daad van feminisme zijn, zoals zij vindt?)

De boeiendste zin luidt: ‘Blij met de lustgevoelens, die iets toegenomen lijken de laatste tijd’. Hoe nu? Had ze niet steeds zoveel zin? Gaat Heleen van Royen hier daadwerkelijk even met de billen bloot? Ze laat het verder liggen. Jammer. Het zou spannender kunnen zijn dan alles wat wél in dit boek staat.

    • Judith Eiselin