Is D66 nog wel de partij van de democratische vernieuwing?

Nieuwe kroonjuwelen D66 probeert zichzelf opnieuw uit te vinden als partij van democratische vernieuwing. Het referendum blijft de partij verdelen.

Het initiatiefcomité D’66 tijdens een persconferentie in Amsterdam in oktober 1966, met in het midden voorzitter Hans van Mierlo. Foto ANP

„Radicale democratisering” wilden de oprichters van D66. Dat schreven ze in hun beroemde ‘Appèl’ uit 1966 „aan iedere Nederlander die ongerust is over de ernstige devaluatie van onze democratie”. De politieke partij werd opgericht uit onvrede over het „vastgeroeste” bestel. D66 had „een Plan voor vernieuwing en verbetering”, zo meldde een verkiezingsposter uit 1967. Het doel? „Een democratie waarin ook u weer wat te vertellen krijgt.”

Maar is D66 anno 2018 nog wel de partij van de democratische vernieuwing? Politieke tegenstanders trekken dat graag in twijfel, nu het huidige kabinet het raadgevend referendum afschaft, nota bene onder leiding van Kajsa Ollongren, minister van Binnenlandse Zaken namens D66. De Eerste Kamer stemt hier naar verwachting volgende maand mee in.

Ondanks de afschaffing van het referendum staat democratische vernieuwing nog steeds hoog op de Haagse agenda. Een staatscommissie onder leiding van Johan Remkes (VVD), oud-minister van Binnenlandse Zaken, komt deze donderdag met een tussenrapport over de vernieuwing van het parlementair stelsel. Het eindrapport komt in december. De commissie kijkt onder meer naar het huidige kiesstelsel, de rol van de Eerste Kamer en… het referendum.

Ondertussen wordt ook bij D66 weer driftig nagedacht over democratie. Ruim vijftig jaar na de oprichting is er van de meeste staatkundige idealen weinig terechtgekomen. Er is nog geen rechtstreeks gekozen minister-president of burgemeester, er is geen districtenstelsel. En het referendum, dat weliswaar niet in het Appèl van 1966 stond, maar later liefdevol werd omarmd, is bij de totstandkoming van kabinet-Rutte III weggegeven. Hoe moet de partij van de democratische vernieuwing nu verder?

‘Een stukje analyse’

Rob Jetten (31) stond de afgelopen weken in zaaltjes in Oss, Amsterdam, Groningen en Breda. Ook was hij afgelopen weekend te gast op het congres van de Jonge Democraten. Het is aan Jetten, een jong en talentvol Kamerlid van D66, om de ‘kroonjuwelen’ van zijn partij op te poetsen. Op het najaarscongres op 6 oktober zal hij een inhoudelijk stuk presenteren onder de titel ‘Democratie van Nu’. Met „een stukje analyse”, zegt Jetten, maar ook met „concrete voorstellen”.

Sinds vorige zomer is Jetten bezig met het project, waarvoor hij samenwerkt met de Van Mierlo Stichting, het wetenschappelijk bureau van D66. Ze hebben interviews gehad „met allerlei mensen die de afgelopen jaren wat over het onderwerp geroepen hebben”, zegt Jetten, en ze organiseren bijeenkomsten met leden die willen meedenken. Is het geen zware last, hoeder zijn van de kroonjuwelen? „Zo ervaar ik dat niet”, zegt Jetten. „Dat idee leeft meer in de buitenwereld dan onder onze leden.”

Toch wordt over democratische vernieuwing binnen D66 met regelmaat gemord. Het gebeurde onder Jan Terlouw, die als partijleider (van 1973 tot 1982) minder aandacht had voor democratische vernieuwing dan D66-oprichter Hans van Mierlo – de verpersoonlijking van het democratisch denken. En het gebeurt onder Alexander Pechtold, die op zijn beurt weer minder aan het onderwerp doet dan zijn voorganger Thom de Graaf (partijleider van 1998 tot 2003). Ach, zegt Coen Brummer, sinds dit jaar directeur van de Van Mierlo Stichting: „Veel D66’ers vinden democratische vernieuwingen belangrijk. Maar dat geldt ook voor onderwijs, duurzaamheid, Europa en sociaal-economische hervormingen. We hebben een brede agenda.”

Brummer ontkent dat D66 te weinig werk heeft gemaakt van de oorspronkelijke idealen. „Wij hebben het consequent gehad over de democratie en over de vernieuwingen die we wilden aanbrengen. Maar de voorstellen zijn stukgelopen op conservatisme en angst bij de traditionele partijen.”

Nieuwe vorm

Het raadgevend referendum liep stuk op de formatie van Rutte III, waarin mede door D66 werd besloten deze vorm van inspraak af te schaffen. Een groep kritische leden, sinds vorige maand verenigd onder de naam ‘Opfrissing’, hekelt de manier waarop D66 hiermee omgaat. Oud-Kamerlid Boris van der Ham, het gezicht van het initiatief, vindt dat zijn partij „onbegrijpelijk” handelt. „Het is nog te verteren als het referendum wordt geschrapt als uitkomst van een verloren onderhandeling, maar nu doen sommige D66’ers alsof ze dat afschaffen zelf bedacht hebben.” Van der Ham ziet bij een deel van zijn partijgenoten, inclusief minister Ollongren, een „heel foute redenering”: de aanname dat meer inspraak van burgers tot meer populisme leidt, en dat veel kiezers de onderwerpen en de regels bij referenda niet begrijpen. „Precies de redenering die regenteske partijen altijd gebruikten tegen inspraak.” 

