Langer op het nest blijven loont voor de jonge vogel

Overlevingskans

Uitvliegen is gevaarlijk voor jonge vogels, maar te lang in het nest blijven ook. Daar komen nestrovers langs. Wat is het juiste moment?

Een grijze junco. Foto Yuan Zhu en Ivan Kuzmin

Spring te vroeg en je bent een makkelijke prooi. Wacht te lang en je ouders worden je beu. Veel jonge zangvogels verlaten nu, aan het begin van de zomer, het ouderlijk nest en het is niet makkelijk om precies het juiste moment te kiezen. Terwijl die keus grote consequenties heeft voor hun overlevingskansen. Bij sommige soorten overlijdt zo’n 12 procent binnen drie weken na hun eerste vlucht, bij andere soorten is dat wel 70 procent.

Vijf Amerikaanse biologen geven deze week in Science Advances een verklaring voor die onderlinge verschillen: vogels die op jongere leeftijd het nest verlaten, hebben minder goed ontwikkelde vleugels, waardoor ze sneller aan een roofdier ten prooi vallen. In principe loont het voor hen om nog een paar dagen langer in het nest te blijven. Toch is ook dat niet altijd veilig. Een nest kan tenslotte óók worden leeggeroofd – predatie is nog altijd doodsoorzaak nummer 1 onder nestblijvers. Zeker als hun ouders het nest op een toegankelijke locatie bouwden.

Vlieggedrag

De onderzoekers bestudeerden van elf Amerikaanse soorten het vlieggedrag van de jongen op de dag dat ze het nest verlieten. Op high speed-camerabeelden zagen ze dat soorten die op jongere leeftijd het nest verlaten minder goed kunnen vliegen, doordat hun vleugels nog relatief klein zijn.

Voor de ouders is het voordeliger om hun jongen vroeg uit huis te zetten

Van acht vogelsoorten die bij elkaar in de buurt leven (en dezelfde vijanden hebben) bestudeerden de biologen ook de sterftekans buiten het nest. Hoe minder goed ontwikkeld de vleugels zijn, des te hoger is het risico op overlijden, zo blijkt. Ook lichaamsgewicht kan meespelen (een laag gewicht kan duiden op een slechte lichamelijke conditie), maar niet in zulke sterke mate als de vleugelontwikkeling.

Afhankelijk van de soort bleven de onderzochte jongen gemiddeld 9 tot 21 dagen in het nest. De broedperiode deze vogels duurde doorgaans zo’n anderhalve week tot twee weken. Dat is vergelijkbaar met Nederlandse zangvogels: bij ons heeft de merel bijvoorbeeld een broedduur van 11 tot 15 dagen en de jongen zitten 12 tot 15 dagen op het nest.

Omheining

Een van de soorten die de biologen bestudeerden was de grijze junco (Junco hyemalis), een zangvogel waarvan de jongen na zo’n 11 dagen het nest verlaten. Relatief vroeg dus. Op het moment van uitvliegen hebben de jonge junco’s een kleine vleugelomvang (zo’n 60 procent van volwassen vleugels). Om te kijken of de sterftekans daadwerkelijk afnam bij beter ontwikkelde vleugels, bouwden de onderzoekers een omheining om het nest van 2 bij 2 meter. De bovenkant was open, zodat de ouders in-en-uit konden vliegen met eten. Jongen konden wel ‘uitvliegen’, maar bleven binnen de veilige omheining waar geen roofdieren konden komen. Drie dagen na het uitvliegen werd de omheining verwijderd.

Jonge junco’s die een nest zonder omheining verlieten, vlogen minder dan een halve meter ver. Hun soortgenoten die wél drie dagen in de omheining waren gebleven, konden tot wel dertig meter ver vliegen. De overlevingskans bij deze vogels was ook groter.

Vogels die traditioneel vroeg het nest verlaten, behoren tot soorten die vaak in het nest worden opgegeten. Of ze er echt mee opschieten is de vraag: gemiddeld ligt de sterftekans voor jonge vogels buiten het nest net iets hoger dan in het nest.

Lees ook: Een vogelnest is pure architectuur

Maar er is nog een reden om het nest vroeg te verlaten: ouderlijke druk. De kans dat álle jongen sneuvelen, is groter voor nestblijvers dan voor nestverlaters. Bij de junco’s bijvoorbeeld sterven in slechts 9 procent van de broedgevallen alle nestverlaters. Bij juncogezinnen waarvan de jongen nog ‘thuis’ wonen sterft in 38 procent van de gevallen het gehele broed.

In die zin is het voor de ouders dus voordeliger om hun jongen vroeg uit huis te zetten. Dat kunnen ze bijvoorbeeld beïnvloeden door geen voedsel meer te brengen. Al weten de jongen hun ouders met smeekgedrag goed te manipuleren, aldus de onderzoekers. Uiteindelijk is het moment van nestverlaten in die zin vaak een compromis: iets later dan de ouders wensen, iets eerder dan de jongen willen.

    • Gemma Venhuizen