America First en de ruimte is next

Trumps Space Force

Donald Trump wil een Amerikaanse ruimtemacht. Dat betekent geen manschappen in de ruimte, wel bureaucratie voor defensie.

Een onbemand militair ruimtevliegtuig na een testvlucht op een basis in Californië. Foto Sally Aristei/EPA

President Trump kondigde maandagavond de oprichting van een Space Force aan tijdens een bijeenkomst van de Space Council, die hem bijstaat in de ontwikkeling van beleid voor de ruimtevaart. Dat is sinds zijn aantreden een belangrijk project voor Trump. De Verenigde Staten als ‘ruimtevarende natie’ is een identiteitskwestie, en daar komt nu de veiligheid bij: „Voor onze verdediging is het onvoldoende om alleen Amerikaanse aanwezigheid te hebben in de ruimte. We moeten daar dominant zijn.”

De oprichting van een ruimtemacht waaraan Trump in zijn toespraak van maandag refereerde, moet eerst goedgekeurd worden door het Congres. „Ik heb de indruk dat het allemaal zo’n vaart niet zal lopen”, zegt ruimterechtdeskundige Tanja Masson daarover.

Binnen het Amerikaanse militaire en politieke apparaat is niet iedereen positief over het plan. In oktober zei minister van Defensie James Mattis dat hij geen voorstander is. Ook de luchtmacht liet na Trumps opmerkingen nog eens weten prima in staat te zijn ook de ruimte te verdedigen. Die tak heeft namelijk al het Air Force Space Command, dat zich sinds 1982 bezighoudt met de ruimtedefensie.

Reorganisatie

Met Trumps voorstel worden de Air Force en het Space Command van de luchtmacht uit elkaar getrokken. De twee afdelingen moeten, zo zei de president zelf, „zelfstandig maar gelijkwaardig” opereren.

Niels van Willigen, universitair hoofddocent Internationale Betrekkingen aan de Universiteit Leiden: „Eigenlijk wil Trump dus een reorganisatie van Defensie door de introductie van een nieuwe bureaucratie met eigen personeel en een eigen begroting. Dat komt de integratie van de legereenheden niet ten goede.” Voor de Air Force betekent het waarschijnlijk dat een deel van het budget ook wordt doorgesluisd naar een nieuw te creëren orgaan.

„Het internationale recht gaat er niet over hoe de VS hun leger inrichten, dat kan iedere staat voor zichzelf bepalen”, zegt Masson. Hetzelfde recht schrijft voor dat ieder land zichzelf mag verdedigen als het wordt aangevallen. „Die principes gelden voor alle sferen, dus ook in de ruimte.” Volgens het Ruimteverdrag (1967) is het landen verboden om hemellichamen te claimen. Ook massavernietigingswapens mogen niet in outer space gestationeerd worden. Maar, zegt Masson: „Het verdrag zegt niets over conventionele wapens, dus die zijn in beginsel niet verboden.”

„De ruimte ís al militair”, zegt Van Willigen. „Sinds in de jaren vijftig de eerste kunstmanen de ruimte in werden geschoten, wordt ook gedacht aan de strategische inzet van de ruimtevaart.” In navolging van wetenschappelijke en civiele ruimtevaartprogramma’s zijn ook militaire toepassingen ontwikkeld. Zo werken landen als de VS, China en Rusland aan zogeheten anti-satellietwapens, die bijvoorbeeld de sondes met lasers kunnen saboteren. Satellieten voorzien immers niet alleen burgers van internet, maar zijn ook onmisbaar voor militaire communicatie en GPS.

De militarisering van de ruimte is dus al een feit, bewapening zou volgens analisten een alarmerende nieuwe stap zijn. Maar vooralsnog worden geen manschappen of wapens de ruimte ingestuurd en het heelal is geen strijdtoneel, ook niet voor de ruimtemacht. „Trump heeft het niet gehad over space weapons, het daadwerkelijk plaatsen van wapens in de ruimte”, zegt Masson over het voorstel. „Maar als hij daaraan wil werken, kan een wapenwedloop op gang komen.”

Space Race

Ook over het mandaat van de Space Force is nog geen duidelijkheid en over de vraag of die ook op agressieve wijze wordt ingezet, kan alleen worden gespeculeerd. De symboliek kan wel effect hebben op de andere landen die werken aan hun ruimteprogramma’s. Voor China en Rusland kan zelfs van een defensieve ruimtemacht die wordt opgericht conform internationale afspraken dreiging uitgaan, denkt Masson. De Amerikaanse dominantie in de ruimte zorgt sowieso voor wantrouwen, ziet Van Willigen. „We kennen de VS als land dat zich best wil inzetten voor arms control, maar in de ruimte geldt dat niet zo. Ongeacht de uitkomst van dit plan, denk ik dat Trump zich er graag op laat voorstaan dat hij als president de nieuwe space race serieus heeft genomen.”

    • Lisa Dupuy