Recensie

Bloedzuigen en genezen in sfeervol donker Londen

Game-recensie Rollenspel Vampyr zit vol slimme ideeën en interessante personages. Jammer alleen dat het vechtsysteem zo belabberd in elkaar steekt.

Het Londen van Vampyr wordt bevolkt door mensen met eigen verhalen en sores Beeld Dontnod

De eerste beelden van het vampierenrollenspel Vampyr waren een verrassing: donkere straten in het Londen van voorbije tijden vol gruwelijke monsters, waartegen je met strategisch inzicht moest vechten. Dat leek een ambitieuze koersverandering voor de Franse ontwikkelaar Dontnod, die na het falen van vechtspel Remember Me (2013) vooral beroemd werd met de avonturen van een minder vechtlustige tienerdetective in Life is Strange (2015).

Je speelt Jonathan Reid, een Britse dokter en oorlogsveteraan die tijdens een bezoek aan zijn geboortestad Londen wordt overvallen door een onbekende vampier. Hij ontwaakt kort daarna zelf als pasgeboren vampier, in een sfeervol donker Londen dat gegrepen is door de naschokken van de Spaanse Griep. Reid besluit te blijven, deels omdat hij het mysterie van zijn eigen vampierschap wil doorgronden, deels omdat de lokale bevolking hem nodig heeft.

In de aanloop naar de publicatie van Vampyr werden meteen vergelijkingen gemaakt met de legendarisch complexe en donkere Souls-games – zelfde sfeer, zelfde soort vechtsysteem. En ja, Vampyr lijkt een moedige poging te doen om in de voetsporen van die illustere reeks te treden. Je stuift vervaarlijke tussen de vijanden door met een scheef oog richting de vermoeidheidsmeter. Overmoed wordt afgestraft. Maar als Souls ballet op het hoogste niveau is, dan is Vampyr het dronken stel dat om twee uur ’s nachts tijdens een retrodiscofeest „nog even wil laten zien hoe het moet”.

In het wilde weg hakken

Er zit geen elegantie in dit vechtsysteem. Je hakt maar wat in het wilde weg, op zoek naar een moment waarop je genoeg bloed hebt verzameld en een speciale aanval kan uitvoeren, of jezelf weer kan oplappen. Vijanden zitten overal, hun aanvallen zijn vaak niet voorspelbaar en moeilijk te ontwijken. Bovendien heeft het spel een bizar systeem waarbij het op willekeurige momenten even pauzeert om te laden: zo wordt een tocht door Londen al snel irritant en vermoeiend.

Dat is jammer. Zonder de gevechten zou Vampyr een beter spel zijn geweest. Het zit namelijk vol met slimme ideeën en creatieve variaties op oude formules. Het Londen van Vampyr is geen lege stad vol anonieme lichamen, maar wordt bevolkt door mensen met eigen verhalen en sores – alhoewel die door het chaotische stadsontwerp soms lastig te vinden zijn. Altijd ligt het risico van besmettelijke ziekten op de loer. Als Dokter Reid is het aan jou om naar hun verhalen te luisteren en de beslissingen te maken die nodig zijn om de verschillende districten van Londen gezond te houden. Af en toe betekent dat ook dat je even voor detective moet spelen: op zoek naar die ene brief die de waarheid over iemand bevat.

Reid kan zelf medicijnen maken om verschillende ziekten mee te behandelen, van simpele hoofdpijn tot bloedvergiftiging of erger. Is de lokale bevolking gezond, dan is de wijk ook gezond. Maar behandel je iemand niet, dan verspreidt hun ziekte langzaam door de wijk, totdat het hele district in chaos vervalt: personages verdwijnen, vijanden worden sterker en groter in getale.

Moraliserende actiegames

Vampyr weet je echter heel goed te verleiden om dingen te doen die niet per se goed zijn voor de wijk. Het vermoorden van een Londenaar – of het nu een dokter is of een seriemoordenaar – heeft een negatieve impact op hun district, maar voorziet je wel van extra krachten. Aanlokkelijk, vooral dankzij dat irritante vechtsysteem.

Uiteindelijk trapt Vampyr hier in een bekende valstrik, zoals zoveel moraliserende actiegames. De game houdt bij of je Londenaren vermoordt en verbindt daar een morele straf aan: burgers doden is een kwalijke zaak. Tegelijkertijd moet je bijna elke vijf minuten een bak anonieme vampierenjagers afslachten om de stad door te komen. Waar hij een moordpartij van iemand anders treft roept Reid verschrikt „wat een bloedbad”, terwijl zijn jas nog nat is van het bloed van zijn eigen slachtoffers. Sommige levens tellen blijkbaar minder dan anderen.

Correctie, 20-06: Remember Me komt uit 2013, niet uit 2010. Dat is aangepast.

    • Len Maessen