Opinie

Alleen boeken vanuit mannelijke blik leiden tot literatuurarmoede

De ophef over het Boekenweekthema 2019, ‘De moeder de vrouw’, is meer dan een akkefietje voor bakfietsende grachtengordeldieren. De stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB) heeft zich op zijn zachtst gezegd verkeken op het onderwerp. Met daaraan gekoppeld bovendien twee mannelijke auteurs: Librisprijswinnaar Murat Isik voor het Boekenweekessay en bestsellerveteraan Jan Siebelink voor het Boekenweekgeschenk . Overigens: zij staan hier niet ter discussie.

Het probleem is de CPNB, oftewel „het marketing- en communicatiebureau van de Nederlandse boekenwereld”. Op zich een organisatie die er met die Boekenweek op wonderbaarlijke wijze in slaagt om buitensporig veel aandacht te genereren voor een product dat al heel lang geldt als ten dode opgeschreven: de Nederlandse literatuur.

Dat is nu ook weer gelukt, maar het is wel aandacht van de verkeerde soort. In een petitie maandag, in NRC en in De Morgen, maken een driehonderd schrijvers en aanverwanten de kachel aan met het communicatiebureau van de boekenwereld. Zij vinden het thema waarbij het vrouw-zijn automatisch is vastgeklonken aan moederschap verwerpelijk. Een vrouw kan immers ook postbode zijn of huisarts. Bovendien is er kennelijk geen vrouw te vinden die juist over dit onderwerp de penvoerder mag zijn.

Je zou kunnen tegenwerpen dat de vrouw in het gelijknamige gedicht van Martinus Nijhoff (uit 1934) juist een krachtige persoonlijkheid is. Zij staat immers aan het roer van een binnenvaartschip bij Bommel. Maar tot verbazing van de CPNB is die verwijzing niet opgepikt. In de Volkskrant zeiden de leidinggevenden van het propagandabureau dat zij alle ophef niet zagen aankomen. Dat is precies het probleem van die organisatie. Dat ze „de verwoording van het thema hebben onderschat”, zoals een van hen het noemt.

Eerder wees de anonieme blog Lezeres des Vaderlands al op de tamelijk archaïsche man-vrouwverhoudingen in schrijvend Nederland. Voor het eerst gebeurt dat nu, terecht, grootschalig. Op veel maatschappelijke terreinen valt winst te noteren in de richting van gendergelijkheid. Maar om een of andere reden is de mannelijke blik in de Nederlandse literatuur bepalend, zoals ook bleek uit het recente proefschrift van Corina Koolen, Reading beyond the female.

De eruptie van ergernis die zich aftekent op social media over de volgende Boekenweek, duidt op een jarenlang opgekropte frustratie over een brancheorganisatie die het hele vak zou moeten vertegenwoordigen maar die in de praktijk voornamelijk de mannelijke soort in de schijnwerpers zet. Regel één voor de selectie van de Boekenweekschrijver is kennelijk dat mannen beter schrijven. Regel twee is dat zij beter verkopen. En als het toevallig een vrouw is die beter verkoopt, dan geldt regel één.

Aanvankelijk werden veel meer boeken van vrouwen gekozen als Boekenweekgeschenk: vijf tussen 1948 en 1960. Maar toen koos een jury uit anonieme manuscripten. Misschien een traditie die in ere kan worden hersteld. Breder, zou het voor de schrijvers, hun lezers, en voor de letteren in het algemeen goed zijn als alle betrokkenen bij het boekenvak zich rekenschap geven van die blinde vlek voor vrouwen – en daar dan naar handelen. Immers, een menu van boeken alleen geschreven vanuit de mannelijke blik leidt tot literatuurarmoede.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.