Van der Ham erkent dat er problemen zijn met het huidige raadgevend referendum. Maar probeer het dan te verbeteren of met een alternatief te komen, zegt hij. Opfrissing pleit voor een nieuwe vorm van een raadgevend referendum waarbij een groep kiezers naast ‘ja’ en ‘nee’ ook een wijzigingsvoorstel kan doen (het ‘recht op amendement’).

D66-leider Alexander Pechtold en een deel van de Tweede Kamerfractie, in afwachting van de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen in maart. Foto Remko de Waal/ANP

Lees ook: De ontnuchtering van D66

Zo’n driehonderd D66-leden zouden zich inmiddels bij Opfrissing hebben aangesloten. Van een ‘opstand’ binnen D66 wil Jetten echter niets horen. „Ik zie het als input leveren”, zegt hij op de vraag of Opfrissing zijn Democratie van Nu-platform heeft gekaapt. „En qua toon en insteek vind ik dat ze dat hartstikke constructief hebben gedaan.”

Rob Jetten zegt dat het referendum op zijn Democratie van Nu-avonden – waar NRC overigens niet welkom was, zodat leden vrijuit konden praten – ter sprake komt, „maar veel minder dan je zou denken”. Hij beklemtoont dat D66 nog altijd een correctief bindend referendum nastreeft. Jetten verwacht dat in zijn resolutie, waarover leden op het congres kunnen stemmen, iets over het referendum zal staan. „Daarna kan de Kamerfractie op basis van die resolutie aan de slag met nieuwe voorstellen.”

De Jonge Democraten willen wel dat Jetten haast maakt. Op het congres in november werd een motie van de D66-jongeren aangenomen die de Tweede Kamerfractie opdraagt werk te maken van een nieuwe referendumwet. Voorzitter Kevin Brongers hoopt dat Jetten in oktober komt „met een concreet plan hoe we dit binnen aanzienlijke tijd kunnen realiseren”.

De gekozen burgemeester is dichterbij dan een nieuw referendum. Na een mislukte poging van D66-minister Thom de Graaf in 2005, spreekt de Eerste Kamer na de zomer over een initiatiefwet van Jetten die de verandering van de benoemingswijze mogelijk maakt. Als die erdoorheen komt, kan de partij komen met een voorstel om de huidige Kroonbenoeming te veranderen in bijvoorbeeld een rechtstreeks door burgers gekozen burgemeester.

Zo’n uitgewerkt voorstel komt nog niet in oktober, tempert Jetten de verwachtingen. Hij wil eerst een „bredere discussie over de positie van de burgemeester”. Brongers van de Jonge Democraten hoopt wel dat de partij in oktober met een echte visie komt. „We zijn voor, maar in welke vorm dan? Mag iedereen zich kandideren, vindt er een voorselectie plaats? Ik hoop dat dit soort zaken concreet wordt vastgelegd.”

Meedenken, meebeslissen

Met welke voorstellen komt D66 in oktober dan wel? Jetten spreekt met de leden over nationale en lokale vernieuwingen, zoals het verdelen van een stem over meerdere partijen, het kunnen indienen van een wijziging op een wetsvoorstel (zowel in de gemeenteraad als in de Tweede Kamer) en het opstellen van wijkbegrotingen. Volgens Jetten „is de rode draad dat mensen op onderwerpen meer betrokken willen zijn. En ook eerder in het proces.”

Has Bakker, gemeenteraadslid voor D66 in Utrecht, constateert ook dat „mensen willen meedenken, meebeslissen”, maar tegelijk ziet hij mensen „afhaken”. Als raadslid met burgerparticipatie in zijn portefeuille wil Bakker „de democratie dichterbij mensen brengen”. En ja, dan gaat het om de kroonjuwelen van weleer, „dingen die Den Haag moet regelen”, maar net zozeer om lokale democratie. „Dat bewoners dat plein, of die sporthal, zelf kunnen beheren. Zo geven we een nieuwe invulling aan de ‘D’ van D66.”

Hoogleraar politicologie Kristof Jacobs (Radboud Universiteit) ziet dat D66 al langer meer inzet op kleinschalige burgerparticipatie. Zo komt minister Ollongren voor de zomer met voorstellen voor meer lokale inspraak. Vreemd vindt Jacobs dat wel. „Nationale politici gaan zichzelf beschermen tegen de burger, maar verwachten wel dat de lokale democratie zich openstelt.” Lokale initiatieven gaan veel minder ver dan werk maken van de ‘kroonjuwelen’, vindt de politicoloog. „Dat is van een minder vergaande orde dan een kiesstelselwijziging.”

    • Barbara Rijlaarsdam
    • Pim van den Dool