Manifesta wil Palermo weer laten glanzen

Manifesta 2018 Op de twaalfde editie van Manifesta dienen de vervallen kerken en paleizen van Palermo als perfect decor voor de kunstwerken.

Pizzo Sella op Sicilië, waar architectenbureau Rotor een uitzichtpunt heeft gebouwd. Foto Cave Studio

„Kijk, daar woon ik.” Schuchter wijst de achttienjarige Claudio Farina naar de bovenste verdieping van een kaal, zandkleurig woonblok dat fel afsteekt tegen de dreigende lucht. Mannen met getatoeëerde torso’s hangen uit de ramen, moeders schreeuwen met krijsende stemmen naar hun kinderen, die beneden rondscharrelen op een braakliggend terrein vol afgedankte koelkasten en bankstellen. De stank die uit de illegale vuilstort komt, een mengeling van hondenstront en rottend vlees, is niet te harden.

Vandaag leidt Claudio een buslading internationale kunstcritici rond door zijn wijk, Zona Espansione Nord (ZEN), aan de rand van Palermo. ZEN is een van de twintig locaties in en om Palermo waar de tweejaarlijkse tentoonstelling Manifesta dit jaar is neergestreken. Het is het soort mislukte sociale woningbouw dat bekend is uit films als Gomorrah: een wespennest van georganiseerde misdaad, drugs en werkloosheid. De wijk werd in de jaren zeventig opgezet, maar nooit afgebouwd. Er zijn geen gemeenschappelijk voorzieningen – geen speeltuinen of buurthuizen, alleen een met graffiti volgespoten kerk. Gedwongen door de woningnood in het oude centrum van Palermo trokken duizenden gezinnen voortijdig en illegaal in de huizen. Al meer dan dertig jaar is ZEN gekraakt en door de overheid ‘vergeten’.

Het braakliggende terrein in ZEN waar nu door Manifesta een tuin wordt gemaakt.

Foto Cave Studio

Maar nu is er een klein lichtpuntje voor Claudio en zijn buurtgenoten. Drie maanden geleden is achter zijn flatgebouw de dorre vlakte die ook als illegale dumpplaats werd gebruikt, schoongeveegd door Manifesta. De Franse landschapsarchitect en filosoof Gilles Clément heeft er samen met kinderen uit de buurt en het designercollectief Coloco fruitbomen en groenten geplant. In perkjes die verrijkt zijn met vruchtbare aarde groeien nu tomaten en struikjes salie. „Mensen respecteren de tuin en gooien er geen rommel meer in”, zegt Claudio. „Niemand had gedacht dat het zou werken, maar het terrein is nu al drie maanden schoon.”

Becoming Garden, zoals het kunstproject van Clément heet, vertelt in een notendop waar Manifesta dit jaar over gaat: samen zorgdragen voor een gemeenschappelijke plek. In dit geval is dat een tuin, maar op macroniveau draait het natuurlijk om onze planeet. The Planetary Garden. Cultivating Coexistence, is de titel van deze twaalfde editie. Wij, de mensheid, zijn de tuiniers van planeet Aarde, maar we onderhouden die tuin slecht – met klimaatverandering, droogte en massale migratiestromen tot gevolg.

Illegale vuilnisdump in ZEN, een buitenwijk van Palermo, en een van de locaties van Manifesta.

Foto Sandra Smallenburg

Dat thema klinkt misschien hippie-achtig, maar de uitwerking is dat allerminst. Deze Manifesta is een activistische biënnale, die oproept tot burgerlijke ongehoorzaamheid en het opeisen van rechten. De vijftig kunstenaars, architecten en filmmakers die zijn uitgenodigd leggen met scherpe blik vele pijnpunten bloot. En Palermo, een stad die decennia is geteisterd door de maffia, is bepaald geen idyllische plek. Het historische centrum oogt, vijfenzeventig jaar na de bombardementen van 1943, nog steeds als een oorlogsgebied. Meer dan 1.500 kerken en paleizen staan leeg, hun grandeur verworden tot ruïnes. Niemand voelde de verantwoordelijkheid ze te restaureren. In plaats daarvan lokten maffiose vastgoedontwikkelaars de inwoners naar slechte wooncomplexen buiten het centrum. Met als gevolg dat zowel die nieuwe wijken als de achtergelaten binnenstad verloederden.

