Recensie

Geen als kunst verpakte betogen in Berlijn

Hedendaagse kunst Natuurlijk heeft ook de Berlijnse Biënnale voor hedendaagse kunst een politieke boodschap. Maar de bezoeker moet er naar zoeken, en krijgt zelfs de kans die over het hoofd te zien. En zich te laten verrassen.

Portia Zvavahera, Hapana Chitsva (2018). Foto Timo Ohler

Er ligt een grote valkuil in Berlijn, een kuil ter grootte van het koloniale verleden. Maar met een elegante boog is de curator van de Berlin Biennale voor hedendaagse kunst, de Zuid-Afrikaanse Gabi Ngcobo, er zorgvuldig omheen gelopen.

Ja, zij is politiek erg betrokken. En ja, zij en haar team komen allemaal uit Afrika of hebben Afrikaanse wortels. En zeker, ook in Berlijn komt langzaamaan een debat op gang over de omgang met museumbezit dat ooit is meegenomen uit toenmalige koloniën en andere landen in Afrika, Azië en Latijns-Amerika.

Maar waarom zou de Berlijnse Biënnale (de tiende sinds 1998) zich daarom volop in die discussie werpen, zoals in Berlijn min of meer werd verwacht? Ngcobo en haar collega’s hebben zich niet in die rol laten dringen. Ze hebben iets veel interessanters gedaan.

Ze tonen werk van kunstenaars uit allerlei delen van de wereld, van wie er velen hier niet, of nauwelijks, bekend zijn. Hun werk is in de eerste plaats verrassend, raadselachtig, intrigerend of ontroerend. Op een enkele uitzondering na zijn het geen als kunst verpakte betogen.

Dat het tentoongestelde werk toch een politieke lading heeft, zal geen bezoeker die een beetje volgt wat er in de wereld gebeurt, ontgaan. Maar het wordt hem of haar niet ingepeperd. Hij krijgt de kans het zelf te ontdekken, of over het hoofd te zien.

Hier wordt de taal van de kunst gesproken, veel minder die van de protestdemonstraties, opiniepagina’s of morele tribunalen. Het motto, ontleend aan Tina Turner, is ‘We don’t need another hero’. We lopen nergens achter aan, maar doen ons eigen ding.

Met behulp van een huur- of leenfiets, of dito scooter, is er een heel gevarieerde dag te maken van deze Berlijnse Biënnale, die over vijf locaties in de stad is verspreid. Een mooi beginpunt is het fraaie modernistische gebouw van de Akademie der Künste, aan de rand van Tiergarten, het grote park in het hart van de stad.

Voor de deur staat op het gazon een vervallen, scheefgezakte poort met verweerde beelden erop. Even voelen. We zijn immers buiten, de regen en de wind mogen er ook aan komen, dus waarom wij niet? De poort is gemaakt van licht materiaal, kartonachtig.

Het is een kopie van de ruïne van een paleis in Haïti, dat koning Henri Christophe tweehonderd jaar geleden als symbool van zijn macht liet bouwen, meldt de toelichting. Dat paleis heette Sans Souci, en was geïnspireerd, op het slot Sanssouci van Frederik de Grote, dat in Postdam, even buiten Berlijn, nog recht overeind staat.

We zien dus een kopie van een restant van een kopie van een origineel dat hier vandaan komt. Een cultureel herkomstverhaal dat complex is als de culturele herkomst van veel mensen in de wereld van nu. Het doet melancholiek aan, maar ook zelfverzekerd – want die kartonnen poort, die staat hier toch maar mooi midden in Berlijn.

Het werk is gemaakt door Firelei Báez uit... de Dominicaanse Republiek. Maar doet het ertoe waar ze vandaan komt? De meeste informatiebordjes op deze Biënnale vermelden land van herkomst en geboortejaar van de kunstenaar niet. We zijn hier om te kijken naar wat er voor ons staat.

In de mooie grote ruimtes van de Akademie krijgen schilderijen, tekeningen, sculpturen, installaties en video weldadig veel ruimte. Vier krachtige portretten van vrouwen hangen op een rij, alle vier met hun handen op of achter hun hoofd, slechts één kijkt ons aan. De vrouwen zijn door Lynette Yiadom-Boakye in grove streken op het doek gezet. Er is geen ontkomen aan. Politiek? In elk geval als je de titel leest: A File for a Martyr to a Cause (Dossier voor een martelaar voor een zaak).

Hier en daar ontspringen uit de houten vloer van de zalen plukjes hoog opgeschoten, gouden grashalmen, tot bijna een meter hoog. Tegelijk kwetsbaar en fier, dit prachtige werk (‘Trans-plant’) van Sara Haq. Ook in andere locaties duiken deze mooi uitgelichte sprieten op, wat ze al snel een zekere vertrouwdheid geeft.

Ook de subtiele aquarellen van Johanna Unzueta, die doen denken aan een fijnmazig borduurwerk, veroorzaken zo’n prettig gevoel van herkenning als je ze later op de dag elders in de stad weer tegenkomt. Een slimme formule, die uitnodigt om bij de tweede ontmoeting nog eens beter te kijken.

Naast de veelzijdige, nogal museale presentatie in de Akademie der Künste, bieden de andere locaties meer plaats voor experiment en performance. Vooral in het KW Institute for Contemporary Art, valt veel te zien en te beleven. De grote hal is één in oranje licht gehulde puinhoop van omgevallen zuilen, brokken steen, emmers die lekkend water opvangen, videoschermen die een concert van Nina Simone laten zien (maar niet horen). Het heet Untitled (Occult Instability) en is van Dineo Seshee Bopape.

Het is het meest uitgesproken politieke werk, en helaas ook het meest ééndimensionale. Als kritiek op onze cultuur ligt het er zó dik boven op, dat het moeilijk is er meer in te zien dan een visuele schreeuw. Een uitzondering op deze Berlijnse Biënnale.

    • Juurd Eijsvoogel