Opinie

300 morele boekhouders die zich schrijver noemen…

Zo’n plat, moralistisch manifest over het Boekenweekthema ‘De moeder de vrouw’ is schrijvers onwaardig, vindt

Foto Roos Koole / ANP

Bijna 300 schrijvers en anderen uit het boekenvak beklaagden zich maandag in NRC over de keuze van de publieke boekpromotor CPNB over het boekenweekthema ‘De moeder de vrouw’ en de keuze om essay en geschenk te laten schrijven door twee mannen. „De vrouw wordt geïdentificeerd met de moeder (en niet met bijvoorbeeld de huisarts of de postbode)”, schrijft het collectief. Voorts gewagen zij van „genderongelijkheid” en „de noodzaak van diversiteit”. Een dag later schreef Xandra Schutte in haar opiniestuk ‘De vrouw, niet de baarmoeder’ dat de CPNB er „met dat duffe ‘De moeder de vrouw’ en de keuze voor twee mannen aan voorbij lijkt te gaan dat moederschap alweer tijden een vitaal literair thema is, juist voor schrijfsters.”

Er zijn minstens drie problemen met hun standpunten. Ten eerste het idee dat moederschap een duf thema zou zijn. Dat is een misogyn en misantroop idee. Voor de meeste mensen is hun moeder een van de belangrijkste mensen in hun leven. De moeder is bovendien sinds Bijbelse tijden een thema in de literatuur. Zowel Eva als Natasja Bezoechova is moeder. Schutte zegt dan ook terecht dat moederschap van alle tijden is. Ze pleit voor hedendaagse boeken over het moederschap in al haar ambivalentie. De moeder kan een Medea zijn of een Maria, voeg ik daaraan toe. Literatuur over moederschap is van alle tijden dus ook van de onze.

Ten tweede is het verwijt van de identificatie van de vrouw met de moeder misleidend. Als je zegt dat Marieke een moeder is sluit je daarmee niet uit dat ze „huisarts is of postbode”; het is geen identificatie, het is predicatie.

Daarmee kom ik bij mijn derde en voornaamste punt: of een vrouw of een man over iets schrijft doet er volstrekt niet toe. Op dit punt vergist ook Schutte zich. Het gaat bij literatuur niet om „diversiteit” of „genderongelijkheid”. De literatuur is er niet ter bevordering van welk maatschappelijk doel dan ook. Literatuur gaat om kwaliteit, om het loutere feit dat een schrijver of schrijfster een boek of gedicht schrijft dat vlamt of streelt, schuurt of liefkoost, dat verbaast, verbijstert of ontroert. Ik wil goddelijkheid of geilheid, inzicht of verdwazing, maar geef mij een boek – een boek dat goed geschreven is en geen staatje van een morele boekhouder die me voorrekent of ik wel genoeg met het lot van „minderheden” begaan ben of niet.

Een boek lees je voor een literaire ervaring en het maakt niets uit door wie het is geschreven. Heeft schrijfster George Eliot niet prachtig geschreven over de mannelijke arts Lydgate? Heeft Tolstoj niet ontroerend geschreven over het moederschap van Natasja Bezoechova?

Het is niet minder dan ontstellend dat schrijvers en dichters de waarde van literatuur schijnen te willen afmeten aan het emancipatoire gehalte ervan. Daarom eindig ook ik met twee aanbevelingen. Ten eerste, houd eens op Amerikaanse discoursen in het genre identity politics over te schrijven; ten tweede, schrijf zelf een boek of gedicht over moederschap als je daar iets over te zeggen hebt. Als het een mooie tekst is zal ik hem graag lezen.

Correctie: de eerste alinea van dit artikel is aangepast, omdat ten onrechte werd gesuggereerd dat de auteurs van de brief aan de CPNB moederschap een ‘duf’ thema vinden.