Voedseldistributie in de Jemenitische havenstad Hodeida voor mensen die hun dorp in de buurt van het vliegveld zijn ontvlucht vanwege hevige gevechten.

Foto Abdo Hyder/AFP

‘Er is hypocrisie over uitbannen honger’

Interview Alex de Waal

Het uitbannen van honger is niet onhaalbaar, zegt Alex de Waal. Maar hij ziet steeds meer politici bij wie de wil daartoe verdwijnt.

Toen de Britse onderzoeker Alex de Waal enkele jaren geleden begon te schrijven aan zijn geschiedenis van hongersnoden en uithongering in de wereld, dacht hij nog aan een happy ending. Tussen 1941 en 1970 stierven wereldwijd meer dan 42 miljoen mensen door gebrek aan voedsel, tussen 1981 en 2010 ‘nog maar’ 2,2 miljoen. Hongersnood werd steeds meer een gruwelijk fenomeen uit een donker, gepasseerd verleden.

Maar tegen de tijd dat zijn boek Mass Starvation in december 2017 verscheen, was De Waals optimisme behoorlijk getaand. In Jemen sterven weer mensen van honger – wat wordt versterkt door de gevechten bij de havenstad Hodeida, waar veel voedselhulp binnenkomt. Hetzelfde gebeurt in het noorden van Nigeria, in Somalië, Zuid-Soedan, Syrië. Volgens de VN waren vorig jaar zo’n 124 miljoen mensen voor hun overleven afhankelijk van voedselhulp.

„Ik slinger heen en weer tussen optimisme en pessimisme”, zegt De Waal (55), directeur van de World Peace Foundation en hoogleraar aan de Amerikaanse Tufts University, in een telefoongesprek. „We hebben de afgelopen dertig jaar gezien dat het uitbannen van hongersnood geen onhaalbare zaak is. Eigenlijk is het een van de gemakkelijkste taken als je kijkt naar de geweldige stappen die in de afgelopen generatie zijn gezet bij armoedebestrijding, verbetering van de gezondheidszorg, de professionalisering van hulpverlening. Daar ben ik dus optimistisch over. Tegelijkertijd zie je bij veel van onze leiders de politieke wil verdwijnen om dit soort humanitaire doelstellingen te verwezenlijken. Dat maakt me bezorgd.”

Aanleiding voor het gesprek is de resolutie die vorige maand in VN-Veiligheidsraad werd aangenomen over de uitbanning van uithongering als oorlogswapen. Het initiatief kwam van Nederland. „Uithongering is een afschuwelijke middeleeuwse manier van oorlogvoeren die we voor eens en altijd moeten uitbannen”, zei minister Sigrid Kaag (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, D66) eerder dit jaar over het bombarderen van markten en tegenhouden van humanitaire konvooien.

„Een zeer belangrijke stap”, noemt De Waal de motie. Net zoals er steeds meer aandacht is gekomen voor verkrachting als oorlogswapen, is internationaal de weerstand gegroeid tegen uithongering als oorlogswapen. De oproep van de Veiligheidsraad reflecteert dat. „De belangrijkste doelstelling is uithongering moreel onaanvaardbaar te maken”, zegt De Waal.

Dat klinkt mooi. Maar dezelfde Veiligheidsraad ruziet over Syrië en Jemen, waar de bevolking wordt bestookt.

„De VN en het Rode Kruis hebben gewaarschuwd voor een nieuwe humanitaire ramp in Jemen door de aanval van de coalitiemacht van Saoedi-Arabië en Koeweit op de havenstad Hodeida. De VS en Groot-Brittannië steunen de oorlogsinspanningen door wapens te verkopen en diplomatieke dekking te geven. Bij Syrië ligt de verantwoordelijkheid meer bij de Russen. Dus ja, er is sprake van diepgewortelde hypocrisie. Drie permanente leden van de Veiligheidsraad zijn op de een of andere manier betrokken bij de misdaad van uithongering en zijn tegelijkertijd bereid deze resolutie te ondersteunen die dat veroordeelt.”