Kerken en paleizen

Het was de eigenzinnige burgemeester van Palermo, Leoluca Orlando, die Manifesta vijf jaar geleden persoonlijk om hulp vroeg. „Hij zei: kunnen jullie helpen de stad weer terug te geven aan de bewoners?”, vertelt Hedwig Fijen, de Nederlandse kunsthistoricus die Manifesta al 25 jaar leidt. „Maar wij wilden niet als een soort vreemde ufo op een stad landen, zoals andere biënnales.” Daarom liet Fijen het Nederlandse architectenbureau OMA eerst een studie uitvoeren naar de problemen en het karakter van de stad. Ze stak haar licht op bij lokale producenten: fotografen en filmmakers, en ook koks en antropologen. „Zodat als Manifesta straks voorbij is, de erfenis blijvend zal zijn.”

Dat onderzoek leidde in 2017 tot Palermo Atlas, een boek vol feitjes en statistieken over de inwoners en de planten die er te vinden zijn, en over de films die zich er afspelen. Die publicatie diende vervolgens als inspiratie voor de vier curatoren die Fijen aanstelde: de Nederlandse documentairemaker Bregtje van der Haak, de Spaanse architect Andrés Jaque, de Siciliaanse architect en OMA-partner Ippolito Pestellini Laparelli en de Zwitserse tentoonstellingsmaker Mirjam Varadinis.

Die interdisciplinaire aanpak heeft geresulteerd in een sterke, gefocuste presentatie rondom thema’s als migratie en mensenhandel, data en privacy, biodiversiteit en klimaatverandering. Anders dan voorgaande edities vinden de exposities niet in bestaande musea plaats, maar in de verweesde en vervallen kerken en paleizen. Die locaties zijn vaak ronduit spectaculair en sluiten mooi aan op de thema’s. In Palazzo Forcella De Seta bijvoorbeeld, ooit deel van de verdedigingswerken van Palermo, is nu een tentoonstelling over ‘grenspolitiek’. Terwijl de Middellandse Zee door de ramen van het oude fort schittert, zie je op een video van het Britse collectief Forensic Oceanography hoe de Libische kustwacht met een reddingsboot van Sea Watch strijdt om verdrinkende vluchtelingen die gillen voor hun leven. Die mooie blauwe zee, besef je hier des te meer, is ook een uiterst dodelijk militair grensgebied.

Patricia Kaersenhout, The Soul of Salt, 2016.

Foto Sandra Smallenburg

De Nederlandse Patricia Kaersenhout stortte onder de afbrokkelende Moorse plafonds van Forcella De Seta een reusachtige berg zout. Volgens een oude slavenlegende onthielden slaven zich van het eten van zout, omdat ze dachten dat ze dan lichter zouden worden en naar Afrika konden terugvliegen. Kaersenhout nodigt bezoekers uit om een schepje van het zout mee naar huis te nemen en in water op te lossen, om zo de pijn uit het verleden deels op te lossen. De witte berg ligt er op de dag van de opening nog massief en schijnbaar onaangeroerd bij – als een symbool van de onmetelijkheid van het leed dat de Afrikaanse bevolking is toegedaan.

Migratie van mensen is zichtbaar, maar migratie van data vaak niet. Dat wordt haarscherp duidelijk in de sectie ‘Out of Control Room’, een tentoonstelling die vragen stelt over de beheersbaarheid van informatiestromen. Er vliegt in het luchtruim boven Palermo van alles rond waar we als burgers geen weet van hebben, zo laat de Nederlandse kunstenaar Richard Vijgen zien in zijn werk Connected by Air. Luchtverkeer, maar ook de onzichtbare data die via draadloze signalen en satellieten getransporteerd worden. Al die informatie verwerkte hij in een radarscherm dat hij projecteerde op het plafond van een vijftiende-eeuws paleis: een hemelsblauw doorkijkje dat een geweldige hedendaagse variant is op de barokke trompe-l’oeils.

