Meer jongeren in gesloten instelling. Waarom?

Jeugdzorg

Meer kinderen komen in gesloten instellingen terecht, ondanks het streven van beleidsmakers hulp dicht bij huis te bieden.

Gesloten jeugdinstellingen perken de vrijheid van jongeren in, bijvoorbeeld door hun slaapkamerdeur op slot te draaien of hen bij wangedrag af te zonderen in een separeercel. Foto: Koen Suyk/ANP

Het aantal kinderen in de gesloten jeugdhulp neemt toe, meldden kinderrechtenorganisatie Defence for Children en Unicef Nederland dinsdag. Vorig jaar verbleven er 2.710 kinderen in de gesloten hulp, ruim 200 meer dan in 2016. Gesloten jeugdhulp is bedoeld voor kinderen die niet langer thuis kunnen wonen, bijvoorbeeld door gedragsproblemen, en die zonder behandeling een risico vormen voor zichzelf of hun omgeving. De kinderrechter staat daarom een inperking van hun vrijheid toe: er staat een hek rond de instelling, medewerkers leggen het gebruik van telefoons aan banden en controleren de kamers van jongeren op verboden middelen. Opsluiting in een separeercel komt volgens deskundigen enkele duizenden keren per jaar voor. Minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA) schreef onlangs dat kinderen die opsluiting kunnen ervaren als „traumatisch”.

1 Wat zijn de precieze cijfers?

In 2015 verbleven er 2.485 minderjarige kinderen in een gesloten jeugdzorginstelling, in 2016 waren dat er 2.505, en vorig jaar dus 2.710. Een toename van 9 procent in twee jaar tijd. De cijfers komen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Kanttekening: het CBS telt bij die 2.710 ook de gedwongen opnamen van jongeren in psychiatrische ziekenhuizen mee – jongeren dus met psychische problemen. Die maken ongeveer een kwart van het totaal uit. Maar ook zonder die groep, dus puur bij gesloten jeugdzorginstellingen, is er sprake van een toename, zoals brancheorganisatie Jeugdzorg Nederland eind vorig jaar al meldde. De stijging is opvallend, want ze gaat in tegen het streven van beleidsmakers. In 2015 hevelde het Rijk de jeugdzorg juist over naar gemeenten zodat die kinderen ‘dichter bij huis’ konden helpen: zij moesten sneller en meer lichte hulp bieden om erger te voorkomen.

2 Waarom dan toch meer gesloten plaatsingen?

Een veelgehoorde verklaring onder jeugdhulpverleners is dat gemeentelijke wijkteams kinderen met serieuze problemen te lang lichte hulp bieden. De problemen van kinderen verergeren daardoor, zodat zij met spoed uit huis moeten worden geplaatst, onder andere in gesloten instellingen. Maar los daarvan: er is sprake van een grotere vraag naar zo’n beetje álle takken van jeugdzorg. In 2017 kregen meer dan 400.000 jongeren jeugdhulp, ruim 40.000 meer dan in 2015. Jongeren zaten vaker in een pleeggezin, verbleven vaker in open instellingen, kregen vaker lichte hulp aan huis. Die toename is mogelijk het gevolg van het werk van wijkteams: die komen door hun aanwezigheid in buurten en op scholen eenvoudigweg meer jongeren met problemen op het spoor. Woordvoerder Eva de Vroome van Jeugdzorg Nederland: „Er is fors op de jeugdhulp bezuinigd. Tegelijkertijd is de vraag naar jeugdhulp toegenomen.” Zo bezien past de toename van het aantal gesloten plaatsingen bij de logica van een sector onder druk. Ze valt alleen meer op omdat de vrijheid van kwetsbare kinderen in het geding is.

3 Wat is de oplossing?

Nieuwe vormen van intensieve steun aan jongeren zijn nodig om gesloten plaatsing te voorkomen, aldus Jeugdzorg Nederland. De organisatie pleit ook voor meer geld om dit te bekostigen. Kinderrechtenjurist Maartje Berger van Defence for Children vindt dat „landelijke sturing” nodig is, „zodat er meer passende hulp komt voor kinderen die nog thuiswonen.” Het regime in de gesloten instelling moet bovendien milder worden. „En er moet betere vervolghulp zijn ná het gesloten verblijf.”

    • Ingmar Vriesema