Recensie

Afgehakte hoofden van een zieke en ijlende geest

Tentoonstelling Het Kröller-Müller Museum verbindt het werk van Odilon Redon met andere kunst uit de negentiende eeuw, van Flaubert tot Darwin.

Hoofd van Perseus (circa 1875) van Odilon Redon.

De Franse kunstenaar Odilon Redon staat bekend als ontsluiter van de nachtmerrie en de droom. Het luchtballon-oog en de mens-spin lijk je nu zelf gedroomd te hebben in plaats van gezien; ze lijken ook niet bedacht maar ontstaan, als eeuwen eerder de centaur en de nimf. Het werk van Redon (1840-1916) werd in Nederland al vroeg verzameld, onder meer door Helene Kröller-Müller. Dit jaar kocht het Kröller-Müller Museum er nog een werk bij, Hoofd van Perseus, een schilderij uit 1875. In het museum is nu door gastconservator Cornelia Homburg een tentoonstelling samengesteld die laat zien dat Redon niet al zijn wezens zelf bedacht, maar ook gebruik maakte van in zijn tijd populaire of klassieke figuren als het gevleugelde paard Pegasus en de bijbelse prinses Salomé, al dan niet met het afgehakte hoofd van Johannes de Doper.

Darwin met gevleugeld paard

Redon was door enkele kunstenaars zo gegrepen dat hij bij hun werk illustraties maakte, onder wie Flaubert, Baudelaire en Edgar Allen Poe. Minder voor de hand ligt Darwin als inspiratiebron, maar On the Origin of Species (1859) schijnt aan de wieg te hebben gestaan van Redons lithoserie Les origines (1883), ook al staan daar ook een cycloop, een centaur en een gevleugeld paard op; kennelijk was de scheiding tussen mythe en biologie voor Redon nog niet zo streng.

De schrijver met wie Redon het meest geassocieerd wordt, ontbreekt op de tentoonstelling omdat Redon zijn werk nooit illustreerde. Symbolist J.K. Huysmans beschreef het werk van Redon in zijn boek Tegen de keer (1884) onder meer als de fantasieën van een zieke en ijlende geest. Zo komt het werk op deze tentoonstelling niet over; anderhalve eeuw hebben het braver gemaakt dan het toen geweest moet zijn, al geeft een enkel werk nog wel de gruwels, zoals het masker dat de doodsklok luidt. En de nadruk ligt nu eens niet op wat hem uniek maakte, maar juist op wat hem bond met andere kunstenaars.

Vrouwen met bloemen

Op de tentoonstelling is ook veel ruimte voor de kleurige pastels die Redon vooral later in zijn leven maakte, toen hij naar eigen zeggen veel vrolijker was geworden – misschien had hij zijn demonen door ze af te beelden met succes bestreden. Redon maakte veel bloemen, die in zijn weergave dubbel begerenswaardig zijn; rood en roze worden geslaagd een klaproos maar blijven ook dat lekker vette krijt.

De kunstenaar combineerde zijn bloemen graag met meisjes en vrouwen, een gebruik waar veel precedent voor was – Shakespeares Ophelia, Dantes Beatrice en Wagners Brünnhilde. Vaak beeldde hij bloemenmeisjes zonder meer af; de 19de-eeuwse kijker dacht dan misschien meteen aan Wagner en Dante; die van nu wellicht ook aan David Hamilton en Beyoncé. Bloemen en vrouwen waren in ieder geval nog steeds rond in onze cultuur. Dat geldt minder voor afgehakte hoofden, of ze nu van Johannes en Perseus zijn, of zonder directe verwijzing door Redon werden afgebeeld. Juist dan is de kunstenaar even weer een zieke en ijlende geest die zijn dromen en angsten nog steeds de jouwe kan maken.

    • Bianca Stigter