Recensie

Elke moord is een mysterie

Rechtbankdrama De Japanse meester Hirokazu Kore-Eda werkt snel. Nog voor zijn Gouden Palm-winnaar ‘Shoplifters’ komt nu eerst zijn voortreffelijke ‘The Third Murder’ in de bioscoop.

The Third Murder

In Cannes won Hirokazu Kore-Eda dit jaar de Gouden Palm met zijn tedere non-familiedrama Shoplifters. Zijn vorige film, rechtbankdrama The Third Murder, is eveneens voortreffelijk.

In Venetië, waar de film in première ging, zag Kore-Eda dit moordmysterie niet als vreemde eend in zijn oeuvre. „In Europa kennen ze me als auteur van familiedrama, maar ik wilde mijn blik eens verruimen naar de samenleving. Denk aan een cameraman die eens een andere lens probeert, of een schilder die een keer met olieverf werkt in plaats van gouache.”

Thematisch – de onkenbaarheid van de mens en zijn motieven – past The Third Murder prima in Kore-Eda’s oeuvre. Zijn eerste speelfilm, Maboroshi no hikari (1995) ging over een weduwe die zich niet over de zelfmoord van haar vrolijke echtgenoot heen kan zetten: hij sprong zonder enige aanleiding voor een trein. Een wijs man troost haar met een oude visserslegende over dwaallichten op zee: de echtgenoot begreep zijn motief misschien zelf evenmin.

The Third Murder is in zekere zin een variant op Rashômon, de klassieker van Akira Kurosawa uit 1950. Daar zien vier getuigen van een moord elk wat anders: de verhalen die onze realiteit vormen schieten tekort. Kore-Eda’s focust op het rechtssysteem, ingericht om te oordelen over de mens en diens motieven. Het gaat daarbij niet zozeer om waarheidsvinding, maar om een afweging van belangen van rechter, aanklager, advocaat, slachtoffer, dader.

De schuldvraag ligt ditmaal simpel: we zien de 50-jarige verdachte Misumi (Kôji Yakusho) al direct een fabrieksdirecteur de schedel inslaan en diens lichaam met benzine in brand steken. Hij heeft diens portefeuille in bezit en werd onlangs door hem ontslagen. Roofmoord en wrok: helder. Aan advocaat Tomoaki Shigemori (Masaharu Fukuyama) de taak verzachtende omstandigheden te vinden, zodat Misumi de doodstraf ontloopt.

Advocaat Shigemori heeft een speciale band met de verdachte: zijn vader gaf Misumi in 1986 als rechter een mild vonnis toen hij een woekeraar vermoordde. Moeilijke jeugd. Nu heeft de vader spijt dat hij indertijd niet de doodstraf uitsprak. ‘Ik geloofde toen nog dat misdaad gevolg was van sociale omstandigheden’, zegt hij. ‘Nu weet ik dat er een diepe kloof gaapt tussen zij die doden en niet doden.’

In The Third Murder voert Kore-Eda ons, tegelijk met de advocaat, nieuwe brokjes informatie die Misumi’s schuld bevestigt of verzacht. Voedselfraude bij de fabriek. Een e-mail die contractmoord suggereert. Misumi drijft advocaat Shigemori tot wanhoop met telkens nieuwe verhalen: hij speelt een glibberig spel. Zo raakt de advocaat geobsedeerd door de waarheid die er volgens zijn professionele ethos niets toe doet. Zijn taak is immers het belang van zijn cliënt te dienen, schuldig of niet.

Wat is waarheid als het gaat om menselijke drijfveren? We begrijpen onszelf of onze partner al niet, laat staan een vreemde. Toch is de drijfveer hier het verschil tussen leven of dood. Is Misumi een onbaatzuchtige wreker? Een psychopaat, of ‘lege huls’? Een moordenaar die zijn bloeddorst legitimeert door schoften als slachtoffer te kiezen? Misschien oordeelt Misumi dan wel scherper dan een rechter, die over leven en dood oordeelt op basis van procedure, ambtelijke logica en onderhandeling.

In het eindgesprek spreken cliënt en advocaat door gepantserd glas: in spiegelbeeld vallen hun gezichten telkens net niet samen. De advocaat wil zich in Misumi verplaatsen, wij willen dat ook. Hij wil nobele tragiek zien. Waarop Misumi de genadeklap uitdeelt: als dat je troost, prima. The Third Murder begint met moord en eindigt met mysterie: een spannende filosofische exercitie van zeer hoog niveau.

    • Coen van Zwol