Racisme in Rusland? Dat is er rond het WK opeens niet meer

Interview Guilherme Marinato, keeper

De tot Rus genaturaliseerde keeper Guilherme Marinato klaagde over racisme. En nu? „Op het veld hoor ik niet wat geroepen wordt.”

Op de vraag of hij last heeft van de racistische spreekkoren kijkt Guilherme Marinato wat verbouwereerd. „Als ik op het veld sta, dan hoor ik niet wat er wordt geroepen”, zegt de keeper van Lokomotiv Moskou. Om vervolgens te verklaren: „Ik heb in mijn carrière nog nooit met racisme te maken gehad. Ik snap niet waarom journalisten daar telkens weer over beginnen.”

De keeper uit Minas Gerais is aan het einde van het studiejaar eregast op de voetbalacademie van zijn club, naast het imposante Lokomotiv-stadion in een Moskouse buitenwijk. Voor het WK mag hij niet aantreden, dus bereidt hij zich met zijn gezin voor op een vakantie naar de Braziliaanse zon. Al elf jaar woont hij in Rusland, zijn „tweede vaderland”. In 2015 liet hij zich zelfs – als eerste voetballer – naturaliseren. Handig, want in het Russische clubvoetbal mogen maar maximaal zes buitenlanders per team op het veld staan.

Maar ondanks zijn hartstochtelijke inzet op het veld is het enthousiasme op de tribunes ver te zoeken. Wanneer de lichtbruine speler met zijn lange benen het veld betreedt, klinken met regelmaat monkey chants, apengeluiden. Racistische en fascistische spreekkoren en leuzen, nazi- en White Power-symbolen vormen een fenomeen waar vrijwel iedere gekleurde speler in het Russische voetbal mee te maken krijgt. Ook tijdens internationale wedstrijden schromen extreem-rechtse supporters niet om voetballers uit te jouwen, merkte het Franse elftal nog onlangs toen donkere spelers tijdens een oefenduel in Sint-Petersburg getrakteerd werden op apengeluiden.

Eerder sprak Marinato (32) zich nog zonder omhaal uit over het verbale geweld. „Racisme komt voor bij alle grote wedstrijden. Iedere keer wanneer een zwarte speler uit ons team of dat van de tegenpartij aan de bal komt, begint het geschreeuw. Zelf ben ik er wel aan gewend”, zei hij in 2016 tegen de Russische site RBC.

Lees ook: De Russische hooligans zijn alleen bang voor de FSB.

Weggeroepen

Maar nu, tijdens het WK, ontkent hij ooit te maken te hebben gehad met racisme. Waarom Spartak dan onlangs een boete van 2500 euro kreeg voor spreekkoren aan zijn adres? „Ik weet het niet. Ik weet alleen dat Lokomotiv een onderzoek heeft ingesteld waaruit bleek dat de leuzen tegen iemand anders waren gericht.” Op de vraag tegen wie dan, begint hij te mompelen. Dan wordt hij weggeroepen.

Sinds Rusland het WK kreeg toebedeeld, ligt racisme onder een vergrootglas. Maar in plaats van op te treden, bagatelliseerden de autoriteiten het probleem. „We kunnen niet alleen Rusland de schuld geven van racisme”, en „we kunnen niet stellen dat racisme een groot probleem is voor Rusland”, zei toenmalig Sportminister Vitali Moetko meermaals.

Marinato’s ontkenning bevestigt bij Russische antiracismeactivisten de indruk dat spelers door hun clubs geïnstrueerd worden te zwijgen over hun ervaringen. „Een schande”, zucht Robert Oestian, supporter van CSKA Moskou en oprichter van ‘CSK Fans Against Racism’. In 2014 zag hij op tv hoe clubgenoten zich in Rome te buiten gingen aan neonazistische leuzen. „Ik kon er niet van slapen.” De volgende dag belde hij vrienden en zei: ‘We moeten iets doen, zo kan het niet verder’. Oestian ontving bedreigingen uit de hooligan-scene, maar ook veel steun van fans en club. Nu is hij adviseur van de Russische voetbalbond en organiseert initiatieven om het racisme tegen te gaan.

Inspecteur

Hoewel de autoriteiten het racismeprobleem het liefst negeren, zagen zij zich met het WK op komst gedwongen maatregelen te treffen, vertelt Oestian in Moskou. Zoals de aanstelling van oud-international Aleksandr Smertin als ‘antidiscriminatie-inspecteur’, van racismewaarnemers tijdens wedstrijden, strengere straffen en initiatieven om bewustwording te vergroten. Maar mensenrechtenactivisten zijn van mening dat Rusland voor het WK het straatje schoon wil vegen om daarna de boel weer op zijn beloop te laten.

Dat de meeste clubs het probleem het liefst zo ver mogelijk wegstoppen, blijkt ook na het flitsgesprekje met Marinato. „Weet u, al die aandacht voor zoiets kleins, ik vraag me af of dat goed is. Ik denk eigenlijk dat praten over racisme het probleem alleen maar groter maakt”. zegt Lokomotiv-woordvoerder Andrej Bodrov. Hij vertelt hoe hij in Zuid-Afrika in een zwarte wijk werd uitgelachen om zijn witte huidskleur. „Zo zie je maar, racisme is overal.”

Een uur later belt Bodrov om te vragen of hij Guilhermes reactie op papier kan krijgen. „Zodat wij kunnen controleren of hij de juiste antwoorden heeft gegeven.”

    • Eva Cukier