‘Wij gaan terug naar ons dorp in Syrië’

Vluchtelingen in Libanon

Het leven voor Syrische vluchtelingen in Libanon is hard. Een deel verruilt de tent liever voor een verwoest huis in eigen land.

Syrische vluchtelingen in een kamp bij Arsal staan te kijken bij een bezoek van de Libanese minister van Buitenlandse Zaken Gibran Bassil. Foto Hussein Malla/AP

‘Zelfs als onze huizen kapot zijn, dan nog is dat beter dan in een tent wonen in Libanon”, zegt Khaled Abdelaziz, een Syrische vluchteling die vijf jaar geleden naar Libanon kwam.

Abdelaziz leidt een comité dat ijvert voor de terugkeer van de Syrische vluchtelingen uit het Libanese stadje Arsal naar hun dorpen in Syriëē. Het grensstadje telt nu zo’n 37.000 Libanese inwoners en zo’n 50.000 Syrische vluchtelingen.

Twee maanden geleden begon Abdelaziz in zijn omgeving te vragen wie bereid was om terug te keren naar Syrië. Het begon met een kleine groep van familie en vrienden. Inmiddels hebben 3.192 mensen hun naam op de lijst gezet.

„In Flitah in Syrië waar veel mensen hier vandaan komen is het nu tamelijk veilig”, zegt Abdelaziz in een huis vlak buiten Arsal omdat het Libanese leger momenteel geen journalisten toelaat in Arsal. „Terwijl er in Libanon juist veel problemen zijn. De hulp die wij krijgen van de Verenigde Naties wordt steeds minder, en het leven in Libanon is erg duur.”

Vorige zomer vertrokken ook al duizenden mensen uit Arsal, terug naar Syrië. Maar dat was toen een ingewikkeld verhaal. Het Libanese leger en de shi’itische militie Hezbollah waren betrokken bij een offensief tegen militanten van Al Qaeda en IS die zich in het bergachtige grensgebied hadden verschanst. Een deel van de vluchtelingen oordeelde toen dat het in Syrië op dat moment veiliger was. Bij gebrek aan een officieel kanaal moesten zij een beroep doen op allerlei milities om hun terugkeer mogelijk te maken.

Wij zullen nooit vluchtelingen ontmoedigen om terug te keren als zij die keuze hebben gemaakt

Lisa Abou Khaled, UNHCR

Dit is anders, zegt burgemeester Bassel Hujeiri van Arsal. „De vraag komt deze keer echt van de vluchtelingen zelf zonder dat er sprake is van externe druk.”

Arsal is sunnitisch, net als de Syrische vluchtelingen. Er is hier altijd veel solidariteit geweest maar de druk van zoveel vluchtelingen weegt zwaar op het stadje. Hujeiri steunt daarom het initiatief van Abdelaziz. „We hebben het comité een kantoortje gegeven op het gemeentehuis.”

Nieuw is dat de vluchtelingen deze keer op de medewerking kunnen rekenen van de Libanese én de Syrische autoriteiten. De lijst met namen is doorgespeeld aan de Libanese veiligheidsdienst die hem ter goedkeuring heeft voorgelegd aan de Syrische veiligheidsdienst. Dat is een begin van normalisering van de betrekkingen tussen beide landen – een gevoelig thema in Libanon.

De terugkeer uit Arsal heeft ook voor een fikse rel gezorgd tussen Libanon en de Verenigde Naties. De Libanese minister van Buitenlandse Zaken Gibran Bassil heeft de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR ervan beschuldigd dat zij de terugkeer probeert te saboteren. Werknemers van UNHCR zouden de vluchtelingen in individuele gesprekken hebben afgeraden om terug te keren.

Bassil staat bekend als een aanhanger van de harde lijn die de Syrische vluchtelingen in Libanon zo snel mogelijk het land uit wil. Hij is de schoonzoon van president Michel Aoun, wiens christelijke FPM-partij een bondgenoot is van Hezbollah, dat in Syrië aan de kant van het regime van Bashar Al-Assad vecht. In interviews heeft hij gewag gemaakt van een „internationale samenzwering” om de aanwezigheid van de Syrische vluchtelingen in Libanon permanent te maken. Ook Abdelaziz in Arsal herhaalt de kritiek op UNHCR. „Zij hebben ons afgeraden om terug te keren. Zij zeggen dat het niet veilig is in onze dorpen”, zegt hij.

De officiële positie van de VN is dat de voorwaarden voor een ‘veilige en waardige’ terugkeer naar Syrië nog niet zijn vervuld. „Maar UNHCR respecteert de individuele keuzes van de vluchtelingen. Wij zullen nooit vluchtelingen ontmoedigen om terug te keren als zij die keuze hebben gemaakt”, zegt Lisa Abou Khaled van de VN-organisatie.

Het kleine Libanon (vier miljoen inwoners) telt officieel één miljoen Syrische vluchtelingen. Officieus wordt hun aantal op 1,5 miljoen geschat. In 2017 keerden bijna 80.000 vluchtelingen in de regio terug naar Syrië, van wie zo’n 12.000 uit Libanon. Dat is nu minder: in de eerste vijf maanden van 2018 keerden zo’n 10.000 Syriërs uit de buurlanden terug, van wie 1.250 uit Libanon.

Wat veel mensen tegenhoudt, zegt Mohammed Aluleh, is het gebrek aan water en elektriciteit. Aluleh is een Libanees uit Arsal die op verzoek van de Syrische vluchtelingen is gaan kijken in hun dorpen van herkomst, net over de grens. „Het regime moet zich op dat vlak echt inspannen.”

Vervolgens steekt Aluleh op het terras van het huis buiten Arsal een lang discours af over hoe de opstand in Syrië nooit een revolutie is geweest, maar een buitenlands complot tegen de Syrische regering. De aanwezige Syriërs horen zwijgzaam toe.

Het is daarom dat Abdullah Audi (55), een boer uit Flitah, de zaak niet vertrouwt. „Al die mensen die hun naam op de lijst hebben gezet, zijn aanhangers van het regime. Zij praten de taal van het regime”, zegt hij aan de telefoon vanuit Arsal. Zelf heeft hij twee zoons die bij terugkeer in dienst zouden moeten bij het regeringsleger. „Mijn huis is ook vernield, en ik heb geen geld het te herbouwen.”

De dienstplicht is een belangrijk obstakel voor de terugkeer van de vluchtelingen. Maar voor de mensen op zijn lijst speelt dat niet, zegt Abdulaziz. „De mannen op de lijst weten dat zij in dienst moeten. Zij kunnen daarmee leven.”

Deze week is de lijst met 3.192 namen goedgekeurd door de Syrische autoriteiten. Zodra Libanon het licht op groen zet, vertrekt een eerste groep van 750 mensen naar Syrië.

„Dit is een experiment”, zegt Arsals burgemeester. „Als alles goed gaat met deze groep kan dit leiden tot een grotere terugkeerbeweging.”

    • Gert Van Langendonck