Nieuw lek Panama Papers toont paniek bij instortend advocatenkantoor

Het bedrijf wist vaak zelf niet wie de uiteindelijk begunstigde van de offshorebedrijven was.

Vakbondsleden demonstreren in 2016 voor het hoofdkantoor van Mossack Fonseca. Foto Alejandro Bolivar/EPA

Juridisch dienstverlener en advocatenkantoor Mossack Fonseca wist van ongeveer driekwart van zijn brievenbusfirma’s niet wie de uiteindelijk begunstigde was. Dat blijkt volgens het International Consortium of Investigative Journalists (ICIJ) uit een nieuw lek van 1,6 miljoen documenten.

Het nieuwe lek laat onder meer zien dat werknemers van Mossack Fonseca in de maanden na publicatie van het Panama Papers-onderzoek hun eigen cliënten benaderden om er achter te komen wie de uiteindelijk begunstigde was van de opgerichte brievenbusfirma’s. Het bedrijf hield destijds vol dat het zich aan de regels hield.

Het was wederom de Duitse krant Süddeutsche Zeitung die de informatie kreeg en deelde met het journalistencollectief. In Nederland zijn Trouw en het Financieele Dagblad bij het ICIJ aangesloten.

Nieuwe Nederlandse namen

Uit het lek komen 180 nieuwe Nederlandse namen naar voren, meldt het FD. De Amsterdamse vastgoedmagnaat Niek Sandmann, twee erfgenamen van voormalig warenhuisexploitant Anton Dreesmann en een honorair consul duiken op in documenten.

Het lek laat volgens het consortium de dagelijkse gang van zaken bij het Panameese bedrijf zien vlak voor de publicitaire storm losbarstte, tot een paar maanden voor het einde van 2017 toen de firma instortte.

Mossack Fonseca richtte namens andere tussenpersonen bedrijfjes op in Panama en de Maagdeneilanden. Dat is op zichzelf niet illegaal, maar het is vaak onduidelijk wie de uiteindelijke eigenaar is van deze offshorebedrijven. Daardoor kunnen ze ingezet worden bij het ontduiken van belastingen, witwassen of het omzeilen van sancties. De identiteit van de uiteindelijk begunstigde moet daarom altijd bekend zijn.

Uiteindelijk begunstigde

Twee maanden na het eerste lek kon Mossack Fonseca echter van ongeveer driekwart van de actieve bedrijven - ruim 25.000 - op de Maagdeneiland en in Panama de uiteindelijke eigenaar niet achterhalen, blijkt uit de nieuwe documenten.

Vorige maand zei een advocaat van Mossack Fonseca tegen het journalistencollectief dat “cliënten” ook bankiers, advocaten of accountants konden zijn en niet per se de uiteindelijk begunstigde. Daarmee wist het bedrijf volgens eigen zeggen altijd voldoende. Een Amerikaanse advocaat gespecialiseerd in belastingfraude en witwassen zegt tegen het ICIJ: “Het zou onacceptabel zijn als een bedrijf de eigenaar van één brievenbusfirma niet kende, laat staan duizenden.”

Volgens Trouw werden er 512 Nederlandse (rechts)personen gevonden in het eerdere lek. In een aantal gevallen wordt een strafrechtelijk traject overwogen. Het ministerie van Financiën heeft volgens het dagblad meerdere informatieverzoeken verstuurd naar verschillende landen, waaronder een aantal belastingparadijzen waaronder Panama.

‘Onze kant van het verhaal’

Uit de nieuwe documenten blijkt ook dat het bedrijf PR-experts inhuurde om “hun kant van het verhaal” te vertellen. Ook moesten “ambassadeurs uit de industrie” publiekelijk hun steun aan het Panamese bedrijf betuigen.

Bij het oorspronkelijk lek werden 11,5 miljoen documenten gepubliceerd, dat tot internationale ophef leidde. Onder meer David Gunnlaugsson, de premier van IJsland, en nauwe contacten van de Russische president Vladimir Poetin maakte gebruik van de diensten van het advocatenkantoor en kwamen voor in de Panama Papers. De IJslandse premier moest na de onthullingen aftreden.

Lees ook: NRC zette de belangrijkste onthullingen op een rij, waaronder elf voormalige staatshoofden die miljoenen wegsluisden.
    • Rik Wassens