Rechter Falcone

De Amerikaanse regisseur Laura Poitras, die in 2015 een Oscar won voor haar film Citizenfour over Edward Snowden, richtte voor Manifesta haar camera op de groeiende aanwezigheid van het Amerikaanse leger op Sicilië. Traag voert ze ons mee door een bos van eeuwenoude kurkeiken, waar opeens de Amerikaanse satellietschotels van MUOS (Mobile User Objective System) opdoemen. Hier vandaan kunnen de VS hun spionerende drones en onbemande vliegtuigjes richting Afrika en het Midden-Oosten sturen. Maar de mega-antennes veroorzaken ook schade aan mens en omgeving, zo is iets verderop te zien in een installatie vol krantenknipsels van de Cubaanse Tania Brughera. Zij werkte samen met de lokale actiegroep No Muos, die sinds 2009 tegen de aanwezigheid van de Amerikaanse basis protesteert.

Fillipo Minelli, Across the Border, 2010-heden.

Foto Sandra Smallenburg

Zo grijpen op deze biënnale steeds grote en kleine verhalen in elkaar. Universele problemen worden beschouwd vanuit het perspectief van lokale projecten. Palermo functioneert op deze Manifesta als een bril waardoor naar de rest van de wereld gekeken wordt. Een citrusboompje dat op het terrein van de padvindersclub staat en door het Britse collectief Cooking Sections is ommuurd om het te beschermen tegen de droogte, staat symbool voor klimaatverandering. Maar ook die padvindersclub, Volpe Astuta, is niet zomaar gekozen. Het clubhuis staat op het voormalige landgoed van maffiafamilie Inzerello. De grond werd in 1983 in beslag genomen door onderzoeksrechter Giovanni Falcone en teruggegeven aan de gemeenschap van Palermo. Alles heeft op deze Manifesta een diepere betekenis, een geschiedenis.

Falcone zelf moest zijn strijd tegen de maffia bekopen met zijn leven. Op 23 mei 1992 werd zijn auto op weg naar het vliegveld opgeblazen door een bom die door de Cosa Nostra in de afwateringsbuizen onder de snelweg was gelegd.

Die moord, en die op zijn collega Paolo Borselino twee maanden later, leidde tot een revolutionaire doorbraak in de ‘Operatie schone handen’. Veel spijtoptanten getuigden in rechtszaken, waardoor de macht van de Siciliaanse maffia afnam en de burgers van Palermo het heft weer in eigen hand konden nemen.

Vanaf Pizzo Sella, de 562 meter hoge bergtop die oprijst pal naast de zee, kun je Falcone-Borselino Airport, zoals de luchthaven van Palermo nu heet, goed zien liggen. „Daar, in die bocht van de snelweg, is Falcone opgeblazen”, weet de Belgische architect Tristan Boniver. Zijn bureau Rotor heeft deze bergtop gekozen als locatie voor een schitterend uitzichtpunt – het absolute hoogtepunt van deze Manifesta.

Pizzo Sella wordt in de volksmond ‘heuvel van de schaamte’ genoemd. In het natuurgebied werd tussen 1978 en 1983 door een maffiafamilie begonnen aan de bouw van driehonderd luxe villa’s. Maar het project kwam nooit af, en langs de berghellingen is nu een spookdorp van apocalyptische proporties ontstaan. Tientallen betonskeletten hebben het heuvellandschap gekoloniseerd. „De mensen die hier in de buurt wonen, weten niet eens dat dit uitzichtpunt er is”, vertelt Boniver. „Een slagboom blokkeert de weg omhoog. Alleen de wilde zwijnen kunnen hier vrij rondlopen.”

De meest afgelegen ruïne heeft Rotor nu voor het publiek ontsloten. Met de verroeste pijpen van de steigers die waren achtergelaten, maakte Boniver het betonskelet veilig voor bezoekers. In de huizen in de omgeving vond hij marmeren platen en vrolijk gekleurde tegeltjes waarmee hij tafels en bankjes maakte. „Met dit werk willen we laten zien hoe mooi het hier is”, zegt hij. „En de berg teruggeven aan de mensen.”

Door een raam waarin nooit glas heeft gezeten, kun je Palermo majestueus zien liggen in de zon. Van bovenaf zie je de smerigheid in de straten van ZEN niet, zie je geen afbrokkelende paleizen. Dat deze mooie, smerige, pittoreske, rauwe, gastvrije stad een model zou kunnen zijn voor de rest van de wereld, is een boodschap die Manifesta overtuigend naar voren brengt. Omdat er mensen wonen die de hoop nog niet verloren hebben.

    • Sandra Smallenburg