Opinie

Buitenlandervaring is niet voor iedereen weggelegd

Onderwijsblog Het hoger onderwijs wil verder internationaliseren, maar daarbij is te weinig aandacht voor gelijke kansen voor Nederlandse studenten, vinden studentenorganisaties.

Foto Siese Veenstra/ANP

Begin deze maand presenteerde minister van Onderwijs Ingrid van Engelshoven (D66) haar visie op internationalisering in het mbo en hoger onderwijs. In deze visie ontbreken concrete maatregelen op cruciale punten. Terwijl het hoger onderwijs in rap tempo verengelst om buitenlandse studenten aan te trekken, behoort een buitenlandse studie-ervaring voor lang niet alle Nederlandse studenten tot de mogelijkheden. In vergelijking tot andere Europese landen scoren we onder het gemiddelde als het gaat om kansengelijkheid en internationalisering. Dat kan en moet beter! Iedere student heeft evenveel recht op een internationale ervaring.

Uit Europees onderzoek blijkt dat kinderen van hoogopgeleide of meer welvarende ouders in Nederland vijftig procent meer kans hebben op een internationale ervaring. Ook de uitgaande diplomamobiliteit van Nederlandse studenten is fors lager dan het Europees gemiddelde. Slechts twee procent van de Nederlandse studenten volgt een volledige opleiding in het buitenland. In het regeerakkoord staat de expliciete ambitie om dat aantal te vergroten. Ook in haar visiebrief benadrukt de minister het belang van uitgaande mobiliteit, maar concrete maatregelen blijven uit. Een gemiste kans.

Lees ook: Minister schippert met Engels op universiteit

Ontzettend duur

Studeren in het buitenland is vaak ontzettend duur waardoor de meeste studenten dit niet zomaar kunnen betalen. Om dit probleem op te lossen zouden ten eerste de financieringsmogelijkheden uitgebreid moeten worden om studeren in het buitenland te bevorderen. Zo moet er een keuze zijn om in één keer een groot bedrag te lenen. Nu kan dat niet. Dit is nodig omdat het collegegeld aan buitenlandse instellingen vaak in één keer betaald moet worden voorafgaand aan het eerste studiejaar. Deze financiële drempel is voor het merendeel van ons studenten veel te hoog.

Bovendien kan de informatievoorziening aan groepen studenten die nu relatief weinig internationale ervaring opdoen, veel beter. Dat geldt met name voor gerichte informatie aan moeilijker bereikbare groepen. Zoals eerstegeneratie-studenten. Zonder inzet verdwijnt kansenongelijkheid niet. Om te voorkomen dat beginnende studenten geen weet hebben van de mogelijkheden, moet de informatievoorziening deels al voor de studietijd versterkt te worden. Anders biedt het onderwijsrooster geen ruimte meer voor de reguliere buitenlandprogramma’s.

Daarnaast is het niet voor iedereen mogelijk een hele studietijd of een heel semester naar het buitenland te gaan. De mogelijkheden om een kortere periode in het buitenland te verblijven, zouden veel meer gestimuleerd moeten worden.

Lees ook: De ‘international classroom’ op universiteiten bestaat niet

Buitenlandervaring is de norm, geen pre

Toekomstige werkgevers zien een buitenlandervaring steeds vaker als een norm dan een pre. Een buitenlandervaring is dan ook een belangrijke component van succesvolle internationalisering. Het draagt bij aan het vergroten van de interculturele vaardigheden en het aanbrengen van een internationale dimensie aan de studieprogramma’s. Dit zorgt ervoor dat afgestudeerden vaardig zijn op de internationale arbeidsmarkt.

Dit is echter slechts een deel van het verhaal. Onderwijsprogramma’s moeten in zijn geheel succesvol geïnternationaliseerd worden. Op dit moment vertaalt internationalisering zich in de praktijk echter vaak tot het ‘overhaast’ verengelsen van het onderwijs, waarbij kwaliteit en toegankelijkheid kunnen afnemen. Wij zien een belang in variëteit van onderwijstaal, maar dan dient deze variëteit te ontstaan vanuit betere beweegredenen dan nu het geval zijn en daar dient iemand op toe te zien. Het is daarom van belang dat landelijke coördinatie plaatsvindt op het Nederlands- en Engelstalige studieaanbod.

Lees ook: Vereng internationalisering niet tot verengelsing

Kortom, wij roepen de minister op om werk te maken van kansengelijkheid in internationalisering. Een unieke buitenlandervaring moet mogelijk zijn voor alle studenten. Nu speelt internationalisering kansenongelijkheid in de kaart. Door een laag studenteninkomen, barrières in het Nederlandse financieringssysteem en gebrekkige voorlichting kan niet iedereen studeren in het buitenland. Daarom zeggen wij: minister, neem concrete maatregelen en geef alle studenten gelijke kansen op een internationale ervaring.

Erasmus Student Network Nederland (ESN), Nederlandse Wereldwijde Studenten (NWS), Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs (JOB), de Landelijke Studentenvakbond (LSVb) en het Interstedelijk Studentenoverleg (ISO).