Recensie

Weergaloze rockshow én slapstick van Eels

Zanger en beroepspessimist Mark Everett ontpopte zich bij het concert van de Amerikaanse rockband Eels tot hilarische stand-upcomedian.

Mark Everett maakt geen liedjes maar reddingsboeien. Die houden hem drijvend op de woelige baren vol wanhoop. Sterker nog, zo claimt de 55-jarige zanger-gitarist: ze zijn zo ongeveer de enige manier om met de boze buitenwereld te communiceren. Op die manier bouwde Everett – ‘E’ voor fans en andere intimi – met zijn Californische rockband Eels in 23 jaar een indrukwekkend oeuvre op. De voornaamste boodschap die hij op twaalf platen overtuigend wist te verkondigen: het is allemaal geen pretje.

En ja, dat is allemaal autobiografisch. Want als geen ander weet E dat de duivel altijd op dezelfde hoop schijt.

Als dat maar geen collectieve uithuilsessie wordt, zou je maandag bij het begin van een reeks uitverkochte Nederlandse shows kunnen vrezen. Nou, vrees niet langer, want E heeft een opperbest humeur. Niks pijn van het zijn! Behalve tot charismatische antiheld die een weergaloze rockshow aflevert, ontpopt de beroepspessimist zich zowaar tot stand-upcomedian.

Vol bravoure hitst hij de zaal op. Om vervolgens in het breekbare ‘From Which I Came A Magic World’ af te rekenen met zijn droeve verleden: ,,Every moment’s built to last, when you’re living without a past.” Die wonderlijke combinatie van hilarische slapstick en oprechte tristesse, soulvol en rafelig gezongen door een schorre nozem in een spijkerpak, maakt het optreden zo volmaakt.

Als je de verpletterende alledaagsheid en onderkoelde lyriek in ‘I Like The Way This Is Going’ hoort, weet je dat E zich moeiteloos kan meten met grote Amerikaanse songwriters.

Wat ook helpt: de minimale maar loeistrakke band van ongeschoren outlaws. Net als E houden ze alle drie hun zonnebril op. Ze zijn niet bang om culthit ‘Novocaine For The Soul’ om te bouwen tot een slepende stonerblues, en durven zelfs ‘Raspberry Beret’ van Prince te coveren, waarbij E bezeten gilt als Little Richard.

Na anderhalf uur en maar liefst 27 nummers komt er een einde aan wat E omschrijft als een ‘stunning display of badassery’. Niet getreurd, troost hij: ,,Onder onze bad asses zitten ook gewoon benen, net als bij jullie.”

    • Frank Provoost