Langgestraften

Raad voor de rechtspraak ziet niets in nieuwe wet voorwaardelijk vrijkomen

De Raad voor de rechtspraak heeft zich uitgesproken tegen het plan van minister Sander Dekker (Rechtsbescherming, VVD) om het huidige systeem van voorwaardelijke invrijheidstelling aan te passen. Dekker wil dat langgestraften niet meer na tweederde van hun gevangenisstraf in aanmerking komen voor voorwaardelijke invrijheidstelling, maar pas de laatste twee jaar van hun straf.

De Raad stelt in een maandag gepubliceerd advies dat dit te kort is om gevangenen goed te begeleiden bij hun terugkeer in de maatschappij. Het gevaar op recidive zou zo juist groter worden.

De Raad, bestuurder van rechtbanken en gerechtshoven en adviseur over rechtspraak, zegt de maatschappelijke signalen waarop Dekker zijn wetsvoorstel baseert wel te herkennen. Met name bij grote, geruchtmakende zaken is het niet altijd makkelijk uit te leggen waarom gevangenen vervroegd vrijgelaten zouden moeten worden. Dit neemt volgens de Raad niet weg dat het huidige systeem de reclassering goede controle biedt op terugkerende gevangenen.

De Raad verwijst in zijn advies naar recent onderzoek van de Erasmus School of Law. Volgens de onderzoekers wordt in het huidige systeem goed per individu gekeken hoe een veilige terugkeer in de samenleving gewaarborgd kan worden. Er zou geen sprake zijn van een automatisme waardoor alle gevangenen na het uitzitten van tweederde van hun straf vrijkomen.

Maandag stuurde Dekker de Kamer een brief waarin hij zijn vorige maand aangekondigde wetsvoorstel nader toelicht. Zo wil hij, naast de strengere voorwaardelijke invrijheidstelling voor gevangenen met een straf van zes jaar of langer ook striktere verlofregels. De minister wil dat gedetineerden vanaf het begin worden aangesproken op hun gedrag. „Wie meewerkt krijgt kansen, wie weigert vangt bot”, aldus Dekker.

    • Christiaan Paauwe
    • Kasper van Laarhoven