Welke conclusie moet je dan trekken?

„Dat er sprake is van een krachtmeting. Tussen geweten, tussen mensen die geloven in een humanitaire rechtsorde, onder wie ook heel wat diplomaten, en het zeer, zeer cynische beleid van leiders in Londen, Washington, Abu Dhabi, Moskou en nog een paar plaatsen. De vraag is aan welke kant je wilt staan. Historici, academici als ik kunnen niet neutraal blijven.

„De permanente leden van de Veiligheidsraad zijn hypocriet door voor de resolutie te stemmen, maar dat is beter dan zo gewetenloos zijn dat ze tegen zouden hebben gestemd. Het geeft ons iets in handen om hen onder druk te zetten.”

In ‘Mass Starvation’ rekent De Waal af met de populaire opvatting dat hongersnood in de wereld vooral wordt veroorzaakt door natuurrampen of overbevolking. Of in de toekomst door klimaatverandering. ‘Er is absoluut geen goede reden te bedenken waarom opwarming van de aarde, ondanks de ongunstige effecten voor milieu en voedselproductie, moet leiden tot hongersnood’, schrijft hij.

In de praktijk leidt een veelvoud aan factoren tot hongersnood, maar de geschiedenis heeft geleerd dat daarbij vrijwel altijd menselijke onverschilligheid, wanbeleid of regelrechte opzet leidt tot de dood van duizenden, tienduizenden en in het verleden soms miljoenen mensen.

Juist daarom, benadrukt De Waal, is het zo verontrustend dat de op humanitaire maatstaven geënte internationale rechtsorde, die de afgelopen zeventig jaar zo moeizaam is opgebouwd, weer afbrokkelt. De na 9/11 begonnen oorlog tegen terreur en de Amerikaans-Britse invasie in Irak (2003) waren volgens hem de eerste bewijzen dat ook ‘starvation’ weer „een veelbelovende toekomst” heeft als landen rechtsnormen terzijde schuiven en alleen uit eigenbelang handelen. ‘Voor zover gezegd kan worden dat de regering van president Trump een humanitaire agenda of doctrine volgt, is die tactisch en instrumenteel van aard. Kijk naar de situatie in Syrië en Jemen. In beide landen hebben de militaire operaties hongersnood veroorzaakt en de infrastructuur vernietigd die noodzakelijk is om in leven te blijven’, schrijft De Waal in zijn boek.

U bent wel heel erg negatief over president Trump.

„Ja. Hij zegt: het is daarbuiten een jungle, de wereld is slecht, en ik ben de grootste krokodil, de sluwste. Stem dus op mij. Daarmee heeft hij het straatvechten gelegitimeerd in de internationale arena. Ik vrees dat ook mijn [Britse] regering bijdraagt aan het ondermijnen van het internationale stelsel. Je ziet de effecten daarvan in het Midden-Oosten, Afrika, overal.”

Niet alleen de grootmachten gedragen zich zo. Congo boycotte afgelopen april een internationale donorconferentie om geld in te zamelen voor de miljoenen hulpbehoevenden in dat land.

„President Kabila is bereid om de eigen bevolking te gijzelen om aan de macht te blijven. Dat is inderdaad erg cynisch.”

Ook in Zuid-Soedan lijdt de bevolking honger door toedoen van de strijdende partijen. Moeten we interveniëren?

„Er is geen goede weg voorwaarts. De Afrikaanse Unie heeft het recht om te interveniëren als er sprake is van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Dat wil niet zeggen dat ze dat ook doet. Maar als je uithongering beschouwt als een oorlogsmisdaad of misdaad tegen de menselijkheid, zoals de Veiligheidsraad nu heeft bevestigd, heb je de verplichting om te kijken naar de situatie in Zuid-Soedan. De Afrikaanse Unie kan druk uitoefenen.”

Denkt u dat de situatie in Zuid-Soedan daardoor snel zal verbeteren?

„Nee.”

    • Wim Brummelman