Opinie

    • Menno Tamminga

Worden PVV en FNV stiekem bondgenoten?

Sommige rapporten hebben een openingszin die je zo over kunt nemen. Zoals deze: „Topmanagers uit de Verenigde Staten en Engeland hebben een substantiële waarde voor de Nederlandse economie in het algemeen en die van enkele regio’s in het bijzonder. (...) Zonder deze topmanagers verwachten werkgevers dat ze hun productieproces moeten aanpassen, inperken of verplaatsen.”

Gelooft u deze conclusies?

Ja? Helaas. In de oorspronkelijke tekst stonden niet de woorden topmanagers, de Verenigde Staten en Engeland, maar: arbeidsmigranten en Midden- en Oost-Europa.

Toch zouden de ‘ja-zeggers’ het best bij het rechte eind kunnen hebben. Want aan de onderkant én aan de bovenkant van de arbeidsmarkt voelt men zich de kop van Jut. Hard werken, maar geen respect.

Aan de bovenkant voeren bedrijven (rond Eindhoven, bijvoorbeeld) én werknemers een luidruchtige lobby tegen de bekorting van hun fiscaal gunstige expatregeling. Die geldt voor buitenlandse kenniswerkers en anderen met schaarse kwaliteiten (topvoetballers, topmanagers). De doorsnee kenniswerker is echter een ICT’er uit India.

De expat-regeling zorgt ervoor dat 56.000 werknemers over 30 procent van hun inkomen geen belasting hoeven te betalen. Het kabinet wil de looptijd van de tegemoetkoming wijzigen: van acht naar vijf jaar (was tot 2012 zelfs 10 jaar). Zonder overgangstermijn voor bestaande begunstigden. Die noemen dat woordbreuk van een onbetrouwbare overheid.

Aan de ónderkant van de arbeidsmarkt hameren werkgevers op nut en noodzaak van de 371.000 hier werkzame Europese arbeidsmigranten. Het citaat waar de column mee begon, staat in een rapport daarover van economisch onderzoeksbureau SEO. Opdrachtgever: de koepel van uitzendbedrijven ABU.

De conclusies van SEO zijn enthousiast (onmisbaar, slechts beperkte verdringing binnenlandse werknemers, nauwelijks Nederlanders te vinden) en tamelijk eenzijdig. De baten worden breed uitgemeten, de maatschappelijke kosten slechts aangestipt. Vijf werkgevers doen anoniem hun zegje, vakbonden komen niet aan bod. Het onderwerp arbeidsvoorwaarden komt er bekaaid af. Misschien willen Nederlanders dit werk wél doen als er beter betaald wordt en het niet alleen flex is?

Een enkele werkgever is (onbedoeld) komisch, zoals de scheepswerf die zich voorstaat op het Made in Holland-cachet. „Het is op de afzetmarkt heel belangrijk dat het schip in Nederland is gebouwd. Dat staat voor kwaliteit.” Zouden zijn klanten weten dat Poolse arbeidsmigranten een deel van dat kwaliteitswerk opknappen?

Lees ook hoe de FNV uitwassen van arbeidsmigratie opspoort: de cao-politie

De bekorting van de expatregeling brengt twee tegenpolen samen: de FNV en de PVV. De PVV diende in 2016 in de Tweede Kamer al een motie in om de héle regeling te schrappen en de opbrengst (902 miljoen euro) te bestemmen voor een lager eigen risico in de gezondheidszorg. De Kamer verwierp de motie.

De FNV wil nu de regeling kwijt omdat ’ie goedkope schijnconstructies met buitenlandse ICT’ers in de hand werkt waardoor Nederlanders thuis zitten. Of dat laatste gezien de arbeidsmarktkrapte nog steeds zo is...?

De (soms sociaal-economisch linkse) PVV en de FNV lopen niet te koop met hun consensus. Toenmalig FNV-voorzitter Agnes Jongerius kreeg in 2009 de hele bond over zich heen toen zij zinspeelde op een AOW-pact met de PVV. Maar straks is het in de Kamer weer zo ver. Dan kan de FNV ieders steun, ook die van de PVV, gebruiken voor een nieuw akkoord over pensioenen en bevriezing van de AOW-leeftijd.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.
    • Menno Tamminga