Verdienen aan je tuinhuis

Deze rubriek belicht elke woensdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Deze week <naam soort recht: fiscaal recht, arbeidsrecht, Europees recht, vetgedrukt>.

Ze verhuurden hun tuinhuis aan toeristen. Wat eens een bedrijfsruimte was, horende bij hun woning, sloopten ze in 2011 en bouwden ze om tot schuur annex tuinhuis. Via een organisatie verhuurde het echtpaar het tuinhuis. Eenentwintig dagen was het tuinhuis in 2015 verhuurd en ontving het stel ruim 3.500 euro aan huurinkomsten.

In haar aangifte over 2015 – het echtpaar deelde de opbrengst uit eigen woning volledig toe aan de vrouw - werden de huuropbrengsten niet opgenomen. Onterecht vond de Belastingdienst, die de vrouw een navordering stuurde voor 70 procent van de huuropbrengsten. De Belastingdienst is van mening dat de tijdelijke verhuur van het tuinhuis gelijkgesteld moet worden aan de tijdelijke verhuur van de hele woning, en dat de huurinkomsten dus belastbaar zijn.

Onzin vindt de vrouw en na een lange en vruchteloze briefwisseling tussen haar en de fiscus stapt ze naar de rechtbank Noord-Holland. Daar krijgt de vrouw gelijk: het was niet de hele woning die tijdelijk verhuurd werd, maar slechts een deel, redeneert de rechtbank. En dus geldt de regeling voor tijdelijke verhuur van de eigen woning aan derden niet. De navordering wordt vernietigd.

www.rechtspraak.nl ECLI:NL:RBNHO:2018:4343
    • Anne van der Schoot